Terug
Gepubliceerd op 17/09/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 14/09/2026 - 20:00

Goedkeuring politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen op het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111.

Aanwezig: Jimmy Graulus, Voorzitter
Bert Moyaers, Burgemeester
Mark Vanleeuw, Yves Luyten, Gert Vandersmissen, Erwin Vermeulen, Schepenen
Sofie De Waele, Toegevoegd schepen - voorzitter Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst
Noel Vandenrijt, Guido Ector, Evi Appeltans, Ludo Knaepen, Marleen Steenaerts, Frederik Adams, Johny Franssen, Guy Gijbels, Lore Michiels, Toon Durwael, Marijke Berden, Kim Beutels, Raadsleden
Sammy De Ridder, Plaatsvervangend Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Emilie Strauven, Tim Raskin, Ward Willems, Diederik Droogmans, Raadsleden
Nathalie Creten, Algemeen Directeur
Feiten en context

Gelet op het feit dat sinds 2014 verkeersgerelateerde inbreuken inzake het stilstaan en parkeren zijn opgenomen in de GAS-wetgeving (GAS 4);

Gelet op het feit dat de politieverordening betreffende overtredingen op stilstaan en parkeren - GAS 4 goedgekeurd werd door de gemeenteraad in haar zitting van 8 januari 2024;

Gelet op het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende stilstaan en parkeren EN voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren, en voor de overtredingen betreffende het verkeersbord C3 en F103 waarbij volgende nieuwigheden werden ingevoerd:

  1. Bij het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 en van het verkeersbord F103 geldt niet langer de voorwaarde dat deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen;
  2. Het verbod om fietsers in te halen in fietszones (verkeersbord F111) wordt toegevoegd aan de inbreuken die in aanmerking komen voor een gemeentelijke administratieve sanctie;

Gelet op het feit dat in deze decretale aanpassing ook de term parkeerzones werd vervangen door het woord parkeerstroken, het zijdelings parkeren wordt toegevoegd.

Inhoudelijke motivering

Overwegende dat de gemeenteraad op 8 januari 2024 de politieverordening betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren - GAS 4 heeft goedgekeurd;

Overwegende dat met ingang van 1 maart 2026, middels het KB van 14 januari 2026, het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor stilstaan en parkeren en de verkeersborden C3 en F103 werd uitgebreid met verkeersbord F111 en dat de vaststelling van de inbreuken met automatisch werkende toestellen werd weggelaten;

Overwegende dat voorgesteld wordt om de politieverordening zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 8 januari 2024 te wijzigen door in hoofdzaak deze uit te breiden met de overtredingen op de borden C3 en F103, gezien de afschaffing van de beperking tot vaststellingen met automatisch werkende toestellen, en bijkomend F111;

Overwegende dat deze uitbreiding ertoe bijdraagt dat de vastgestelde overtredingen thans een opbrengst genereren voor het stedelijk budget en niet lager voor de federale overheid;

Overwegende dat om deze overtredingen effectief administratief te kunnen sanctioneren, de huidige politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties te worden aangepast; de voorgestelde wijziging voorziet in de opname van de overtredingen inzake het niet naleven van de verkeersborden C3, F103 en F111 in de lijst van sanctioneerbare overtredingen;

Overwegende dat volgende zaken worden aangepast:

• Titel: aanvulling ... en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111

• Artikel 1 §1 + artikel 27 + artikel 28: Het opschrift van koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, wordt vervangen als volgt: 'Koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3,3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.'

• Artikel 1 §4 wordt vervangen als volgt:

Wanneer een overtreding op deze verordening is begaan met een motorvoertuig, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd kan worden, wordt de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig conform artikel 33 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. De stad kan de formaliteiten bepalen die gevolgd dienen te worden bij de overmaking van de identiteit.

• Hoofdstuk II aanvulling titel met verwijzing naar het K.B. van 1 december 1975

• Artikel 4 van de politieverordening wordt geschrapt en wordt vervangen door het opschrift: 'Artikel 4. (GR 14/09/2026 – geschrapt)'. De inhoud van artikel 4 wordt opgenomen als punt 7° in artikel 11.

• Artikel 7 van de politieverordening wordt aangevuld met:

o 5° indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op: maar ook op F111;

▪ de zijdelingse strook;
▪ de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is;

o 6° indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:

▪ de zijdelingse strook of;
▪ de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

• Artikel 9 van de politieverordening: voortbewegingstoestellen wordt toegevoegd en woord 'parkeerzones' wordt vervangen door 'parkeerstroken' en wordt tevens aangevuld met:

o extra verwijzing naar artikel 77.5 tweede lid van het K.B. van 1 december 1975

o De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.

• Artikel 10 van de politieverordening: het woord 'parkeerzones' wordt vervangen door het woord 'parkeerstroken'.

• Artikel 11 van de politieverordening wordt aangevuld met:

o 1° en 2°: andere benoeming 'op 3 meter of meer doch minder dan 5 meter'

o 7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

• Artikel 12 van de politieverordening wordt aangevuld met:

o titel: extra verwijzing naar artikel 25.1 15° van het K.B. van 1 december 1975

o 11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.  

• Artikel 18: Verkeersborden type E9a + E9b + E9c + E9d worden vervangen door 1 verkeersbord type E9.

• Artikel 21 wordt vervangen als volgt:

o Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

• Artikel 22 wordt aangevuld met artikel 22bis, 22ter en 22quater betreffende de overtredingen op de verkeersborden C3, F103 en F111

Overwegende dat de overtredingen die kunnen gesanctioneerd worden via deze politieverordening vastgelegd zijn bij Koninklijk Besluit en onderverdeeld in 2 categorieën;

-Overtredingen van de eerste categorie worden bestraft met een administratieve geldboete van 58 euro
-De overtredingen van de tweede categorie worden bestraft met een administratieve geldboete van 116 euro.

Overwegende dat de sanctionerend ambtenaar niet kan afwijken van deze bedragen.

Wettelijke motivering

Bevoegdheidsgrond:

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;

Toepasselijke regelgeving:

Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS-wet), en latere wijzigingen;

Gelet op het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

Gelet op het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende stilstaan en parkeren EN voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren, en voor de overtredingen betreffende het verkeersbord C3, F103 en F111;

Financiële impact

Overwegende dat de inning van gemeentelijke administratieve sancties de gemeentelijke budgetten verhoogt na aftrek van kosten voortvloeiend uit de aankoop en onderhoud van de vereiste softwarepakketten en de administratieve kost voor de verwerking;

Overwegende dat verwacht wordt dat dit een positief resultaat genereert maar afhankelijk is voor de mate waarin de politie al dan niet werk maakt van de verkeershandhaving in onze stad;

Publieke stemming
Aanwezig: Jimmy Graulus, Bert Moyaers, Mark Vanleeuw, Yves Luyten, Gert Vandersmissen, Erwin Vermeulen, Sofie De Waele, Noel Vandenrijt, Guido Ector, Evi Appeltans, Ludo Knaepen, Marleen Steenaerts, Frederik Adams, Johny Franssen, Guy Gijbels, Lore Michiels, Toon Durwael, Marijke Berden, Kim Beutels, Sammy De Ridder
Voorstanders: Bert Moyaers, Mark Vanleeuw, Yves Luyten, Gert Vandersmissen, Erwin Vermeulen, Sofie De Waele, Noel Vandenrijt, Guido Ector, Evi Appeltans, Ludo Knaepen, Marleen Steenaerts, Frederik Adams, Johny Franssen, Guy Gijbels, Lore Michiels, Toon Durwael, Marijke Berden, Kim Beutels, Jimmy Graulus
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Beslissing

Artikel 1.

De gemeenteraad keurt de hiernavolgende politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen op het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 goed:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.

Artikel 1. Toepassingsgebied

§1. De stad Herk-de-Stad geeft bij wijze van deze politieverordening uitvoering aan artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, dat bepaalt dat de gemeenteraad kan voorzien in een administratieve geldboete voor de inbreuken opgesomd in het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

§2. Deze politieverordening is van toepassing op het grondgebied van de stad Herk-de-Stad.

§3. Deze politieverordening is van toepassing op iedere meerderjarige natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die zich op het grondgebied van de stad Herk-de-Stad bevindt, ongeacht zijn woonplaats of ligging van de maatschappelijke zetel.

$4. Wanneer een overtreding op deze verordening is begaan met een motorvoertuig, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd kan worden, wordt de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig conform artikel 33 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. De stad kan de formaliteiten bepalen die gevolgd dienen te worden bij de overmaking van de identiteit.

§5. Bij de uitvoering van dit reglement wordt de administratieve procedure, zoals vastgesteld bij de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, toegepast.

Artikel 2. Begrippen

De definities opgenomen in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn van toepassing op onderhavige politieverordening.


Hoofdstuk II. Overtredingen van de eerste categorie volgens het K.B. van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Artikel 3. Parkeren in erven en woonerven.

Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:

1° op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar

de letter ''P'' aangebracht is;

2° op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat. 

Artikel 4.

[… GR 14/09/2026 geschrapt]

De inhoud van artikel 4 wordt opgenomen als punt 7° in artikel 11.

Artikel 5. Parkeren in voetgangerszones.

In de voetgangerszones is het parkeren verboden.

Artikel 6. Opstelling stilstaand of geparkeerd voertuig ten opzichte van de rijrichting.

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting. Indien het een rijbaan is met éénrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.

Artikel 7. Stilstaan of parkeren op een berm.

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

1° buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

2° indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg

een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

3° indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan

opgesteld worden;

4° indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.

5° indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:

-        de zijdelingse strook;

-        de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is;

6° indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:

-        de zijdelingse strook of;

-        de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

Artikel 8. Stilstaan of parkeren volledig of deels op de rijbaan.

Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:

1° zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan;

2° evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg;

3° in één enkele file.

Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.

Artikel 9. Opstelling fietsen en tweewielige bromfietsen.

Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f en 77.5 tweede lid van voormeld koninklijk besluit. 

De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.

Artikel 10. Opstelling motorfietsen.

Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

Artikel 11. Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken.

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

1° op 3 meter of meer doch minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor de voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;

4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering;

5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

Artikel 12. Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 1°, 2°, 3°, 5°, 8° tot 13° en 15° van het koninklijk besluit dd. 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Het is verboden een voertuig te parkeren:

1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;

2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;

3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;

4° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;

5° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;


 B9

6° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

E9a            E9b

7° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

8° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;

9° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;

10° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middelste berm die deze rijbanen scheidt.

11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Artikel 13. Onjuiste aanduiding parkeerschijf.

Het is verboden onjuiste aanduidingen op de parkeerschijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de parkeerschijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft. 

Artikel 14. Parkeren onrijvaardige motorvoertuigen en aanhangwagens.

Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te laten parkeren. 

Artikel 15. Parkeren auto’s, slepen en aanhangwagens met een MTM van meer dan 7,5 ton.

Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.

E9a                               E9c                                       E9d

Artikel 16. Parkeren reclamevoertuigen.

Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te laten parkeren.

Artikel 17. Aanbrengen van de speciale kaart voor personen met een handicap.

Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig.

Artikel 18. Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren.

De verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren moeten in acht genomen worden.

E1       E3          E5       E7

 E9   

Artikel 19. Verkeersbord halfmaandelijks parkeren.

Het verkeersbord E11 moet in acht genomen worden.

E11

Artikel 20. Stilstaan en parkeren op verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.

Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.

Artikel 21. Stilstaan en parkeren op witte markering parkeerzone.

Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. 

Artikel 22. Stilstaan en parkeren op dambordmarkeringen.

Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.

Artikel 22bis. Verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder.

Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3.

Artikel 22ter. Verkeer in voetgangerszones.

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103.

Artikel 22quater. Verkeer in fietsstraat.

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.


Hoofdstuk III. Overtredingen van de tweede categorie volgens het K.B. van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Artikel 23. Stilstaan en parkeren op autowegen.

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op autowegen, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E9a.

 E9a 

Artikel 24. Stilstaan en parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 24, lid1, 1°, 2°, 4° tot en met 6° van het koninklijk besluit dd. 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

1° op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke

reglementering;

2° op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

3° op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;

4° op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;

5° op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is.

Artikel 25. Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 4°, 6°, 7° van het koninklijk besluit dd. 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Het is verboden een voertuig te parkeren:

1° op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;

2° op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;

3° wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden.

Artikel 26. Parkeren op voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap.

Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°, c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.


Hoofdstuk IV: Sanctionering.

Artikel 27. Overtredingen van de eerste categorie.

Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk II van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2 §1 van het K.B. van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 28. Overtredingen van de tweede categorie.

Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk III van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2 §2 van het K.B. van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 29. Overtredingen van artikel 1 §4.

Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 1 §4 wordt bestraft met een administratieve geldboete. 


Hoofdstuk V: Procedure.

Artikel 30. Kennisgeving.

De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsook het bedrag van de administratieve geldboete.

Artikel 31. Verweer.

De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen de dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar. De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek gehoord worden wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.

Artikel 32. Beslissing.

Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen ongegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op de hoogte op een met redenen omklede wijze bij gewone zending met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.

Artikel 33. Herinnering.

Wordt de administratieve geldboete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd bij gewone zending met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.

Artikel 34. Beroep.

De beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een boete op te leggen, kan gedwongen worden uitgevoerd indien de boete niet werd betaald binnen de termijn van dertig dagen na de herinnering zoals bepaald in artikel 34 van deze verordening, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt bij de Politierechtbank.' 

 

HOOFDSTUK VI: Slotbepalingen.

Artikel 35. Inwerkingtreding.

Deze verordening treedt in werking op 1 december 2026.

Artikel 36. Bekendmaking.

Deze verordening wordt bekendgemaakt zoals voorgeschreven in de artikelen 286 van het Decreet Lokaal Bestuur.

Een afschrift van deze politieverordening zal conform artikel 119 Nieuwe Gemeentewet worden overgemaakt aan de deputatie van de provincieraad en de griffie van de politierechtbank en rechtbank van eerste aanleg.

 

Artikel 2. 

Deze politieverordening vervangt de eerder goedgekeurde politieverordening van 8 januari 2024.

Artikel 3.

Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:

- de sanctionerend ambtenaar van Herk-de-Stad;

- de stad Hasselt;

- Politie LRH.