Toegevoegd schepen - voorzitter Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst Sofie De Waele was aanwezig bij de behandeling van agendapunt 2 - Goedkeuring Meerjarenplan 2026-2031. Dit agendapunt werd besproken en beslist aan het begin van de zitting samen met de behandeling van het agendapunt op de gemeenteraad.
Gelet op de ontwerpnotulen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 10 november 2025;
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 74.
Enig artikel.
De ontwerpnotulen van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 10 november 2025 worden zonder opmerkingen goedgekeurd.
Gelet dat, in uitvoering van artikel 254 van het decreet over het lokaal bestuur, voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan moet worden vastgesteld;
Gelet dat het meerjarenplan een beleidsrapport is dat geïntegreerd dient te worden goedgekeurd door de gemeenteraad nadat beide raden elk hun deel hebben goedgekeurd;
Gelet dat dit meerjarenplan start het tweede jaar van de legislatuur en afloopt op het einde van het jaar na de volgende verkiezingen, met andere woorden het meerjarenplan beslaat de periode 2026-2031.
Overwegende de vijf inspraakavonden waarbij het lokaal bestuur in gesprek ging met inwoners om te horen wat er leeft in de stad;
Overwegende de georganiseerde brede bevraging waarbij 333 inzendingen van burgers werden ontvangen;
Overwegende dat de verworven inzichten uit deze inspraakavonden en de bevraging een belangrijke bouwsteen vormen voor het voorliggende meerjarenplan;
Overwegende de talrijke overlegmomenten tussen administratie (vertegenwoordigd door het managementteam) en bestuur (vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen) waarbij de acties van het voorliggende meerjarenplan vorm werden gegeven;
Overwegende dat het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting;
Overwegende dat in de strategische nota van het meerjarenplan de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het intern en extern te voeren beleid geïntegreerd worden weergegeven;
Overwegende dat in de financiële nota van het meerjarenplan de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota worden weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd;
Overwegende dat de beide delen van het meerjarenplan dienen vergezeld te zijn van een toelichting die alle informatie bevat over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen;
Overwegende dat, in toepassing van artikel 4 van het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, de documentatie bij het meerjarenplan ter beschikking gesteld moet worden en deze in bijlage wordt toegevoegd.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op de artikelen 77 en 78 van het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur, zoals gewijzigd;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd;
Gelet op het ministerieel van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Gelet op de volgende evolutie van de autofinancieringsmarge:
"Raadslid Lore Michiels verantwoordt haar onthouding namens de fractie CD&V-NIEUW als volgt:
Onze fractie waardeert het dat er in het voorliggende meerjarenplan verder gewerkt wordt aan bepaalde thema’s die vorige legislatuur reeds ingezet werden en dat er plannen voor investeringen zijn.
Toch kunnen wij het plan in zijn huidige vorm niet voluit steunen. De reden daarvoor is niet zo zeer principieel, maar inhoudelijk en budgettair onderbouwd.
Om deze redenen kiest onze fractie voor een onthouding. We erkennen de positieve intenties en delen veel van de beleidsrichtingen, maar we vinden dat de huidige uitwerking nog niet de duidelijkheid, transparantie en verbondenheid tussen beleidsdomeinen bevat die noodzakelijk zijn voor een volwaardige goedkeuring.
Onze inwoners moeten erop kunnen rekenen dat wij ons elke dag inzetten om hen het allerbeste te bieden; zij verwachten terecht dat wij steeds een stap verder gaan en ons extra inspannen om hun welzijn en levenskwaliteit te garanderen.
Wij blijven wel meewerken aan de verdere verbetering en concretisering van dit plan in de komende bijsturingen."
"Raadslid Kim Beutels verantwoordt zijn onthouding namens de fractie Vlaams Belang als volgt:
Ik bedank eerst en vooral alle diensten voor het mooie en duidelijke werk bij het opstellen van het meerjarenplan.
Er staan veel goede dingen zoals de belastingen en opcentiemen die niet verhoogd worden en de parkeerproblematiek in Schulen waar iets aan gedaan wordt.
Maar ook zijn er zaken die niet zo goed zijn. Ik denk hierbij aan de 20000 euro die gegeven wordt aan hulp voor landen in het zuiden. Deze steun kan beter gaan naar armoede en hulp voor mensen hier bij ons.
Om deze reden, dus dat er goede punten zijn maar ook slechte punten waarvoor ik mijn steun niet kan geven of waarmee ik niet akkoord wens te gaan, wens ik me namens de fractie Vlaams Belang te onthouden."
Artikel 1.
De strategische en financiële nota van het meerjarenplan 2026-2031, deel van het OCMW wordt goedgekeurd.
De kredieten 2026 worden voor het OCMW als volgt vastgesteld:
Artikel 2.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de documentatie die als bijlagen werden toegevoegd bij het meerjarenplan.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de dienst financiën.
Gelet op de start van een nieuwe beleidsploeg vanaf 5 december 2024;
Gelet op de decretale verplichting voor de nieuwe beleidsploeg om over te gaan tot de opmaak van een nieuw meerjarenbeleidsplan in casu het meerjarenbeleidsplan 2026-2031;
Gelet dat naar aanleiding van de opmaak van het MJP 2026-2031 alle reglementen grondig werden gescreend;
Gelet op de vaststelling dat een aantal reglementen niet meer in gebruik, niet langer gekend of de beoogde doelstellingen niet meer actueel of accuraat zijn;
Gelet op het feit dat het bestuur haar gemeentelijke en OCMW-reglementen als beleidsinstrumenten inzet en niet de intentie heeft om reglementen in stand te houden zonder enige maatschappelijke waarde;
Gelet op de bespreking van de reglementen binnen de beleidscolleges.
Overwegende dat de Vlaamse en de Federale Regering omwille van de Coronacrisis in 2020 beslisten tot extra betoelaging als financiële ondersteuning van de OCMW 's ten voordele van kwetsbare cliënten die getroffen werden door de gevolgen van deze crisis;
Overwegende dat het bestuur besliste tot besteding van de ontvangen toelagen in de vorm van een reglement Vlaamse subsidie Covid 19 en een reglement Federale subsidie Covid-19;
Overwegende dat door de Sociale Dienst wordt voorgesteld volgende reglementen op te heffen vermits de maatregelen rond de Covid-pandemie niet meer van toepassing zijn:
- RvMW 21/09/2020: Goedkeuring reglement Vlaamse subsidie Covid-19.
- RvMW 21/09/2020: Goedkeuring reglement Federale subsidie Covid-19.
- RvMW 21/06/2021: Herziening reglement middenstandscheques Vlaamse Covid-19 subsidie.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikels 77 en 78.
Artikel 1.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist over te gaan tot de opheffing van volgende reglementen voor de Sociale Dienst:
- RvMW 21/09/2020: Goedkeuring reglement Vlaamse subsidie Covid-19.
- RvMW 21/09/2020: Goedkeuring reglement Federale subsidie Covid-19.
- RvMW 21/06/2021: Herziening reglement middenstandscheques Vlaamse Covid-19 subsidie.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de sociale dienst
- de dienst Financiën
Gelet dat het OCMW binnen de politiezone als lokaal bestuur al jaren samenwerkt met het Family Justice Center Limburg, dat een naamsverandering onderging naar 'Veilig Huis Limburg';
Gelet dat Het Veilig Huis een regionale netwerkorganisatie is die bestaat uit een multidisciplinair team van professionals, dat zich engageert om te voorzien in een nauwe samenwerking met het Openbaar Ministerie en politie. Het Veilig Huis bundelt de expertise van de verschillende diensten rond intra familiaal geweld (IFG) om zo deze maatschappelijke problematiek op een duurzame, gecoördineerde en doeltreffende manier aan te pakken.
Gelet dat de Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 13 maart 2023 de toetreding tot het Family Justice Center goedkeurde en akkoord ging met de ondertekening van de engagementsverklaring bij de kaderovereenkomst;
Gelet dat sinds 18 april 2024 het ‘Decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen’ in werking is getreden, hetgeen de nieuwe wettelijke basis vormt voor intersectorale informatiedeling en casusoverleg, alsook de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet dat Het Vlaams Agentschap Handhaving en Justitie initiatief heeft genomen om een platform WIDA te laten ontwikkelen;
Gelet dat er in het najaar met WIDA een nieuw dossierbeheersysteem in gebruik genomen werd, hetgeen Veilig Huis Limburg en de partners toelaat op een efficiënte, gebruiksvriendelijke en veilige manier samen te werken rond en in IFG-dossiers. Met de inwerkingtreding van het decreet en de uitrol van de Veilige Huizen in Vlaanderen streeft het Vlaams beleid naar een uniforme uitrol. Hierdoor wijzigt de terminologie van een aantal operationele processen en overlegtafels die in de nieuwe kaderovereenkomst aangepast worden. De inhoudelijke werking van Veilig Huis Limburg wijzigt niet;
Gelet dat in januari 2025 in kader van de opstart en het testen van dit platform, aan Stad Hasselt gevraagd om dossiers te migreren naar het platform om het systeem uit te testen;
Gelet op het feit dat deze ontwikkelingen ervoor zorgen dat de bestaande kaderovereenkomst gewijzigd wordt om in regel te zijn met het nieuwe kader. Deze nieuwe documenten werden voorgelegd aan alle kernpartners en besproken op de ad hoc Jaarvergadering van Veilig Huis Limburg op 1 oktober 2025. De goedgekeurde documenten worden hierna ter goedkeuring voorgelegd aan de geijkte beslissingskanalen van alle kernpartners;
Gelet op de voorliggende kaderovereenkomst waarvoor overeenkomsten nodig zijn die de verantwoorde verwerking van de persoonsgegevens formaliseren conform de AVG;
Gelet op het gunstig advies van de DPO van 16 oktober 2025 dat in bijlage werd toegevoegd.
Overwegende dat om de doorgifte van persoonsgegevens mogelijk te maken, een verwerkingsovereenkomst nodig is tussen de partijen die de bindende afspraken regelt rond juridische, organisatorische en ICT technische afspraken en waarbij de verantwoordelijkheden duidelijk zijn;
Overwegende dat hiervoor 2 overeenkomsten voorliggen:
- verwerkingsovereenkomst WIDA platform
- gezamenlijke verwerkingsovereenkomst casusoverleg;
Overwegende het verplicht advies van de DPO in functie van een veilige gegevensdeling waarbij de volgende algemene conclusies geformuleerd werden;
Overwegende het gunstig advies van DPO Regine Van Ackere op 16 oktober 2025 waaraan de volgende voorwaarden gekoppeld werden:
Overwegende dat, om in regel te zijn met de komst van het nieuwe wettelijke kader, de toekomstige ingebruikname van het nieuw dossierbeheersysteem en de aanpassing van het operationele draaiboek inzake terminologie, het noodzakelijk is om hiervoor een nieuwe kaderovereenkomst aan te gaan met Veilig Huis Limburg;
Gelet dat de kaderovereenkomst ingaat op de dag na ondertekening door de Vlaamse Gemeenschap en drie bijkomende kernpartners en een initiële looptijd heeft van 18 maanden. Vervolgens wordt de kaderovereenkomst jaarlijks stilzwijgend verlengd;
Overwegende de onderstaande cijfers van aangemelde dossiers van Herkse burgers:
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2027, artikel 77 + 78.
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, zoals tot op heden gewijzigd;
Gelet op de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming, AVG); Gelet op artikel 28 lid 3 van de AVG stelt dat de uitvoering van verwerkingen door een verwerker moet worden geregeld in een overeenkomst tussen verwerkingsverantwoordelijke en verwerker: de verwerkingsovereenkomst;
Gelet op de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet op het decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen van 27 maart 2023.
Gelet dat aan de overeenkomsten met betrekking tot AVG geen kosten verbonden zijn;
| Bestuur |
Aantal inwoners |
Bedrag à rato aantal inwoners |
Percentage |
| Hasselt |
89892 |
113530,44 |
49,65% |
| Zonhoven |
21863 |
27612,20 |
12,07% |
| Diepenbeek |
19636 |
24799,58 |
10,84% |
| Lummen |
15329 |
19359,99 |
8,47% |
| Herk-de-Stad |
12854 |
16234,15 |
7,10% |
| Halen |
9555 |
12067,63 |
5,28% |
| Alken |
11937 |
15076,01 |
6,59% |
| Totaal |
181066 |
228680,00 |
Gelet dat mevrouw Peeters in haar e-mail bericht vermeldt dat een verdere afstemming noodzakelijk is, maar we verder geen berichtgeving ontvingen voor 2025;
Gelet dat het budget van 16.234,15 euro voorzien is voor 2025 en tevens jaarlijks voorzien wordt in het meerjarenplan 2026-2031;
Artikel 1.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat akkoord met de voorlopige verwerkingsovereenkomst voor het WIDA platform, zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing, zodat de juridische, organisatorische en ICT technische afspraken nu reeds zijn geformaliseerd.
Artikel 2.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat akkoord met de voorlopige gezamenlijke verwerkingsovereenkomst voor het casusoverleg, zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing, zodat de juridische, organisatorische en ICT technische afspraken nu reeds zijn geformaliseerd.
Artikel 3.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn vraagt zowel aan de desbetreffende dienst en de DPO om het dossier nauwgezet op te volgen en de vooruitgang in het dossier te monitoren om maximale verantwoorde en veilige verwerking van de persoonsgegevens te realiseren. De wijzigingen aan de afspraken dienen terug voorgelegd te worden voor ondertekening.
Artikel 4.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat akkoord met de aangepaste kaderovereenkomst, zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing, en continueert de samenwerking met Veilig Huis Limburg.
Artikel 5.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de strategisch coördinator Veilig Huis Limburg,
- de dienst Financiën,
- de dienst Secretariaat.
Gelet op de lopende samenwerkingsovereenkomst met Depot Margo die 31 december 2025 ten einde loopt;
Gelet dat de twee Limburgse voedselbanken, Depot Margo en Voedselbank Limburg in mei 2025 fuseerden tot sociaal distributieplatform Voedselbank Limburg - Depot Margo vzw;
Gelet dat hierdoor een nieuwe samenwerkingsovereenkomst dient afgesloten te worden.
Overwegende dat Voedselbank Limburg - Depot Margo met deze fusie wil anticiperen op het stijgend aantal hulpvragen en wil inzetten op een efficiënter hulpaanbod;
Overwegende dat zij daartoe een partnerwerk wensen uit te bouwen dat mee de toekomst van de materiële hulpverlening in Limburg richting zal geven;
ESF+-goederen (in ieder scenario gegarandeerd, maar daalt 42%)
Ophalingen bij Retail, bij producenten en op veilingen
Groepsaankopen van producten en ondersteunende materialen
Aangekochte goederen om het basispakket zo volledig mogelijk te houden (gratis of tegen kostprijs + handling)
Toegang tot de online platformen voor bestellingen
Extra dienstverlening (gratis of tegen kostprijs) om de lokale groepen te ondersteunen en het basispakket volledig te houden
Participatie in projecten (inhoudelijk, financieel)
Aanbod verzorgings- en onderhoudsproducten
Geen bijdrage meer door de lokale (voedsel)hulpvereniging van 2 euro per klant (lidgeld)
Toegang tot het partnernetwerk en ondersteuning van het partnernetwerk
Ondersteuning bij de implementatie van de maatschappelijke rol van materiële hulpverlening in structurele armoedebestrijding;
Overwegende dat zij hiervoor een financieel kader ontwikkelden dat steunt op de volgende pijlers:
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 77 en 78;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 16 mei 2022 tot goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst met Depot Margo 2022-2025.
2022-2025
Maximum 3.700 euro per jaar (lidgeld 0,15 euro per inwoner en 0,10 euro per kilo goederen).
2026-2031
Abonnementsgeld van 0,50 euro per inwoner per jaar met een jaarlijkse indexaanpassing volgens de gezondheidsindex of een bedrag dat ongeveer 6500EURO gaat bedragen.
Artikel 1.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt de samenwerkingsovereenkomst, zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing, tussen de stad Herk-de-Stad en Voedselbank Limburg - Depot Margo vzw, Ekkelgaarden 6, 3500 Hasselt goed.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de sociale dienst.
Gelet op het feit dat de Vlaamse Gemeenschap de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten (besteknr. 2022/HFB/MPMO/96984) op 25 augustus 2022 in het Bulletin der Aanbestedingen en op 30 augustus 2022 in het Publicatieblad van de Europese Unie publiceerde.
Bij Beslissing van de Vlaamse Regering d.d. 30 juni 2023 werd:
Bij Beslissing van de Vlaamse Regering d.d. 14 juli 2023 werd:
Gelet op het feit dat de Vlaamse Gemeenschap per perceel met de gekozen dienstverlener een overeenkomst sloot (de Uitvoeringsovereenkomst), waar in punt (E) van de aanhef vermeld wordt dat de Vlaamse Gemeenschap optreedt als aankoopcentrale ten aanzien van de bestellers uit het vooropgestelde klantenbereik. Dit klantenbereik strekt zich uit tot de lokale overheden die gesitueerd zijn in het Vlaamse gewest, met name:
15.1. de gemeenten, incl. de politiezones, zowel ééngemeentezones als meergemeentezones;
15.2. de hulpverleningszones;
15.3. de districten;
15.4. de provincies;
15.5. de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
15.6. de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.7. de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.8. de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.9. de verzelfstandigde agentschappen die opgericht zijn door een provincie of een gemeente;
15.10. de polders en de wateringen;
Gelet op het feit dat om te kunnen gebruik maken van deze Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten, dient een lokale overheid toe te treden, door middel van een ondertekende Toetredings-overeenkomst die bezorgd wordt aan de dienstverlener van het perceel waartoe de lokale overheid wenst toe treden.
Overwegende dat het is aangewezen dat het OCMW gebruik maakt van deze door de aankoopcentrale aangeboden raamovereenkomst(en) om volgende redenen:
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 artikel 77-78;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en latere wijzigingen;
Gelet op het Koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren en latere wijzigingen;
Gelet op het Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en latere wijzigingen;
Gelet op de contractuele documenten van de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten.
Artikel 1.
De raad voor maatschappelijk welzijn besluit toe te treden tot de volgende percelen van de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten (besteknr. 2022/HFB/MPMO/96984):
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing en een ondertekende toetredingsovereenkomst ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- Telenet BV voor Perceel 1 en 3;
- Orange Belgium NV voor Perceel 2.
Gelet op artikel 77 van het decreet lokaal bestuur dat, onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen, aan de raad voor maatschappelijk welzijn de volheid van bevoegdheid toekent ten aanzien van alle aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het OCMW behoren;
Gelet op het feit dat dit betekent dat het vast bureau over een toegewezen bevoegdheid beschikt, zoals omschreven onder andere in artikel 84 van het decreet lokaal bestuur.
Gelet op het feit dat artikel 78, 9° van het decreet lokaal bestuur aan de raad voor maatschappelijk welzijn de bevoegdheid geeft om een deel van haar bevoegdheid te delegeren aan het vast bureau, dit door vast te stellen wat er onder het begrip 'dagelijks bestuur' moet worden verstaan.
Gelet dat het laatste besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende de vaststelling van de bevoegdheden die aan het vast bureau werden gedelegeerd door omschrijving van de categorieën 'verrichtingen van dagelijks bestuur' genomen werd in de zitting van 25 april 2022;
Gelet op het feit dat dit raadsbesluit tevens de categorieën van verrichtingen vaststelt die vrijgesteld zijn van visumverplichting;
Gelet dat de visumverplichting de in het decreet lokaal bestuur ingeschreven verplichting betreft om beslissingen die in hun uitvoering een cashflow impliceren voor visum voor te leggen aan de financieel directeur.
Overwegende dat beide soorten van bepalingen (dagelijks bestuur en vrijstelling visumverplichting) erop gericht zijn snellere besluitvorming mogelijk te maken en tevens een vorm van administratieve vereenvoudiging doorvoeren;
Overwegende de vaststelling dat de in het raadsbesluit van 25 april 2022 doorgevoerde vereenvoudiging van de delegatieregeling aanleiding is tot administratieve overlast en het vatten van de raad voor maatschappelijk welzijn voor tal van besluiten die vooral een uitvoering van formele verplichtingen inzake reglementering GDPR, ... maar weinig bijdragen aan de effectieve taak en opdracht van de raad voor maatschappelijk welzijn;
Overwegende dat dientengevolge wordt voorgesteld om naast een delegatie in het kader van overheidsopdrachten ook andere delegeerbare bevoegdheden (opnieuw) toe te vertrouwen aan het vast bureau;
Overwegende dat de verder organisatie geëvolueerd is door de integratie van gemeente en OCMW, door de invoering van een organisatiebeheersingssysteem, de jaarlijkse audits, een contractenbeheerssysteem, de kwartaalrapporteringen rond KPI's en auditaanbevelingen,...;
Overwegende dat de verdere professionalisering van de organisatie wat betreft de kwaliteit van de dienstverlening enerzijds en de beheersing van de organisatie anderzijds het wenselijk is ook het besluitvormingsproces verder te vereenvoudigen en de administratieve belasting waar mogelijk en redelijk te verminderen;
Overwegende dat om die reden wordt voorgesteld de delegatie van bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn naar het vast bureau opnieuw uit te breiden;
Overwegende dat dan ook wordt voorgesteld om de volgende delegaties van raad voor maatschappelijk welzijn naar het vast bureau wordt voorgesteld:
- de delegatie binnen de wet op de overheidsopdrachten
- delegatie met betrekking tot overeenkomsten
- delegatie met betrekking tot personeelsbeheer
Overwegende dat voor de visumverplichtingen anderzijds de huidige ingestelde normen nog accuraat worden geacht;
Overwegende dat de invulling van het begrip dagelijks bestuur en de vrijstelling van een visumverplichting voor gemeente en OCMW best worden gelijk gehouden;
Overwegende dat wat betreft het begrip dagelijks bestuur voorgesteld wordt de regeling inzake de bevoegdheid van lastvoorwaarden voor overheidsopdrachten tot een drempelbedrag gelijk aan het drempelbedrag geformuleerd in de wet op de overheidsopdrachten voor het werken met een aanvaarde factuur, meer bepaald momenteel gesteld op 30 000 EUR exclusief BTW;
Overwegende dat door het hanteren van dit drempelbedrag van de wet op de overheidsopdrachten en niet te kiezen voor een aparte regeling met eigen drempelbedragen, de herkenbaarheid verhoogd wordt en complexiteit vermeden; Met andere woorden er wordt gekozen voor administratieve eenvoud door niet nog eens een apart drempelbedrag in te voeren;
Overwegende dat wat betreft vrijstelling van visumverplichting in de Vlaamse regelgeving voor de aanstelling van personeel gekozen werd voor een strengere visering, los van het drempelbedrag omwille van het bijzonder risico dat hiermee gepaard gaat;
Overwegende dat voor vrijstelling verplichting de financieel directeur een gunstig advies geeft voor volgend voorstel:
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op wat betreft de delegatie door het bepalen van het begrip 'dagelijks bestuur':
- het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78:
De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over volheid van bevoegdheid, maar kan bij reglement te bepalen bevoegdheden toevertrouwen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
.....
9° het vaststellen van wat onder het begrip 'dagelijks bestuur' moet worden verstaan;
10° het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, tenzij:
a) de opdracht past binnen het begrip `dagelijks bestuur', vermeld in punt 9°, waarvoor het vast bureau bevoegd is;
Gelet op de artikelen 78, 6° en 196 van het decreet lokaal bestuur voor wat betreft de delegatie van beheers- en samenwerkingsovereenkomsten die niet gedelegeerd kunnen worden aan het vast bureau.
Gelet wat betreft de visumverplichting, op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 artikel 177, eerste lid:
'De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor:
1° de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 266 en 267;
- artikel 266:
'De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in het tweede lid, uitoefent. De raad voor maatschappelijk welzijn kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.'
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 artikel 99 (in voege vanaf 1 januari 2020) kunnen volgende categorieën van verrichtingen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:
- De aanstelling van statutaire personeelsleden;
- De aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
- De aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer, behoudens in de volgende gevallen:
- Een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- Een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van
de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
- De verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 50.000 euro;
- De verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 25.000 euro;
- De investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
Gelet op de wet op de overheidsopdrachten van 17 juni 2016 en het KB van 18 april 2017 inzake plaatsing van overheidsopdrachten in klassieke sectoren, artikel 92:
'De overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan 30.000 euro zijn uitsluitend onderworpen aan :
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 2.
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.'
Gelet op artikel 38/4 (de minimis-regel) van het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Gelet op het positief advies van het M-team en de financieel directeur.
Artikel 1.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de hiernavolgende bevoegdheden te delegeren aan het vast bureau in het kader van de opdracht van dagelijks bestuur:
§1 Alle beheersdaden zonder financiële impact voor zover het decreet lokaal bestuur de delegatie toelaat.
§2 Alle beheersdaden met financiële impact, andere dan overheidsopdrachten, voor zover de kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan en met een maximum van 30 000,00 euro, exclusief BTW (indien van toepassing);
§3 Het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten voor het plaatsen van diensten, werken en leveringen voor zover het totaal bedrag 30 000,00 euro, exclusief BTW (indien van toepassing) niet overschrijdt.
§4 Het toetreden tot raamovereenkomsten via aankoopcentrales, ongeacht het geraamde bedrag van de toekomstige afname;
§5 Het goedkeuren van beheers- en samenwerkingsovereenkomsten voor zover die overeenkomsten niet vallen onder de uitdrukkelijk aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheid (itt. de algemeenheid van bevoegdheid).
Artikel 2.
Het vast bureau wordt toelating gegeven om de bevoegdheden die aan haar gedelegeerd werden ten titel van dagelijks bestuur, te delegeren naar de algemeen directeur tot een bedrag van 5000,00 euro, exclusief van toepassing en dit zowel voor exploitatie- als investeringsuitgaven.
Artikel 3.
Aan het vast bureau worden volgende personeelsaangelegenheden gedelegeerd:
* goedkeuren van reglementen inzake personeel
* vaststellen van de rechtspositieregeling
* vaststellen van de personeelsformatie
* aangaan van dadingen met betrekking tot de beëindiging van hun aanstelling.
Artikel 4.
§1 Van visumverplichting worden vrijgesteld:
De verbintenissen die resulteren in een uitgaande netto kasstroom en een financiële verrichting tot gevolg hebben, waarvan het bedrag niet hoger is dan 10.000 EUR (exclusief btw); Voor weerkerende verbintenissen (verlengingen van overheidsopdrachten, huren, onderhoudscontracten,…) wordt voor de aftoetsing van de verbintenis aan het bedrag van 10.000 euro excl. BTW rekening gehouden met een forfaitaire looptijd van vier jaar.
§2 Het dossier dat ter visering wordt voorgelegd bevat alle stukken relevant voor de visering;
§3 Het visum wordt gegeven vooraleer de beslissing tot het aangaan van een verbintenis door het vast bureau wordt genomen, minstens voor de verbintenis zelf tot stand komt;
§4 Bij weigering van het visum geeft de financieel directeur een uitdrukkelijke motivering;
§5 De financieel directeur beschikt over zes kalenderdagen voor het afleveren van een visum. Een agendapunt dat visum vereist kan maar effectief beslist worden mits deze termijn gerespecteerd wordt, tenzij in geval van hoogdringendheid.
Artikel 5.
Het vast bureau kan beslissen een aangelegenheid die haar bij dit reglement werd toevertrouwd niettemin voor beslissing voor te leggen aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 6.
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt het reglement van 25 april 2022.
Artikel 7.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de Dienst Financiën;
- de overige gemeentelijke diensten;
Gelet op artikel 263 van de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel waarin de wettelijke en bijkomende feestdagen werden vastgelegd;
Gelet op het feit er in 2026 vijf feestdagen samenvallen met een zaterdag of een zondag, nl.:
Gelet dat kermismaandag in mei 2026 samenvalt met Pinkstermaandag.
Overwegende dat de raad bevoegd is om – voor de feestdagen die samenvallen met een zaterdag of een zondag – te bepalen dat de vervangingsdagen ofwel vrij kunnen opgenomen worden, overeenkomstig de regels die gelden inzake jaarlijkse vakantie, ofwel collectief worden vastgelegd;
Overwegende de beslissing van het schepencollege van 20 oktober 2025 om navolgend voorstel in verband met het opnemen van de feestdagen die in 2026 op zaterdag of zondag vallen voor te leggen aan de representatieve vakorganisaties, de gemeenteraad en de OCMW-raad :
en dit samen met de verplaatsing van de dienstvrijstelling voor kermismaandag mei in 2026 naar kermismaandag in augustus 2026 (10/8/2026) vermits kermismaandag in mei samenvalt met Pinkstermaandag.
Overwegende de ondertekende protocols van de representatieve vakorganisaties.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 77 +78 van het decreet lokaal bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 20 februari 2018.
Artikel 1.
Het opnemen van de feestdagen die in 2026 op zaterdag of zondag vallen wordt voor het OCMW-personeel als volgt vastgelegd :
Artikel 2.
In te stemmen met de verplaatsing van de dienstvrijstelling voor kermismaandag mei in 2026 naar kermismaandag in augustus 2026 (10/8/2026) vermits kermismaandag in mei samenvalt met Pinkstermaandag.
Artikel 3.
Deze bijkomende sluitingsdagen dienen tijdig bekend gemaakt te worden aan de bevolking.
Artikel 4.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen , mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de Dienst Personeel.
Gelet op de verschillende vakantieregelingen van toepassing bij de lokale besturen in Vlaanderen, nl.
de vakantieregeling private sector en de vakantieregeling publieke sector waarbij in de vakantieregeling private sector het recht op (wettelijke) vakantiedagen wordt opgebouwd op basis van de prestaties in het vakantiedienstjaar (het voorgaande jaar) en in de vakantieregeling publieke sector het recht op vakantiedagen wordt opgebouwd op basis van de prestaties in het vakantiejaar (het jaar zelf);
Gelet op de verplichting om de vakantieregeling publieke sector toe te passen op het statutair personeel;
Gelet op artikel 17 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen waardoor een lokaal bestuur het recht heeft om voor haar contractuele personeelseden te kiezen welk vakantiestelsel op hen van toepassing is, het privaat dan wel het publiek vakantiestelsel;
Gelet op de bepaling in artikel 258 van de rechtspositieregeling voor de personeelsleden van OCMW Herk-de-Stad : "Voor de contractuele personeelsleden en op proef benoemde personeelsleden worden de wettelijke vakantiedagen berekend op basis van de prestaties van het vakantiedienstjaar en de bijkomende vakantiedagen op basis van de prestaties van het vakantiejaar".
Overwegende dat het huidige stelsel voor gevolg heeft dat:
Overwegende dat de administratieve belasting van het vakantiestelsel private sector hoger ligt dan het vakantiestelsel publieke sector;
Overwegende dat door het vakantietegoed toe te kennen op basis van de prestaties van het lopende jaar er wordt gezorgd voor een grote vereenvoudiging en meer transparantie voor de medewerkers; de vakantiedagen worden op een meer logische manier opgebouwd, wat zorgt voor een grotere herkenbaarheid bij de medewerkers; bij een uitdiensttreding zal het enkel vakantiegeld niet langer moeten uitbetaald worden;
Overwegende dat het vakantiestelsel publieke sector nauwer aansluit bij wat de Europese wetgeving vooropstelt, namelijk dat voltijds werkende werknemers recht hebben op minstens 20 vakantiedagen binnen het jaar waarin de prestaties geleverd worden;
Overwegende de nota van de dienst personeel;
Overwegende de bespreking op het managementteam van 30 augustus 2023 waarbij werd geadviseerd om voor de contractuele personeelsleden over te schakelen naar het vakantiestelsel publiek, bij voorkeur vanaf 1 januari 2024;
Overwegende de beslissing van het schepencollege van 27 oktober 2025 waarbij principieel werd ingestemd met de overgang van het vakantiestelsel private sector naar het vakantiestelsel publieke sector voor de contractuele medewerkers van gemeente en OCMW met ingang van 1 januari 2026 en deze overgang voor te leggen aan de representatieve vakorganisaties, de gemeenteraad en de OCMW-raad;
Overwegende de ondertekende protocols van de representatieve vakorganisatie zoals toegevoegd in bijlage.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 77+78 van het decreet lokaal bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, artikel 17;
Gelet op het raadsbesluit van 20 februari 2018 houdende goedkeuring van de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel.
Overwegende dat de omschakeling naar het vakantiestelsel publieke sector voor de contractuele medewerkers als een uitdiensttreding wordt beschouwd; dat enkel en dubbel vertrekvakantiegeld verschuldigd is aan de medewerkers die nu reeds in dienst zijn;
Overwegende dat – bij overgang op 1 januari - het enkelvoudig vertrekvakantiegeld eind januari dienst uitbetaald te worden en de betaling van het dubbel vertrekvakantiegeld mag uitgesteld worden (met instemming van de FOD WASO) naar de gewone uitbetalingsdatum om op die manier de impact voor de contractuele medewerkers te minimaliseren;
Overwegende dat het in feite gaat om een vooruitgeschoven betaling; bij de effectieve uitdiensttreding (wegens ontslag op pensionering) zou het enkel en dubbel vertrekvakantiegeld ook verschuldigd zijn;
Overwegende dat door het publieke vakantiestelsel te volgen een lagere patronale sociale zekerheidsbijdrage voor het contractueel personeel (2,09% minder) verschuldigd is waardoor een structurele besparing gerealiseerd wordt;
Overwegende de berekeningen door ons sociaal secretariaat Cipal-Schaubroeck waarbij de eenmalige meerkost wordt geraamd op 110.038,7 voor het OCMW en de jaarlijkse besparing wordt geraamd op 22.804,84 voor het OCMW waardoor de (tijdelijke) meerkost op 4,83 jaar wordt terugverdiend.
Artikel 1.
De overgang van het vakantiestelsel private sector naar het vakantiestelsel publieke sector voor de contractuele medewerkers van de OCMW met ingang van 1 januari 2026 goed te keuren.
Artikel 2.
Hiertoe navolgende bepaling in artikel 258 van de rechtspositieregeling voor de personeelsleden van OCMW Herk-de-Stad te schrappen : "Voor de contractuele personeelsleden en op proef benoemde personeelsleden worden de wettelijke vakantiedagen berekend op basis van de prestaties van het vakantiedienstjaar en de bijkomende vakantiedagen op basis van de prestaties van het vakantiejaar".
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen , mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de Dienst Personeel.
Gelet op de inkomende briefwisseling die ter kennis gebracht dient te worden aan de leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 77+78.
Enig artikel.
Er zijn geen kennisgevingen van de briefwisseling gericht aan de voorzitter en/of leden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
Namens Raad voor Maatschappelijk Welzijn,
Nathalie Creten
Algemeen Directeur
Jimmy Graulus
Voorzitter