De voorzitter opent de zitting op 08/12/2025 om 20:08.
Gelet op de ontwerpnotulen van de gemeenteraad van 10 november 2025;
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 32;
Enig artikel.
De ontwerpnotulen van de gemeenteraad van 10 november 2025 worden zonder opmerkingen goedgekeurd.
Gelet dat, in uitvoering van artikel 254 van het decreet over het lokaal bestuur, voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan moet worden vastgesteld;
Gelet dat het meerjarenplan een beleidsrapport is dat geïntegreerd dient te worden goedgekeurd door de gemeenteraad nadat beide raden elk hun deel hebben goedgekeurd;
Gelet dat dit meerjarenplan start het tweede jaar van de legislatuur en afloopt op het einde van het jaar na de volgende verkiezingen, met andere woorden het meerjarenplan beslaat de periode 2026-2031.
Overwegende de vijf inspraakavonden waarbij het lokaal bestuur in gesprek ging met inwoners om te horen wat er leeft in de stad;
Overwegende de georganiseerde brede bevraging waarbij 333 inzendingen van burgers werden ontvangen;
Overwegende dat de verworven inzichten uit deze inspraakavonden en de bevraging een belangrijke bouwsteen vormen voor het voorliggende meerjarenplan;
Overwegende de talrijke overlegmomenten tussen administratie (vertegenwoordigd door het managementteam) en bestuur (vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen) waarbij de acties van het voorliggende meerjarenplan vorm werden gegeven;
Overwegende dat het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting;
Overwegende dat in de strategische nota van het meerjarenplan de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het intern en extern te voeren beleid geïntegreerd worden weergegeven;
Overwegende dat in de financiële nota van het meerjarenplan de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota worden weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd;
Overwegende dat de beide delen van het meerjarenplan dienen vergezeld te zijn van een toelichting die alle informatie bevat over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen;
Overwegende dat, in toepassing van artikel 4 van het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, de documentatie bij het meerjarenplan ter beschikking gesteld moet worden en deze in bijlage wordt toegevoegd.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op de artikelen 40 en 41 van het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur, zoals gewijzigd;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd;
Gelet op het ministerieel van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Gelet op de volgende evolutie van de autofinancieringsmarge:
"Raadslid Lore Michiels verantwoordt haar onthouding namens de fractie CD&V-NIEUW als volgt:
Onze fractie waardeert het dat er in het voorliggende meerjarenplan verder gewerkt wordt aan bepaalde thema’s die vorige legislatuur reeds ingezet werden en dat er plannen voor investeringen zijn.
Toch kunnen wij het plan in zijn huidige vorm niet voluit steunen. De reden daarvoor is niet zo zeer principieel, maar inhoudelijk en budgettair onderbouwd.
Om deze redenen kiest onze fractie voor een onthouding. We erkennen de positieve intenties en delen veel van de beleidsrichtingen, maar we vinden dat de huidige uitwerking nog niet de duidelijkheid, transparantie en verbondenheid tussen beleidsdomeinen bevat die noodzakelijk zijn voor een volwaardige goedkeuring.
Onze inwoners moeten erop kunnen rekenen dat wij ons elke dag inzetten om hen het allerbeste te bieden; zij verwachten terecht dat wij steeds een stap verder gaan en ons extra inspannen om hun welzijn en levenskwaliteit te garanderen.
Wij blijven wel meewerken aan de verdere verbetering en concretisering van dit plan in de komende bijsturingen. "
"Raadslid Kim Beutels verantwoordt zijn onthouding namens de fractie Vlaams Belang als volgt:
Ik bedank eerst en vooral alle diensten voor het mooie en duidelijke werk bij het opstellen van het meerjarenplan.
Er staan veel goede dingen zoals de belastingen en opcentiemen die niet verhoogd worden en de parkeerproblematiek in Schulen waar iets aan gedaan wordt.
Maar ook zijn er zaken die niet zo goed zijn. Ik denk hierbij aan de 20000 euro die gegeven wordt aan hulp voor landen in het zuiden. Deze steun kan beter gaan naar armoede en hulp voor mensen hier bij ons.
Om deze reden, dus dat er goede punten zijn maar ook slechte punten waarvoor ik mijn steun niet kan geven of waarmee ik niet akkoord wens te gaan, wens ik me namens de fractie Vlaams Belang te onthouden."
Artikel 1.
De strategische en financiële nota van het meerjarenplan 2026-2031, gemeentelijk deel wordt goedgekeurd.
De kredieten 2026 worden voor de gemeente als volgt vastgesteld:
Artikel 2.
De strategische en financiële nota van het meerjarenplan 2026-2031, deel van het OCMW, zoals goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn wordt eveneens goedgekeurd.
Artikel 3.
De gemeenteraad verleent haar goedkeuring aan het geïntegreerde meerjarenplan 2026-2031 voor gemeente en OCMW rekening houdend met onderstaande beschikbaar budgettair resultaat en autofinancieringsmarge (Journaalnummers: Budg. 69800).
Artikel 4.
De gemeenteraad neemt kennis van de documentatie die als bijlagen werden toegevoegd bij het meerjarenplan.
Artikel 5.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de dienst financiën.
Gelet dat artikel 242 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur stelt dat de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast stelt en deze ter goedkeuring voorlegt aan de gemeenteraad;
Gelet dat de raad van bestuur op 12 november 2025 het meerjarenplan van het Autonoom Gemeentebedrijf 2020-2025 - aanpassing 2025-1 heeft vastgesteld.
Overwegende dat in de strategische nota van het meerjarenplan de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het intern en extern te voeren beleid geïntegreerd worden weergegeven.
Overwegende dat in de financiële nota van het meerjarenplan de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota worden weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
Overwegende dat de beide delen van het meerjarenplan dienen vergezeld te zijn van een toelichting die alle informatie bevat over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.
Overwegende dat in toepassing van artikel 4 van het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen de documentatie bij het meerjarenplan ter beschikking gesteld moet worden en deze in bijlage wordt toegevoegd.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op de artikelen 40 en 41 van het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur, zoals gewijzigd;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 - aanpassing meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen;
Gelet dat conform artikel 257 §1 van het Decreet Lokaal Bestuur de periode van het meerjarenplan altijd de periode 2020-2025 blijft maar de financiële nota verplicht altijd de financiële consequenties voor tenminste drie toekomstige boekjaren beschrijft vandaar dat in voorliggende aanpassing ook een raming voor de boekjaren 2026 en 2027 is meegenomen.
Gelet op het volgende beschikbaar budgettair resultaat:
Artikel 1.
De strategische en financiële nota van het meerjarenplan 2020-2025 - aanpassing 2025 - 1 wordt goedgekeurd.
De kredieten 2025 worden voor het autonoom gemeentebedrijf als volgt goedgekeurd:
Artikel 2.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2020-2025 - aanpassing 2025 - 1 voor het autonoom gemeentebedrijf goed rekening houdend met onderstaande beschikbaar budgettair resultaat en autofinancieringsmarge (Journaalnummers: Budg. 1360).
Artikel 3.
De gemeenteraad neemt kennis van de documentatie die als bijlagen werden toegevoegd bij het meerjarenplan.
Artikel 4.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de dienst financiën.
Gelet dat artikel 242 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur stelt dat de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast stelt en deze ter goedkeuring voorlegt aan de gemeenteraad;
Gelet dat de raad van bestuur op 12 november 2025 het meerjarenplan van het Autonoom Gemeentebedrijf 2026-2031 heeft vastgesteld.
Overwegende dat in de strategische nota van het meerjarenplan de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het intern en extern te voeren beleid geïntegreerd worden weergegeven.
Overwegende dat in de financiële nota van het meerjarenplan de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota worden weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.
Overwegende dat de beide delen van het meerjarenplan dienen vergezeld te zijn van een toelichting die alle informatie bevat over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.
Overwegende dat, in toepassing van artikel 4 van het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, de documentatie bij het meerjarenplan ter beschikking gesteld moet worden en deze in bijlage wordt toegevoegd.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op de artikelen 40 en 41 van het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, zoals gewijzigd.
Gelet op het volgende beschikbaar budgettair resultaat:
Artikel 1.
De strategische en financiële nota van het meerjarenplan 2026-2031 wordt goedgekeurd.
De kredieten 2026 worden voor het autonoom gemeentebedrijf als volgt goedgekeurd:
Artikel 2.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 voor het autonoom gemeentebedrijf goed rekening houden met onderstaande beschikbaar budgettair resultaat en autofinancieringsmarge (Journaalnummers: Budg. 1684).
De gemeenteraad neemt kennis van de documentatie die als bijlagen werden toegevoegd bij het meerjarenplan.
Artikel 4.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de dienst financiën.
Gelet op het project van de politiezone rond verkeershandhaving en bestuurlijke aanpak van criminaliteit;
Gelet dat in het verkeer regelmatig onveilige verkeerssituaties worden vastgesteld waarbij bestuurders al dan niet voor het plezier de openbare weg onveilig maken: veel te hard rijden, met opzet slippen en driften, enz.;
Gelet dat de omwonenden klagen over overlast en onveiligheid, andere weggebruikers worden, minstens potentieel, in gevaar gebracht;
Gelet dat in dat kader de burgemeester bevoegd is om de nodige maatregelen te nemen die de openbare orde vrijwaren en garanderen;
Gelet op de goedkeuring van het addendum bij het Protocolakkoord bestuurlijke handhaving criminaliteit en onveiligheid op de gemeenteraad van 14 februari 2022;
Gelet dat in een aantal gevallen het noodzakelijk is om voertuigen van roekeloze bestuurders te immobiliseren en van de openbare weg te halen als preventieve maatregel. Het voertuig wordt dan om die reden bestuurlijk in beslag genomen;
Gelet op het besluit van het politiecollege van 11 december 2023 inzake bestuurlijke gunning van de overheidsopdracht voor bestuurlijke takelingen en het stallen van voertuigen;
Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
• Perceel 1 (Bestuurlijk takelen en stallen van foutgeparkeerde voertuigen
• Perceel 2 (Bestuurlijk takelen en stallen van foutgeparkeerde voertuigen > 3,5 T op grondgebied LRH);
• Perceel 3 (Bestuurlijk takelen en stallen van verkeersongevallenvoertuigen
• Perceel 4 (Bestuurlijk takelen en stallen van verkeersongevallenvoertuigen > 3,5T op grondgebied LRH).
De looptijd van elk perceel bestaat uit een basisopdracht van 2 jaar, gevolgd door 2 mogelijke verlengingen van telkens 1 jaar. De opdracht kent bijgevolg een definitief einde na 4 jaar.
Overwegende dat in hogergenoemd besluit slechts perceel 2 en 4 konden worden toegewezen, met andere woorden de takelingen en stalling van voertuigen van > 3,5 Ton;
Overwegende dat deze opdracht werd toegewezen aan de Hamse Sleepdienst, Kanaalweg 71, 3980 Tessenderlo - Ham, voor de tarieven voorzien in de tabel toegevoegd in de bijlage.
Gelet dat de politiezone zich engageerde om een nieuwe opdracht uit te schrijven voor de percelen 1 en 3 (voertuigen minder dan of gelijk aan 3,5 ton) maar dat uiteindelijk maar gegund kon worden bij besluit van het politiecollege van 27 mei 2024:
Perceel 1 (Bestuurlijk takelen en stallen van foutgeparkeerde voertuigen
• Perceel 2 (Bestuurlijk takelen en stallen van verkeersongevallenvoertuigen
Gelet op het feit dat deze opdracht gegund werd aan de firma Delveau, Simpernelstraat 19/A te 3511 Kuringen, voor de tarieven voorzien in de tabel toegevoegd in de bijlage.
Overwegende dat het voertuig wordt getakeld door de erkende takeldienst en daarna gestald ter bewaring;
Overwegende dat de stad de takel- en bewaringskosten betaalt aan de takeldienst;
Overwegende dat de kosten die een bestuurlijke inbeslagname met zich meebrengt, dienen doorgerekend te worden aan de roekeloze bestuurder van het voertuig. Het is immers door de roekeloze houding van de bestuurder en het gevaar dat hij/zij voor de gemeenschap vormt dat deze kosten gemaakt dienen te worden.
Overwegende dat de bezitter van het voertuig of de eigenaar van het voertuig/houder van de kentekenplaat de retributie verschuldigd is indien de bestuurder van het voertuig in gebreke blijft;
Overwegende dat de tarieven die in het retributiereglement opgenomen zijn, in functie zijn van de werkelijke kosten die door het takelbedrijf aangerekend worden;
Overwegende dat de retributie bestaat uit een forfaitair bedrag voor de inbeslagname van het voertuig en een bewaarkost per kalenderdag. Aangezien het takelen en stallen van zwaardere voertuigen (boven de 3.500kg maximaal toegelaten massa (MTM)) duurder is, wordt er een differentiatie gemaakt naargelang de zwaarte van het voertuig.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op de artikelen 40 §3, 41, 177, 279, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 341 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op de omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
Gelet dat verwacht wordt dat dit in de praktijk slechts zelden zal voorkomen, worden de opbrengsten van deze retributie als minimaal ingeschat;
Gelet dat deze retributie bovendien afgestemd is op de door de gemeente te betalen bewaar- en takelkosten, zal deze retributie in de praktijk geen positieve impact hebben op de financiën van de Stad;
Overwegende dat in de periode dat het reglement werd ingevoerd tot heden er geen enkele retributie in toepassing van dit reglement diende te worden geheven.
Artikel 1.
Met ingang vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en de stalling van voertuigen op het grondgebied van de stad Herk-de-Stad.
Artikel 2.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3.
De retributie bestaat uit twee delen en wordt als volgt vastgesteld:
De bewaarkost wordt berekend vanaf de dag dat het voertuig getakeld werd tot en met de dag waarop het voertuig effectief wordt opgehaald en dat ten vroegste op het moment dat de bestuurlijke inbeslagname eindigt, zoals vastgelegd in het burgemeestersbesluit.
Artikel 4.
Wordt de bestuurlijke inbeslagname bevolen bij besluit van de burgemeester maar blijkt het voertuig niet langer aanwezig te zijn waardoor de takeldienst zich wel ter plaatse heeft begeven maar er geen in beslagname kan gebeuren zal toch een retributie verschuldigd zijn van:
Artikel 5.
§ 1. De retributie is verschuldigd door de persoon die de bestuurder/gebruiker was van het voertuig op het moment van de feiten die aanleiding gaven tot de inbeslagname van het voertuig.
§ 2. De houder van de kentekenplaat en/of de eigenaar, dan wel bezitter, van het voertuig is de retributie verschuldigd indien de bestuurder in gebreke blijft.
Artikel 6.
§ 1. De totale retributie is verschuldigd bij opheffing van de bestuurlijke inbeslagname, en dient uiterlijk op het moment van het ophalen van het voertuig betaald te worden.
§ 2. De betaling van de retributie dient contant te gebeuren, bij voorkeur met debet- of creditcard.
§ 3. Op het moment van het ophalen van het voertuig dient de verschuldigde retributie volledig betaald te zijn. Het voertuig wordt niet vrijgegeven zolang de betaling niet voldaan is.
§ 4. Indien de volledige retributie nog niet betaald is op dag waarop men het voertuig zou komen ophalen en/of het voertuig niet opgehaald wordt op de voorziene dag, dan wordt de stalling verlengd en de bijkomende bewaarkost eveneens aangerekend.
§ 5. Ingeval het voertuig niet of niet tijdig wordt opgehaald, is de retributie verschuldigd tot de dag waarop de eigenaar of het voertuig heeft opgehaald of vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn voertuig of de dag waarop de gemeente/stad of de takeldienst conform het burgerlijk recht over het voertuig kan beschikken.
Artikel 7.
Bij gebrek aan betaling beschikt het stadsbestuur, met het oog op de invordering, over de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen voor de onbetwiste en opeisbare retributie, zoals voorzien in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur. Voor de betwiste retributie kan het stadsbestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden.
Artikel 8.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet dat het afleveren van allerlei administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties voor de gemeente lasten meebrengt en dat het aangewezen is hiervoor een gematigde retributie in te vorderen.
Gelet dat het huidige van toepassing zijnde reglement afloopt op 31 december 2025.
Overwegende dat voor verzoeken tot naamsverandering volgens artikel 370/8/1 van het oud Burgerlijk Wetboek geen retributie gevraagd mag worden (niettegenstaande eerdere communicatie vanuit de federale overheid), wordt deze passage geschrapt;
Overwegende dat de retributie voor natuurvergunningen thuishoort onder het retributiereglement op aanvragen, meldingen en wijzigingen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet, wordt deze passage geschrapt;
Overwegende dat voor de retributies voor een identiteitskaart, vreemdelingenkaart, kids-ID, paspoorten en rijbewijzen de forfaitaire bedragen aangepast worden aan de gestegen levensduurte (+25%) sinds de laatste aanpassing van deze bedragen;
Overwegende dat het bedrag voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek afgestemd is op het bedrag dat aan een externe expert betaald dient te worden voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek;
Overwegende dat het bedrag voor de eenzijdige verklaring van de beëindiging van het wettelijk samenwonen verhoogd dient te worden gelet dat het bedrag dat aan de deurwaarder betaald dient te worden voor de betekening ook sterk gestegen is;
Overwegende dat de dienst burgerzaken een huwelijksboekje als aandenken aan trouwers aanbiedt (geen verplichte afname) en doch in geval van aflevering een bedrag van 25 euro wenst te vragen.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op artikelen 3.3 en 3.3/1 van de Vlaamse codex Wonen;
Gelet op artikel 3.4. van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Gelet op de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
Gelet op de wet van 18 december 2016 tot wijziging van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;
Gelet op het koninklijk Besluit van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning;
Gelet op artikel 1476 van het burgerlijk wetboek.
Artikel 1.
De gemeenteraad geeft haar goedkeuring aan hiernavolgend retributiereglement inzake de aanvraag van administratieve prestaties en op de aanvraag en/of afgifte van allerlei administratieve stukken goed:
Artikel 1.
Er wordt vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van drie jaar eindigend op 31 december 2028 een retributie gevestigd op de aanvraag van administratieve prestaties en op de aanvraag en/op afgifte van allerlei administratieve stukken door het gemeentebestuur.
Deze retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd en/of die de administratieve prestaties aanvraagt.
Artikel 2.
Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:
1) Voor de identiteitskaart Belgen: de prijs die de gemeente aan de federale overheid dient te betalen, verhoogd met 3,75 euro, desgevallend afgerond naar de hogere euro.
Voor de vreemdelingenkaart: de prijs die de gemeente aan de federale overheid dient te betalen, verhoogd met 3,75 euro, desgevallend afgerond naar de hogere euro.
Voor de Kids-ID: de prijs die de gemeente aan de federale overheid dient te betalen, verhoogd met 3,75 euro, desgevallend afgerond naar de hogere euro.
2) Voor een huwelijksboekje als aandenken aan het huwelijk: 25,00 euro.
3) Voor de paspoorten: de prijs die de gemeente aan de federale overheid dient te betalen, verhoogd met 14,00 euro.
4) Voor de rijbewijzen: de prijs die de gemeente aan de federale overheid dient te betalen, verhoogd met 7,50 euro.
5) Voor verzoeken tot vergunningen tot verandering of tot toevoeging van een of meer voornamen: 150,00 euro.
6) Kosten in het kader van verkoop van onroerend goed door de gemeente: de effectieve kostprijs (schattingskosten, administratieve kosten) wordt doorgerekend
7) Voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.
Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
Het conformiteitsonderzoek is gratis in de volgende gevallen:
8) Voor het maken van kopies bij alle gemeentelijke diensten :
- voor verenigingen:
A4 : 0,10 euro
A4: recto verso : 0,15 euro
A3 : 0,15 euro
met een maximum van 250 kopies per jaar;
- voor privé personen en voor verenigingen bij overschrijding van 250 kopies per jaar:
A4 : 0,15 euro
A4: recto verso : 0,20 euro
A3 : 0,20 euro
9) Voor de eenzijdige verklaring van de beëindiging van het wettelijk samenwonen: 400 euro.
Artikel 3.
De retributie wordt ingevorderd bij het afleveren van het document of bij de aanvraag van de prestatie. De personen die onderworpen zijn aan de retributie zijn eveneens verplicht er het bedrag van in bewaring te geven op het ogenblik van de aanvraag, indien het document niet onmiddellijk kan afgeleverd worden. Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs afgeleverd.
Artikel 4.
Wanneer de gevraagde stukken met de post worden verstuurd, worden de verzendingskosten aan de retributie toegevoegd. Die kosten dienen bij de aanvraag te worden betaald. Zij zijn eveneens verschuldigd en vooruit betaalbaar wanneer artikel 5 van toepassing is.
Artikel 5.
Worden van de retributie vrijgesteld:
1. de stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd;
2. de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen; de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd;
3. de machtigingen aangaande godsdienstige of politieke manifestaties;
4. de machtigingen aangaande activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente;
5. de stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook aan instellingen van openbaar nut.
Artikel 6.
Indien de onmiddellijke invordering niet uitgevoerd kan worden, worden deze retributies betaald op rekening van het gemeentebestuur na toezending van een factuur.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de Heer provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Gelet op het feit dat het vorige reglement, goedgekeurd op de gemeenteraad van 16 december 2019 (en later gewijzigd) en van toepassing vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025, weldra afloopt en dient vernieuwd te worden.
Overwegende dat deze belasting wordt gevestigd, omdat het systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk in alle brievenbussen of op de openbare weg nadelig is voor het milieu, het volume papierafval verhoogt en bijkomende kosten van onder meer afhaling en verwerking meebrengt;
Overwegende dat in nastreving van deze doelstelling voorgesteld wordt om de vrijstelling voor reclamedrukwerk dat de eerste maal verspreid wordt in een nieuw kwartaal en waarvan het gewicht niet hoger is dan 50 gr te schrappen.
Overwegende dat de belastingen op niet-redactioneel drukwerk dalende zijn van 34.716,13 euro aan gerealiseerde ontvangsten in 2024 naar 26.000 euro aan begrote ontvangsten in 2025;
Overwegende dat de methode derhalve een positieve impact heeft gezien de daling van de inkomsten en dus een verstrenging een bijkomend positief effect zal hebben.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40 §3 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op artikel 170 §4 Grondwet;
Gelet op het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen.
Gelet dat de belastingen op niet-redactioneel drukwerk dalende zijn van 34.716,13 euro aan gerealiseerde ontvangsten in 2024 naar 26.000 euro aan begrote ontvangsten in 2025;
Gelet dat er een indexatie van de tarieven met 25% (met afronding naar boven) wordt toegepast die een tijdelijke verhoging van de belastingen op niet-redactioneel drukwerk met zich zal meebrengen;
Gelet dat de verwachting is dat de verspreiding van niet-redactioneel drukwerk ook de komende jaren zal afnemen.
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het volgend belastingreglement betreffende de heffing van een gemeentebelasting op de voor bestemmelingen kosteloze huis-aan-huisverspreiding van niet-redactioneel drukwerk 01/01/2026-31/12/2028 goed:
Belastingreglement betreffende de heffing van een gemeentebelasting op de voor bestemmelingen kosteloze huis-aan-huisverspreiding van niet-redactioneel drukwerk voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Artikel 1 - Belastbaar feit
Er wordt vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van drie jaar, eindigend op 31 december 2028 een belasting gevestigd op de voor bestemmelingen kosteloze huis-aan-huisverspreiding van niet-redactioneel drukwerk.
Artikel 2 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder niet-redactioneel drukwerk: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen, en die erop gericht is de potentiële klant ertoe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.
Drukwerken waarvan de bedrukte oppervlakte voor 75% of meer ingenomen wordt door tekst en /of afbeeldingen zonder handelskarakter vallen niet onder de toepassing van dit reglement.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Artikel 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de fysieke persoon of de rechtspersoon die opdracht gaf aan de drukker om te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te produceren.
Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan overeenkomstig artikel 4 of niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.
De drukker en de fysieke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of het product wordt verspreid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4 - Aangifteplicht
De belastingplichtige is gehouden ten laatste 14 dagen na de dag van de bedeling bij het gemeentebestuur aangifte te doen en alle nodige gegevens te bezorgen, bij voorkeur via het digitale aangifteformulier dat de gemeente hiertoe ter beschikking stelt op de website.
Als aangiftedatum geldt de postdatum, bij afgifte de datum vermeld op het ontvangstbewijs en bij elektronische aangifte de datum vermeld op de elektronische aangifte.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Artikel 5 - Vrijstellingen
Van belasting zijn vrijgesteld:
Artikel 6.1 - Verschuldigde belasting: eenheidstarief
De belasting wordt vastgesteld op:
Voor de berekening wordt de oppervlakte gemeten van alle bladzijden van de publicatie.
Het al dan niet volledig bedrukt zijn van een bladzijde geeft geen aanleiding tot een vermindering van de belasting.
Artikel 6.2 - Verschuldigde belasting: berekeningsbasis
Het verschuldigde bedrag wordt bekomen door vermenigvuldiging van het eenheidstarief met het aantal brievenbussen niet voorzien van een tekst die reclame weert.
Het aantal brievenbussen wordt bepaald op 1 januari van elk aanslagjaar.
Voor de totaliteit van het verspreide reclamedrukwerk kan rekening gehouden worden met het aantal brievenbussen in één of meerdere deelgemeenten of in de volledige gemeente.
Wanneer in één brievenbus van een bepaalde deelgemeente reclame gevonden wordt, bij gebrek aan tijdige en juiste aangifte, de ganse deelgemeente geacht bedeeld te zijn.
Onvolledige verspreiding van de drukwerken waarvan aangifte werd gedaan bij het gemeentebestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.
Artikel 7 - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van Burgemeester en Schepenen uiterlijk 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar.
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 25% bij een eerste overtreding en 50% bij een tweede en volgende overtreding binnen hetzelfde aanslagjaar. Deze verhoging wordt eveneens ingekohierd.
Artikel 8 - Betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 - Bezwaar
De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting per email aan secretariaat@herk-de-stad.be.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de heer Provinciegouverneur, terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de dienst Financiën.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet dat in het kader van het decreet lokaal bestuur de mogelijkheid is voorzien dat de gemeente differentieert in de tarieven van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 9 januari 2023 inzake de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing van het gewest voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025.
Overwegende dat het gemeentebestuur het ondernemerschap in het algemeen wil ondersteunen en men meer specifiek startende ondernemers enerzijds een financiële duw in de rug wil geven en anderzijds ook wil motiveren om zich fysiek in Herk-de-Stad te komen vestigen;
Overwegende dat het gemeentebestuur in het kader hiervan de aanwezigheid van startende ondernemers in het straatbeeld wil stimuleren;
Overwegende dat om deze redenen het gemeentebestuur een nultarief van gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing zal toestaan aan startende ondernemers, zoals dit begrip omschreven is in het reglement;
Overwegende dat teneinde de planlasten voor deze startende ondernemers maximaal te beperken, voor de detectie van de in aanmerking komende ondernemers gebruik maken van de gegevens die in de Kruispuntbank van Ondernemingen opgenomen zijn: ondernemingsnummer, adres, begindatum, NACE-code, ...
Overwegende dat we de voorwaarde inzake de publieksgerichtheid niet kunnen controleren op basis van de gegevens die in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen, dient er door de dienst lokale economie jaarlijks een fysieke controle georganiseerd te worden teneinde de definitieve lijst van percelen vast te stellen;
Overwegende dat het voorliggende reglement een verlenging betreft van de beslissing van de gemeenteraad van 9 januari 2023;
Overwegende het gunstige advies van 21 oktober 2025 van de Vlaamse Belastingdienst inzake de technische uitvoerbaarheid van de voorgestelde differentiatie inzake de opcentiemen onroerende voorheffing;
Overwegende het positief advies van 21 oktober 2025 van de middenstandsraad.
Bevoegdheidsgrond:
Overwegende artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Overwegende de artikelen 40 en 41 van het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Overwegende artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
Overwegende artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Overwegende artikel 3.1.0.0.6. van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Overwegende dat de ontvangst zal voorzien worden in het meerjarenplan 2026-2031 onder de algemene rekening 7300000;
Overwegende dat de uiteindelijke impact voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 afhankelijk zal zijn van de startende ondernemers in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027 op het grondgebied van Herk-de-Stad.
Artikel 1.
Er worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd aan het algemeen tarief van 756 opcentiemen.
Artikel 2.
Wat betreft startende ondernemers worden de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de twee aanslagjaren volgend op het jaar waarin ze hun nieuwe onderneming starten op het grondgebied van de gemeente Herk-de-Stad, gevestigd aan een nultarief m.b.t. de gronden en gebouwen die zij op het grondgebied van de gemeente in het kader van hun nieuwe onderneming op dat grondgebied betrekken.
Onder 'ondernemer' wordt verstaan : elke onderneming die rechtstreeks contact heeft of zoekt met het publiek en een activiteit uitoefent van kleinhandel of ambacht of een dienstverlenende activiteit uitoefent, gelijkwaardig aan kleinhandel, waarin men rechtstreeks met het publiek in contact komt.
Onder 'startende' ondernemer wordt verstaan : de ondernemer die een nieuwe vestiging op het grondgebied van de gemeente opent met het oog op de uitoefening van zijn bedrijf.
Onder 'publiek' wordt verstaan : personen die in hoofdzaak goederen of diensten afnemen voor privé gebruik.
Artikel 3.
Indien de startende ondernemer een pand huurt en de onroerende voorheffing door de verhuurder niet ten laste werd gelegd van de startende ondernemer/huurder, mag deze laatste het voordeel van het nultarief elk jaar dat hij er recht op heeft, verrekenen met de verschuldigde huur.
Artikel 4.
De vestiging en inning van de gemeentelijke belastingen gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst
Artikel 5.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de dienst Financiën.
Gelet op de beslissing van 5 juli 2010 tot de oprichting van een Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad;
Gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2010 houdende de goedkeuring van de statuten en van de oprichting van het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad en de publicatie van het genoemde ministerieel besluit in het Belgisch staatsblad van 16 november 2010;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 20 december 2010 houdende de wijziging van de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad;
Gelet op het ministerieel besluit van 28 maart 2011 houdende de goedkeuring van de wijziging van de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad en de publicatie ervan in het Belgisch staatsblad op 13 april 2011;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 24 juni 2019 houdende de goedkeuring van de wijziging van de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad en de bekendmaking ervan op de webtoepassing van de gemeente, overeenkomstig artikel 285, § 1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de overdracht door de stad aan het AGB van de publieke delen van de sporthal dd. 26 september 2013;
Gelet op de beheersovereenkomst 2020-2026 tussen de stad Herk-de-Stad en het autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid (AGB) Herk-de-Stad;
Gelet dat het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad instaat voor de exploitatie van de stedelijke sporthal, gelegen te 3540 Herk-de-Stad, Ursulinenstraat 1;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad;
Gelet op het retributiereglement gebruik publiek deel sportcomplex Herkules, Ursulinenstraat 1 te Herk-de-Stad, zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 december 2022.
Overwegende dat de stad, gezien haar sociaal-maatschappelijke functie, wenst dat de gebruikers van de sporthal dit kunnen doen aan een beperkte vergoeding en hierdoor, middels prijssubsidie, tussenkomt in de kostprijs.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op de artikelen 40 en 41 van het decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur.
Gelet dat een prijssubsidiefactor van 1,2 neerkomt op een geraamde uit te betalen prijssubsidie voor 2026 van afgerond 43.000 euro (excl.btw).
Artikel 1.
Het navolgende prijssubsidiereglement sporthal Herk-de-Stad tussen gemeente Herk-de-Stad en het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad wordt goedgekeurd vanaf 1 januari 2026:
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT SPORTHAL GELEGEN TE 3540 HERK-DE-STAD, Ursulinenstraat 1,
Tussen
de gemeente Herk-de-Stad, vertegenwoordigd door de gemeenteraad, gevestigd in de Pikkeleerstraat 14 – 3540 Herk-de-Stad, waarvoor handelen Jimmy Graulus, gemeenteraadsvoorzitter en Nathalie Creten, Algemeen Directeur, enerzijds;
en
het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad, vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad, gevestigd in de Pikkeleerstraat 14 – 3540 Herk-de-Stad, waarvoor handelt Sofie De Waele, voorzitter Raad van Bestuur, anderzijds;
wordt overeengekomen dat de gemeente Herk-de-Stad prijssubsidies zal toekennen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad voor het verlenen van recht op toegang tot de sporthal Herk-de-Stad, alsook voor de organisatie van sportkampen. Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidies vast en geldt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
VOORWAARDEN:
Het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026. Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad vastgesteld dat de inkomsten uit het verlenen van recht op toegang tot de sporthal Herk-de-Stad en de inschrijvingsgelden voor de sportkampen minstens 81.300 euro (exclusief btw) voor het kalenderjaar 2026 moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.
Om economisch rendabel te zijn wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad vanaf 1 januari 2026, om de waarde van de prijssubsidie te bepalen, de toegangsprijzen (exclusief btw) voor recht op toegang tot de sporthal Herk-de-Stad en inschrijvingsgelden voor de sportkampen te vermenigvuldigen met een factor 1,2.
De gemeente Herk-de-Stad erkent dat het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad, op basis van deze ramingen, de toegangsprijzen (exclusief btw) voor recht op toegang tot de sporthal Herk-de-Stad en inschrijvingsgelden voor de sportkampen moet verhogen om economisch rendabel te zijn.
De gemeente Herk-de-Stad wenst de toegangsgelden en inschrijvingsgelden voor de sportkampen te beperken opdat de sporthal Herk-de-Stad toegankelijk zou zijn voor iedereen. De gemeente Herk-de-Stad verbindt er zich toe om voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte toegangs- en inschrijvingsgelden te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies. De waarde van de prijssubsidie toegekend door de gemeente bedraagt de prijs (exclusief BTW) die de gebruiker/bezoeker betaalt voor recht op toegang tot de sporthal Herk-de-Stad en deelname aan de sportkampen vermenigvuldigd met een factor 1,2.
Deze gesubsidieerde toegangs- en inschrijvingsgelden kunnen steeds geherevalueerd worden tijdens het kalenderjaar 2026 in het kader van een periodieke evaluatie van de exploitatieresultaten van het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal de gemeente Herk-de-Stad deze steeds documenteren.
Het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad moet op de 15de werkdag volgend op elk kwartaal de gemeente Herk-de-Stad een overzicht bezorgen van de bezoekers waaraan recht op toegang tot de sportaccommodatie is verleend. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels een vorderingsdocument dat het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad uitreikt aan de gemeente Herk-de-Stad. De gemeente Herk-de-Stad dient te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad binnen de maand na ontvangst van vermeld document.
Artikel 2.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 1 januari 2027 zal worden onderhandeld tussen de gemeente Herk-de-Stad en het Autonoom Gemeentebedrijf Herk-de-Stad vóór 31 december 2026.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet dat een nieuw algemeen reglement inzake ambulante activiteiten in opmaak is;
Gelet dat in navolging van dit reglement ook de hiermee samenhangende retributie- en belastingreglementen aangepast dienen te worden;
Gelet dat in afwachting hiervan, teneinde geen periode te hebben waar er geen belastingreglement van toepassing is, voorgesteld wordt om het tot op heden van kracht zijnde reglement te verlengen voor een maximale termijn van 1 jaar.
Overwegende dat zulke handelsactiviteiten geen deel uitmaken van een woning of handelszaak met vaste vestigingsplaats en dus weinig of geen kadastraal inkomen hebben en bijgevolg hiervoor weinig of geen onroerende voorheffing betalen;
Overwegende dat het gaat om handelsuitbatingen, die niet deel uitmaken van een woning met kadastraal inkomen of van een bestendige handelszaak met eigen infrastructuur, en die niet betrokken zijn in officieel georganiseerde markten met verhuurde standplaatsen, kermissen of manifestaties met gemeentelijke toelating;
Overwegende dat deze uitbatingen bijgevolg de vast gevestigde handelaars in hun verkoop benadelen;
Overwegende dat deze manier van handel drijven een oneerlijke concurrentie is ten opzichte van de handelaars in vaste gebouwen die een aanzienlijke belasting betalen als onroerende voorheffing;
Overwegende dat het de plicht is van de gemeente al het mogelijke te doen om de bestaande handelsuitbatingen en KMO’s te handhaven en nieuwe aan te trekken om zich hier te komen vestigen;
Overwegende dat zulke verkoopstanden bovendien urbanistisch de omgeving ontsieren;
Overwegende dat deze verkoopstanden verkeerstechnisch dikwijls een gevaar betekenen voor de weggebruikers;
Overwegende dat de gemeente haar belasting zo evenwichtig mogelijk moet spreiden over alle handelaars;
Overwegende dat dit reglement en de toepassing ervan de eigenaar/exploitant niet ontslaat van de toetsing van de ruimtelijke inpasbaarheid van de automaat, stalletje of kraam aan de goede ruimtelijke ordening.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, zoals gewijzigd;
Gelet op het koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten;
Gelet op het belastingreglement op het drijven van handel buiten de eigen handelszaak van 16 december 2019 dat tijdelijk dient verlengd te worden.
Overwegende dat de jaarlijkse ontvangsten op basis van dit reglement geraamd worden op 1.000 euro.
Artikel 1.
Navolgende belasting op het drijven van handel buiten de eigen handelszaak wordt goedgekeurd.
Artikel 1
Vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van één jaar, eindigend op 31 december 2026, wordt een belasting geheven:
• op de handelsuitbatingen die tot doel hebben allerhande koopwaren te verkopen hetzij op privé-eigendommen, hetzij op openbaar domein en die geen deel uitmaken van een woning met kadastraal inkomen of van een bestendige handelszaak en die niet betrokken zijn in officieel georganiseerde markten, kermissen of manifestaties met gemeentelijke toelating.
en/of
• ten laste van de personen die leuren op het grondgebied van de gemeente. Wordt, voor de toepassing van dit reglement, als leuren beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten aan de consument, door een handelaar buiten de vestigingen vermeld in zijn inschrijving in de kruispuntbank der ondernemingen of door een persoon die niet over een dergelijke vestiging beschikt.
Artikel 2
Worden van de belasting vrijgesteld:
- verkopen zonder handelskarakter en met een uitsluitend menslievend doel;
- de verkopen in het kader van salons, handels- of landbouwbeurzen en kunsttentoonstellingen;
- de verkoop van kranten en tijdschriften en de postorderverkopen;
- de verkoop door een gevestigd handelaar op de openbare weg aan zijn winkel, voor zover de kraam, het stalletje of de automaat kan worden aanzien als het normale verlengstuk van de vestiging;
- openbare verkopen met de bijstand van ministeriële ambtenaren;
- de verkopen en dienstverleningen die ten huize van de consument plaatsvinden en waarvoor voorafgaand en uitdrukkelijk het bezoek van de verkoper gevraagd werd;
- de verkopen van de eigen teelt langs het domicilie of winningadres.
Artikel 3
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:
• 165,00 EURO voor een onafgebroken periode van 6 maanden
• 280,00 EURO voor een onafgebroken periode van 12 maanden;
Iedere begonnen periode betekent minstens 6 maanden.
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de handelsuitbating of door de leurder.
Artikel 5
De personen die onderworpen zijn aan de belasting dienen – en dit voordat ze op het grondgebied van de gemeente met hun activiteit beginnen – op het gemeentesecretariaat een aangifte in te dienen waarin onder meer de periode vermeld wordt waarop de belasting moet toegepast worden. Er wordt hen een ontvangstbewijs van deze aangifte afgeleverd; dit bewijs moet vertoond worden op eenvoudig verzoek van de ambtenaren in dienst van de stad Herk-de-Stad.
Artikel 6
Bij gebrek aan aangifte vooraf aan de opstart van de belastbare activiteit of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd worden.
Deze ambtshalve belasting wordt verhoogd met 100%.
Artikel 7
De overtredingen op de aangifteplicht worden vastgesteld door de financieel directeur.
Artikel 8
Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingekohierd en wordt ze een kohierbelasting. De kohierbelasting moet betaald zijn binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Artikel 9
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
Artikel 10
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de dienst financiën;
- de dienst lokale economie.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet dat een nieuw algemeen reglement inzake ambulante activiteiten in opmaak is;
Gelet dat in navolging van dit reglement ook de hiermee samenhangende retributie- en belastingreglementen aangepast dienen te worden;
Gelet dat in afwachting hiervan, teneinde geen periode te hebben waar er geen belastingreglement van toepassing is, voorgesteld wordt om het tot op heden van kracht zijnde reglement te verlengen voor een maximale termijn van 1 jaar.
Overwegende dat het openbaar domein voor eenieder bestemd is;
Overwegende dat er voor de organisatie van een markt een inname van het openbaar domein nodig is;
Overwegende dat het in het gebruik nemen van het openbaar domein voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengt op het vlak van veiligheid, onderhoud van het openbaar domein, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, zoals gewijzigd;
Gelet op het K.B. tot uitvoering van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten;
Gelet op het belastingreglement op de standplaatsen op markten van 16 december 2019 dat tijdelijk dient verlengd te worden.
Artikel 1.
Navolgende belasting op de standplaatsen op de markten wordt goedgekeurd.
Artikel 1
Er wordt vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van één jaar, eindigend op 31 december 2026 een belasting gevestigd op de markten.
Artikel 2
Het bedrag van deze belasting wordt vastgesteld als volgt:
Er wordt een vermindering toegestaan van:
Artikel 3
De marktkramers die gebruik maken van een aansluiting op het elektriciteitsnet zijn verplicht om samen met bovenvermelde bedragen een bijkomend recht te betalen van 1,25 euro. De vermindering voor de abonnementen geldt niet voor het bijkomend recht van aansluitingen op het elektriciteitsnet.
Artikel 4
De oppervlakte van de winkel en kramen zal berekend worden op de meest uitspringende gedeelten, hetzij boven aan de kop, hetzij aan de voet.
In geval van geschil over de meting zal het College van Burgemeester en Schepenen uitspraak doen.
Artikel 5
Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingekohierd en wordt ze een kohierbelasting.
Artikel 6
Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Artikel 7
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
Artikel 8
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de dienst financiën;
- de dienst lokale economie.
Gelet op de machtiging van de Vlaamse Toezichtscommissie om persoonsgegevens uit te wisselen in het kader van de uitvoering van dit reglement.
Overwegende dat de afkoppeling van hemelwater van de openbare riolering noodzakelijk is voor de efficiëntie en de goede werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties;
Overwegende dat indien de afkoppeling niet voor elke woning gebeurt, hemelwater in de afvalwaterleiding van het openbare rioleringsstelsel terechtkomt;
Overwegende dat de dimensionering van dergelijke afvalwaterleidingen door de rioolbeheerder niet voorzien wordt voor opvang van hemelwater maar enkel voor opvang van afvalwater;
Overwegende dat de niet-afkoppeling bijgevolg tevens kan resulteren in wateroverlast op het openbaar domein en / of overlast bij naburige gebouwen waar de afkoppeling wel werd uitgevoerd;
Overwegende dat dergelijke situatie tevens kan resulteren in het lozen van afvalwater in oppervlaktewateren of in de hemelwaterleiding, met bijkomende kosten en eventuele verontreiniging op het openbaar domein tot gevolg;
Overwegende dat in deze situaties extra inzet en opvolging van en door de gemeentelijke diensten noodzakelijk is ter herstelling van de openbare reinheid;
Overwegende dat om deze redenen bij aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel het hemelwater afkomstig van privéterrein moet afgekoppeld worden conform de bepalingen van artikel 6.2.2.1.2 van Vlarem II;
Overwegende dat naar aanleiding van de uitvoering van een project tot aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel hiertoe gratis een afkoppelingsadvies, opgemaakt door de afkoppelingsdeskundige, aangesteld door de rioolbeheerder, wordt gegeven aan de betrokken eigenaars van aanpalende percelen;
Overwegende dat om dezelfde redenen als hierboven vermeld bij nieuwbouw of verbouwing een gescheiden aanleg van afval- en hemelwaterleiding op privédomein tot aan de perceelgrens wordt opgelegd in de omgevingsvergunning;
Overwegende dat het algemeen waterverkoopreglement sinds 1 juli 2011 een keuring van de privéwaterafvoer verplicht in volgende gevallen:
- Voor de eerste ingebruikname;
- Bij belangrijke wijzigingen;
- Na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid (de wettelijke voorschriften) op verzoek van de exploitant;
- Bij aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein.;
Overwegende dat een intensieve begeleiding wordt opgezet door de betrokken partners, gemeente en rioolbeheerder, om de eigenaars bij te staan in een correcte afkoppeling van hemel- en afvalwater;
Overwegende dat deze intensieve begeleiding eindigt wanneer de betrokken eigenaar een conform keuringsattest betreffende de privéwaterafvoer aflevert overeenkomstig hogervermelde regelgeving;
Overwegende dat wanneer eigenaars geen conform keuringsattest aanleveren, een bijkomende intensieve opvolging vereist is die extra kosten met zich meebrengt;
Overwegende dat de aanleg van 2-DWA-leidingen met een maximale afkoppeling op woningniveau tevens noodzakelijk is om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies voor de uitvoering van de rioleringswerken vanwege de VMM;
Overwegende dat er nog steeds lozingen gebeuren van afvalwater op grachten of sterfputten in plaats van het aansluiten van de privéwaterafvoer op het openbaar saneringsnetwerk, waardoor lozingen van afvalwater de oppervlaktewateren of het grondwater kunnen verontreinigen;
Overwegende dat vastgesteld wordt dat er nog steeds nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze op het openbaar saneringsnetwerk gebeuren, dat dus nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen niet worden aangevraagd bij de rioolbeheerder;
Overwegende dat dergelijke nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze intensieve opvolging en extra kosten met zich meebrengen;
Overwegende dat de betrokken eigenaars door dit nalaten of illegaal aansluiten niet op gelijke wijze bijdragen aan de realisatie van de milieudoelstellingen voortvloeiende uit de Vlaamse wetgeving en reglementering en het gemeentelijk beleid;
Overwegende dat de nodige afspraken gemaakt werden tussen de rioolbeheerder en de gemeente inzake de opvolging van dergelijke overtredingen en inbreuken, en op het (administratieve) voortraject dat in de schoot van de rioolbeheerder en de gemeente wordt doorlopen;
Overwegende dat het opvolgtraject de desbetreffende burgers voldoende kansen biedt om tot een gekeurde huisaansluiting te komen, doch dat voor deze die na drie pogingen nog steeds in gebreke blijven een dossier wordt overgemaakt aan de handhavingsinstantie, zijnde de gemeente;
Overwegende dat door het invoeren van een belasting, rekening houdend met de veroorzaakte lasten, de nodige middelen voor de gemeente ter beschikking worden gesteld en om de betrokken eigenaars verder aan te sporen om zich in regel te stellen en zodoende de bijkomende opvolging door de gemeente alsnog te kunnen voltooien.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op de Europese kaderrichtlijn Water 2000/60/EG;
Gelet op artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting;
Gelet op het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 465 tot en met 470bis;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1999 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2017 betreffende de subsidiëring van de werken, vermeld in artikel 32duodecies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging;
Gelet op het besluit van de Vlaams Regering van 1 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement (hierna genoemd ‘het algemeen waterverkoopreglement’);
Gelet op het ministerieel besluit van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer (hierna genoemd ‘het keuringsbesluit’);
Gelet op het ministerieel besluit tot goedkeuring van de aanvullende voorwaarden bij het algemeen waterverkoopreglement van Fluvius West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra van 14 januari 2019;
Gelet op het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (citeeropschrift: "de Hemelwaterverordening van 2023");
Gelet op de omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende voornoemd decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, vanwege het Agentschap van Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Financiën en Personeel betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Gelet dat de inkomsten worden ingeschreven op budgetnummer GBB 0020-00/7330400.
Artikel 1.
Er wordt goedkeuring verleend aan onderstaand belastingreglement.
Belastingreglement betreffende de privéwaterafvoer voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Artikel 1:
Het doel van het voorliggend belastingreglement is de naleving van de gescheiden waterafvoer volgens het waterverkoopreglement af te dwingen.
Voor de lezing van dit reglement zijn de definities van het algemeen waterverkoopreglement van toepassing.
Verder wordt onder de volgende begrippen begrepen :
Artikel 2:
Er wordt een belasting geheven op het niet beschikken over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer in de gevallen waar dit voorgeschreven is door het algemeen waterverkoopreglement en het illegaal aansluiten op het openbaar saneringsnetwerk voor een termijn beginnend op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2028.
Artikel 3:
Na melding en ontvangst van een dossier van de rioolbeheerder betreffende het niet aanleveren van een conform keuringsattest bij een eerste ingebruikname van een huisaansluiting of bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel of na melding en ontvangst van de rioolbeheerder betreffende de op illegale wijze aangesloten privéwaterafvoer, verstuurt de gemeente een aangetekende brief, waarin de betrokken eigenaar aangemaand wordt om zich binnen een termijn van 6 maand, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangetekende zending verstuurd is (bewijs met poststempel), in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.
Artikel 4:
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het onroerend goed die door zijn toedoen na het verstrijken van de aanmaningstermijn in de aangetekende brief, bedoeld in artikel 3, niet beschikt over een wettelijk verplicht conform keuringsattest of zich na deze aanmaningstermijn niet in regel stelt bij de rioolbeheerder inzake de op illegale wijze aangesloten aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk. Deze termijn kan met 1 jaar verlengd worden in het geval de eigenaar grondige verbouwingsplannen heeft met aanpassing van de privéwaterafvoer op voorwaarde dat de omgevingsvergunning werd verleend uiterlijk 6 maanden na de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein.
Het wettelijk verplicht conform keuringsattest is verplicht indien de eerste ingebruikname van de rioleringsaansluiting is aangevraagd na de invoering van het algemeen waterverkoopreglement.
Artikel 5:
§1 De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het belastingjaar eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is van het belastbaar goed.
§2 Ingeval er een vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht bestaat, is respectievelijk de vruchtgebruiker, opstalgever of de erfpachtgever hoofdelijk aansprakelijk met de blote eigenaar, opstalhouder of erfpachthouder voor de betaling van de belasting.
§3 Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.
Artikel 6:
De belasting is verschuldigd na het verlopen van de termijn van 6 maanden waarvan sprake is in artikel 3. Indien de betrokken eigenaar nalaat een conform keuringsattest aan te leveren of weigert zich in orde te stellen met de opgelegde voorwaarden in het aangetekend schrijven, wordt de belasting geheven. Dit gebeurt na de vaststelling door een personeelslid, daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen, dat niet aan de voorgeschreven voorwaarden is voldaan zoals bedoeld in art. 3. Deze vaststelling vindt ten vroegste plaats in de maand na het verstrijken van de aanmaningstermijn.
Artikel 7:
De belasting wordt als volgt berekend:
Bij een vaststelling dat de eigenaar weigert de keuring privéwaterafvoer uit te voeren en bijgevolg geen conform keuringsattest aanlevert of bij een vaststelling dat de eigenaar beschikt over een niet-conform keuringsattest en weigert de privéwaterafvoer aan te passen en bijgevolg geen conform keuringsattest aanlevert:
Artikel 8:
De belasting is jaarlijks verschuldigd tot en met het jaar waarin aan de in de aangetekende brief opgelegde verplichting is voldaan. De vaststelling dat hieraan is voldaan gebeurt door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. Daartoe moet de belastingplichtige dit bij de rioolbeheerder melden per aangetekende brief, waarbij het conform keuringsattest van de keurder privéwaterafvoer is gevoegd. De rioolbeheerder meldt per brief aan het college van burgemeester en schepenen dat het conform keuringsattest is overgemaakt. In het geval op illegale wijze aangesloten was op het openbaar saneringsnetwerk zal de melding gebeuren door de rioolbeheerder aan het college van burgemeester en schepenen, dat de betrokken eigenaar binnen de vastgelegde termijn aan de voorwaarden heeft voldaan door het aanvragen van de rioleringsaansluiting en het aanleveren van een conform keuringsattest.
Artikel 9:
§1 Aanvraag vrijstelling of vermindering:
De aanvraag voor vrijstelling van de belasting moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.
De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, moet hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
§2 Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1:
De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte inhoudende de eigendomsoverdracht.
§3 Vrijstelling voor woningen en/of gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan:
De eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1 van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
§4 Vrijstelling voor de eigenaar van woningen en/of gebouwen die bij de keuring privéwaterafvoer uitsluitend zijn afgekeurd door het niet aanwezig zijn van een alle afvalwater septische put in het collectief te optimaliseren buitengebied volgens het gemeentelijk zoneringpslan.
§5 Vrijstelling voor de eigenaar van woningen en/of gebouwen met betrekking tot de optimale afkoppeling: Een onafhankelijke expert in het afkoppelen kan door de eigenaar van de woning of het gebouw aangesteld worden om de afwijking op optimale afkoppeling, technisch te beoordelen conform het referentiekader in de code van goede praktijk rioleringssystemen en oordelen dat de afkoppeling niet van toepassing is zodat de scheiding van afvalwater en hemelwater niet dient uitgevoerd te worden.
§6 Er wordt voorzien in een vermindering van 125 € indien de belastingplichtige recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming op 1 januari van het belastingjaar op basis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.
Artikel 10:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Het uitvoerbaar verklaard kohier wordt tegen ontvangstbewijs gezonden aan de met invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten zonder kosten voor de belastingplichtige.
Artikel 11:
De rioolbeheerder wordt op de hoogte gehouden van de beslissing tot heffing van de belasting, de eventuele bezwaarschriften, beroepsprocedures en ontheffingen van een individueel dossier.
Artikel 12:
Dit besluit wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de Dienst Financiën,
- de Dienst Leefmilieu,
- de Technische Dienst - Uitvoering,
- Fluvius.
Gelet op het lidmaatschap van de stad Herk-de-Stad bij LIMBURG.NET;
Gelet op de statuten van LIMBURG.NET en in het bijzonder artikel 3 waaruit blijkt dat de stad Herk-de-Stad als deelnemer van Limburg.net, afstand heeft gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en –verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van LIMBURG.NET;
Gelet op de beslissing van de Raad van Bestuur van Limburg.net van 10 september 2025 waarbij, in uitvoering van het meerjarenplan 2025–2030 en het Plan30, een geïntegreerd pakket maatregelen werd aangenomen met het oog op:
- het wegwerken van een gebudgetteerd tekort van € 10.586.218 vanaf 2025;
- het realiseren van de doelstelling uit het Lokaal Materialenplan 2030 van OVAM, zijnde een reductie van huishoudelijk restafval tot maximaal 90 kg per inwoner per jaar;
Overwegende dat Limburg.net sinds 2012 een beleid van prijsstabiliteit heeft gevoerd waarbij de tarieven gedurende deze periode ongewijzigd zijn gebleven, mede dankzij gunstige marktomstandigheden, maar dat dit beleid vanaf 2025 financieel niet langer houdbaar is;
Overwegende dat de stijgende kosten van afvalinzameling en -verwerking en de ambitieuze restafvaldoelstelling vereisen dat Limburg.net beleidsmatig inzet op prijsprikkels en quotumbeperkingen, teneinde inwoners te stimuleren tot meer afvalpreventie en correcte sortering;
Overwegende dat OVAM en de Vlaamse overheid uitdrukkelijk de strategie aanbevelen om de variabele kost van restafval te verhogen, terwijl de tarieven voor recycleerbare fracties stabiel blijven, zodat burgers financieel worden aangemoedigd om afval beter te sorteren;
Overwegende dat naast de tariefaanpassingen ook de verlaging van het quotum huisvuil per gezin een noodzakelijke maatregel vormt om het restafvalvolume verder terug te dringen, en dat deze maatregel gepaard gaat met intensieve sensibilisering rond afvalpreventie en correct sorteren;
Overwegende dat de belangrijkste wijzigingen zijn:
Aanpassing prijzen huisvuil en grofvuil vanaf 1/1/2026;
Overwegende dat er een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bestaat voor een aantal afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREMA, artikel 3.1.1;
Overwegende dat er een terugnameplicht bestaat voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong; dat minstens papier en karton, hol glas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong selectief moeten worden ingezameld;
Overwegende dat het ter bescherming van het leefmilieu noodzakelijk is het huishoudelijk afval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema;
Overwegende dat prioriteit dient verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen;
Overwegende dat in tweede instantie het huishoudelijk afval maximaal selectief dient ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking;
Overwegende dat ernaar gestreefd wordt om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen;
Overwegende dat de gemeente in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever, …) maximaal wil voorkomen.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op artikel 77-78 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28;
Gelet op het besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013;
Gelet op het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd);
Gelet op het besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval;
Gelet op de goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023);
Gelet op de beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband LIMBURG.NET.
Artikel 1.
Er wordt goedkeuring verleend aan onderstaand reglement:
Reglement betreffende de tarieven op aanvoer van afvalstoffen aan de geautomatiseerde recyclageparken van LIMBURG.NET
Hoofdstuk 1 - Algemeen
Voor het brengen van huishoudelijke afvalstoffen naar de door Limburg.net beheerde recyclageparken rekent Limburg.net een rechtstreekse vergoeding (tarief) aan de bezoeker van het recyclagepark.
Een tarief kan enkel aangerekend worden voor de huishoudelijke afvalstoffen die niet vallen onder de belaste basisdienst en de contantbelastingen zoals vastgesteld in het Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.
De tarieven die de bezoeker aan Limburg.net betaalt, zijn een rechtstreekse vergoeding ten behoeve van Limburg.net en geen belasting ten behoeve van de gemeente.
Huidig reglement bepaalt ook wie toegang heeft tot de Limburg.net parken, evenals de wijze van aanrekening van de toegangsbadge en van de geldende tarieven.
Artikel 1 - Categorieën die toegang hebben
Elk gezin gedomicilieerd in een gemeente van het bedieningsgebied waar het recyclagepark door Limburg.net wordt uitgebaat heeft toegang tot elk Limburg.net recyclagepark. Elk gezinslid vanaf 16 jaar kan zich aanmelden door gebruik te maken van de elektronische identiteitskaart (eID) of van de elektronische vreemdelingenkaart.
Gezinnen die dit wensen, kunnen een toegangsbadge aanvragen bij Limburg.net voor een bedrag van € 15,00.
Ondernemingen en gelijkgestelde categorieën kunnen een toegangsbadge aanvragen bij Limburg.net voor een bedrag van € 15,00.
Onder de categorie ‘ondernemingen’ wordt verstaan: zelfstandigen, kmo’s, scholen, verenigingen, ocmw’s, rusthuizen, gemeenschappen en gemeentelijke diensten gevestigd in een gemeente van het bedieningsgebied waar het recyclagepark door Limburg.net wordt uitgebaat.
Gelijkgestelde categorieën:
De ondernemingen en gelijkgestelden hebben geen recht op quota zoals vermeld in artikel 5,1°.
Bij beschadiging door oneigenlijk gebruik of bij verlies/diefstal van de toegangspas voor het recyclagepark wordt een bedrag van € 15 aangerekend voor de verzending van een nieuwe toegangspas. Bij beschadiging door normaal gebruik wordt kosteloos een nieuwe pas opgestuurd, nadat de beschadigde pas werd ingeleverd.
Artikel 2 - Voorwaarden
De algemene en specifieke voorwaarden van aanlevering van de afvalsoorten zijn vastgelegd in het afvalreglement en in het huishoudelijk reglement van Limburg.net en dienen door alle categorieën strikt te worden nageleefd.
De inrichting van of omstandigheden op een recyclagepark kunnen er toe leiden dat op permanente of tijdelijke basis niet alle afvalsoorten (kunnen) aanvaard worden. In dat geval wordt via de gebruikelijk kanalen gecommuniceerd welke afvalsoorten op het betrokken park ingezameld worden en kan de burger met de overige afvalsoorten terecht op de andere Limburg.net recyclageparken.
Alle categorieën hebben toegang tot elk recyclagepark gelegen in een gemeente van het bedieningsgebied waar het recyclagepark door Limburg.net wordt uitgebaat op voorwaarde dat het beschikbare bedrag op de rekenstaat gelijk is aan of hoger is dan € 0,00. Het gezin, de onderneming of gelijkgestelde categorie krijgt geen toegang tot het recyclagepark indien er een openstaand bedrag verschuldigd is, zoals meegedeeld op het ticket, naar aanleiding van een eerder bezoek aan het recyclagepark.
In afwijking van het voorgaande zal het gezin, de onderneming of gelijkgestelde categorie die gebruik maakt van de voorschotregeling, van de toegang tot het park verzekerd blijven tijdens de betalingstermijn van de betalingsuitnodiging, tenzij de rekenstaat een negatief bedrag van € 50,00 of meer vertoont.
Hoofdstuk 2 Tarieven op aanvoer op geautomatiseerde recyclageparken
Artikel 3 - De engagementen van Limburg.net
Limburg.net is verantwoordelijk en staat in voor:
Behoudens andersluidende bepalingen in het Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen, gebeurt de aanrekening van de tarieven volgens de bepalingen van dit hoofdstuk.
AFDELING I - Vastleggen tarieven en registratie
Artikel 4 - De tarieven
De hieronder vermelde tarieven zijn verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake het inzamelen van onderstaande fracties op het recyclagepark.
Voor bepaalde fracties geldt voor de categorie gezinnen een vrijstelling tot aan een bepaald gewicht (quotum). Deze vrijstellingen zijn begrepen in de basisdienst van de kohierbelasting. De vrijgestelde quota gelden per kalenderjaar en zijn niet overdraagbaar op het einde van het kalenderjaar.
De categorie ondernemingen en gelijkgestelden genieten deze quota niet, met uitzondering van de fracties waarvoor het 0-tarief geldt.
De pmd-fractie, wordt steeds verplicht aangeleverd in de blauwe pmd-zak.
1° De Tarieven, fractis en quotum:
| Tarief |
Fracties |
Quotum (vrijstelling) |
| € 0,00/kg |
alle recycleerbare fracties + fracties met aanvaardingsplicht: papier/karton, glas (vlak + hol), pmd, kga, aeea, autobanden (4 autobanden per gezin/jaar), kunststoffen, kaars- en kurkresten, metalen, textiel, eps, … |
|
| € 0,025/kg |
zuiver bouwpuin |
1000 kg/gezin |
| € 0,05/kg
|
tuinafval |
tuinafval: 400 kg/gezin |
| € 0,08 /kg
|
asbest, gemengd bouwpuin, gipsplaten
|
asbest: 600 kg/gezin geen quotum voor gemengd bouwpuin, gipsplaten |
| € 0,11 /kg
|
Houtafval |
nihil |
| € 0,25 /kg |
grofvuil, roofing en treinbielzen (C-hout) |
nihil |
2° Tarieven compost en compostrecipiënten:
| Compostvat |
€ 30,00 / stuk |
| Compostbak in kunststof |
€ 60,00 / stuk |
| Compost in bulk |
€ 0,013 / kg |
| Compost 50 L zak |
€ 2,50 / stuk |
De aankoop van compostvaten en compostbakken is per gezin gelimiteerd tot maximaal 3 compostbakken of 3 compostvaten per periode van 5 jaar.
3° Tarief eps-zakken: € 1,00 / zak.
Er kunnen maximum 5 eps-zakken per keer worden aangekocht.
Tarief zandzakjes: € 5,00/set van 10 zakken.
Er kunnen maximum 4 sets van 10 zakken per jaar worden aangekocht.
4° In de periode zoals via de officiële kanalen gecommuniceerd door Limburg.net, mag huisvuil in de officiële huisvuilzak, keukenafval in de officiële keukenafvalzak en tuinafval in de officiële tuinafvalzak worden aangeleverd op het recyclagepark. Voor het aanleveren op het recyclageparken gelden dezelfde aanvoerregels (maxima) als bij de huis-aan-huisinzameling.
5° Asbest wordt steeds verplicht verpakt aangeleverd in een van onderstaande verpakkingen die vooraf moeten worden aangekocht op het recyclagepark:
Een set beschermingsmateriaal voor 2 personen kan aangekocht worden aan € 10/stuk Dit kan enkel aangekocht worden ingeval van aankoop buisfolie of mini-bag en er worden maximaal 2 sets beschermingsmateriaal per gezin of onderneming/ per jaar verkocht.
6° Afwijkende tarieven voor pilootprojecten of acties:
Tijdens pilootprojecten of acties (bv. actiemaand ‘compost, taxusinzameling voor een goed doel…) beslist door de raad van bestuur van Limburg.net kan tijdelijk een afwijkend (lager) tarief gelden.
Hierover wordt apart gecommuniceerd.
7° Gratis aanleveren van bladafval afkomstig van laanbomen, uitsluitend voor de categoriegezinnen:
In de periode van 1 november tot 31 januari mag het bladafval afkomstig van laanbomen gratis worden aangeleverd op het recyclagepark.
Artikel 5 - De registratie van de tarieven
De aanvoer van de afvalfracties wordt geregistreerd en gewogen op een daartoe bestemde weegbrug. De bezoeker moet zich registreren aan de ingangszuil alvorens het afval te deponeren in de voorziene containers. Een eerste weging met de lading afval wordt uitgevoerd (bruto weging). Na het storten van het afval van één bepaalde prijscategorie op de daartoe bestemde plaats op het recyclagepark, wordt een tweede weging uitgevoerd (tarra weging). Het bekomen nettogewicht, met een minimum van 5 kg, wordt bepaald en op basis hiervan wordt het verschuldigde bedrag vastgesteld.
De weegcyclus wordt herhaald per prijscategorie. Ieder gewicht per prijscategorie vanaf 5 kg wordt afgerond volgens de gangbare afrondingsregels. Indien de bezoeker de weegcyclus niet herhaalt en verscheidene afvalstromen tegelijkertijd aanbiedt, dan geldt het tarief van de duurste afvalfractie voor de totale aanvoer.
Bij een defect van het gewichtsregistratiesysteem zullen de gewichten van de aangeboden fracties op basis van schatting worden bepaald door de parkwachter.
Het is verboden uit het voertuig te stappen tijdens de weging. Het aantal personen in het voertuig dient bij bruto en tarra weging steeds hetzelfde te zijn.
De bezoeker die de afvalstoffen aanvoert, zoals hierboven vastgesteld, is na overschrijding van de vastgelegde quota het tarief verschuldigd na de laatste tarra weging van zijn aanvoer.
In geval van de vaststelling van een foutieve registratie en/of de toepassing van een verkeerd tarief door de bezoeker, kan de parkwachter manueel een tariefrechtzetting doorvoeren.
AFDELING II - Inning van de tarieven
Artikel 6 - De betaling van de tarieven
§ 1 Voor het brengen van huishoudelijke afvalstoffen naar de door Limburg.net beheerde recyclageparken rekent Limburg.net een tarief aan voor zover de huishoudelijke afvalstoffen niet vallen onder de belaste basisdienst of de contantbelasting.
De tarieven zijn verschuldigd bij het verlaten van het recyclagepark of op het moment van aankoop van een product vermeld in artikel 4, 2° en verder. Op basis van de registraties omschreven in artikel 5 worden de verschuldigde, en in artikel 4 bepaalde tarieven voor de aangevoerde fracties berekend.
Het aldus bekomen tarief wordt afgehouden van de betaalde voorschotten. Indien geen voorafbetaling werd gedaan, betaalt de bezoeker bij het verlaten van het park aan de elektronisch betalingsautomaat of, uitzonderlijk, door overschrijving van het bedrag op het vermelde rekeningnummer.
Na de betaling (aan de zuil) ontvangt de bezoeker een ticket dat geldt als officiële factuur.
Bij een storing of buitendienststelling van het automatische weegsysteem, maakt de parkwachter een schatting van de aangeleverde gewichten. Hij/zij noteert het badgenummer of het eID nummer, tezamen met het verschuldigde bedrag. Na herstelling van het defect worden de genoteerde gegevens ingegeven onder het identificatiebestand van de desbetreffende bezoeker.
In geval van een vermoeden van een foutieve registratie en/of de toepassing van een verkeerd tarief, kan de bezoeker een rechtzetting aanvragen tot 14 dagen na het parkbezoek.
§ 2 De tarieven worden aangerekend inclusief btw.
AFDELING III - Voorschotten
Artikel 7 - Principe
§ 1 De krachtens dit tarievenreglement verschuldigde tarieven op de Limburg.net recyclageparken kunnen in mindering gebracht worden met de betaalde voorschotten.
Indien het Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen voorziet in een systeem van voorschottenaanrekening voor de contantbelasting voor de huishoudelijke afvalstoffen, die niet aangeboden worden in een daartoe bestemde zak of met een daartoe bestemde sticker, kan de aanrekening voor de tarieven eveneens gebeuren op de voorschotten betaald op grond van dat belastingreglement.
De voorschotten betaald op grond van dit reglement kunnen anderszins worden aangewend tot betaling van de contantbelasting verschuldigd op grond van het Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.
§ 2 De aanrekening van de voorschotten verloopt uitsluitend in volgorde van de datum van de afname van de dienst.
Onder de datum van afname van de dienst wordt enkel begrepen:
§ 3 De afname van de dienst wordt geregistreerd in de rekenstaat. De rekenstaten vermelden op welke datum de dienst werd afgenomen en welk voorschot werd ingehouden in functie van de betaling van oftewel de contantbelasting oftewel de tarieven.
§ 4 Er is geen verplichting tot betaling van een voorschot.
§ 5 Door de betaling van een voorschot verklaart de bezoeker van het recyclagepark zich akkoord met de aanwending van de voorschotten conform dit reglement.
Artikel 8 - Voorschotaanrekening
De voorschotten worden aangerekend met betalingsuitnodigingen verstuurd aan de in de CARDS-databank geregistreerde referentiepersoon. De betalingen van de aangerekende voorschotten worden opgenomen in de rekenstaat.
De toerekening van voorschotten wegens verschuldigde contantbelastingen / tarieven wordt nauwkeurig bijgehouden op de rekenstaat.
Artikel 9 - Betalingsuitnodiging
§ 1 Elk geregistreerd gezin, onderneming of gelijkgestelde categorie die nog geen gebruik maakt van een voorschottenregeling, kan na het eerste betalende bezoek van minimaal € 5 aan het recyclagepark worden uitgenodigd tot betaling van een voorschot bij wijze van een tarieventegoed op volgende parkbezoeken.
Het voorschot naar aanleiding van het eerste betalende bezoek bedraagt € 20,00.
§ 2 Bij onmiddellijke overschrijding van het tarieventegoed ten gevolge van een volgende bezoek aan het recyclagepark, of bij herhaalde betalende bezoeken aan het recyclagepark volgend op het eerste betalende bezoek, kan een verhoogd voorschot worden gevraagd ten bedrage van € 50,00 bij wijze van een tarieventegoed.
§ 3 De bezoeker van het recyclagepark heeft steeds de mogelijkheid om een betalingsuitnodiging tot een hoger voorschot te vragen.
§ 4 Wanneer het beschikbare saldo op de rekenstaat lager is dan € 5,00, drempelbedrag genoemd, wordt aan de referentiepersoon een betalingsuitnodiging voor een nieuw voorschot verstuurd. Bij het bereiken van dit drempelbedrag wordt een nieuwe betalingsuitnodiging gestuurd ten bedrage van € 20,00. Dit bedrag wordt desgevallend verhoogd met het negatief bedrag van de rekenstaat.
§ 5 Voor betalingsuitnodigingen van de voorschotten geldt een betalingstermijn van 21 dagen.
§ 6 Voor zover het saldo van de rekenstaat positief is, zullen de betalingsuitnodigingen geen aanleiding kunnen geven tot herinneringen waarvoor kosten worden aangerekend. Evenmin kunnen zij gedwongen worden ingevorderd.
§ 7 De aanrekeningen van contantbelastingen en tarieven mogen gebeuren op één document of met één verzending, doch duidelijk onderscheiden van elkaar.
Als de aanrekening van een tarief verzonden wordt, dan gebeurt dit in regel op papier onder gesloten omslag per gewone post op het adres van de bezoeker. De betalingsuitnodiging van de tarieven kan ook verzonden worden op het emailadres van de belastingplichtige indien hij zijn emailadres opgaf aan de CARDS databank.
De aanrekening van een contantbelasting of een tarief kan gebeuren door overhandiging van het betalingsdocument aan de bezoeker.
AFDELING IV - De betalingsdocumenten
Artikel 10 - Het ticket
§ 1 Bij het verlaten van het recyclagepark ontvangt de bezoeker een ticket dat geldt als:
§ 2 In elk geval bevat het ticket minstens volgende vermeldingen: de datum, de uiterste betalingsdatum, het bedrag dat moet betaald worden, de rekening waarop kan worden betaald, de referte die bij de betaling moet worden vermeld.
§ 3 Het ticket m.b.t. de tarieven waarmee aan de bezoeker een verschuldigd saldo aan Limburg.net wordt meegedeeld, vermeldt volgende tekst:
Het negatief bedrag moet in elk geval betaald zijn vooraleer u terug toegang heeft
tot het recyclagepark. Indien u zich niet eerder terug aanbiedt of indien u met betalingsvoorschotten werkt, moet het negatief saldo betaald worden binnen 21 dagen. Bij niet betaling worden kosten aangerekend. (Zie volledig reglement op www.limburg.net en op het recyclagepark).
Artikel 11 - De eerste aanmaning en tweede aanmaning
Wanneer de rekenstaat meer dan 21 opeenvolgende dagen na de verzending of overhandiging van een ticket een negatief saldo vertoont, verzendt Limburg.net per gewone brief (of e-mail) een aanmaning voor het nog openstaande bedrag. De aanmaning kent een betaaltermijn van 14 dagen toe vanaf de verzending van de aanmaning.
Indien na termijn van de eerste aanmaning het openstaande bedrag niet tijdig en volledig betaald werd, verzendt Limburg.net per gewoon schrijven een tweede aanmaning met een betaaltermijn van 31 dagen.
Bijkomend vermeldt de tweede aanmaning dat in een volgende fase tot gerechtelijke invordering zal worden overgegaan ingeval het openstaand bedrag niet wordt vereffend binnen voormelde termijn. De tweede aanmaning vermeldt bovendien dat de kosten van de inning ten laste komen van de bezoeker van het park.
Artikel 12 - De betaling
De betalingen gebeuren op de rekening van Limburg.net onder vermelding van de referte vermeld in het betalingsdocument. Bij afwezigheid van een correcte referte kan Limburg.net op basis van de identiteit of het bedrag trachten te achterhalen op welk openstaand saldo van de tarieven de betaling betrekking heeft.
Gedeeltelijke betalingen waarvan redelijkerwijze niet kan worden achterhaald op welk openstaand saldo ze betrekking hebben, worden, voor zover van toepassing, eerst toegerekend op een openstaand en negatief saldo van de contantbelastingen en de inningskosten, hierna op de inningskosten voor de tarieven, volgens op een openstaand saldo van de tarieven en tenslotte op aangerekende voorschotten. Een eventuele saldo wordt op de rekenstaat geboekt als een voorschot op de contantbelasting / tarieven.
Betalingen waarvan duidelijk is dat ze betrekking hebben op een niet verschuldigd saldo worden teruggestort aan de betaler.
Artikel 13 - De vermeldingen op de betaaldocumenten
§ 1 De betaaldocumenten bevatten minstens volgende vermeldingen: de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de rekening waarop kan worden betaald, de referte die bij de betaling moet worden vermeld, het bedrag dat moet worden betaald.
§ 2 Als bijlage aan de betalingsdocumenten wordt een beknopte samenvatting van het tarievenreglement toegevoegd.
§ 3 De betaaldocumenten m.b.t. de tarieven, waarmee de bezoeker aan een openstaand saldo van de rekenstaat wordt herinnerd, vermelden op de achterzijde volgende tekst:
‘Termijn van betaling'
Het openstaand bedrag op de rekenstaat moet in elk geval betaald zijn vooraleer een bezoeker terug toegang heeft tot het recyclagepark. Indien een bezoeker zich niet eerder terug aanbiedt of indien de bezoeker regelmatig met betalingsvoorschotten werkt, moet het negatief saldo betaald worden binnen 21 dagen.
‘Aanmaning’
Wanneer een aangerekend negatief saldo niet volledig binnen de vastgestelde termijn van 21 dagen is betaald, zal Limburg.net per gewone brief (of e-mail) de bezoeker aan de betaling van het negatief saldo herinneren. Voor deze aanmaning worden geen administratieve kosten aangerekend. Het verschuldigd saldo moet volledig betaald worden binnen een termijn van 14 dagen vanaf de verzending van de aanmaning
‘Tweede aanmaning’
Wanneer een aangerekend negatief saldo niet volledig betaald is binnen de vastgestelde termijn van de eerste aanmaning, verstuurt LIMBURG.NET een tweede aanmaning. De tweede aanmaning verleent een betalingstermijn van 31 dagen aan de bezoeker. Indien het negatief saldo niet volledig binnen de betalingstermijn na de tweede aanmaning worden voldaan, wordt de bezoeker geacht de aangerekende tarieven en de inningskosten niet te betwisten en zal dienovereenkomstig tot gerechtelijke invordering worden overgegaan. Deze inningskosten die hiermee gepaard gaan zijn ten laste van de bezoeker.
Artikel 14 - De aanrekening van intresten
De intresten over de niet-betaalde tarieven kunnen aangerekend worden vanaf de datum van de tweede aanmaning tot de datum van daadwerkelijke betaling.
Artikel 15 - De gedwongen invordering
Bij niet-betaling van de tarieven, de kosten en/of de nalatigheidsintresten worden deze gerechtelijk ingevorderd. De invorderingskosten die hiervan het gevolg zijn, zijn ten laste van de debiteur.
Hoofdstuk 3 - Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 16 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking vanaf 1/1/2026.
Artikel 17 - Opheffing
Dit reglement vervangt alle vorige reglementen betreffende deze inhoud.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op het verbod op het gebruik van wegwerpbekers tijdens evenementen;
Gelet dat het gebruik van herbruikbare bekers een bijkomende kost betekent voor organisatoren van evenementen en fuiven;
Gelet op het tijdelijke subsidiereglement dat voorziet in een tussenkomst bij het gebruik van herbruikbare bekers en afloopt op 31 december 2025.
Overwegende het voorstel om het bestaande tijdelijke subsidiereglement voor het gebruik van herbruikbare bekers dat steeds met een jaar verlengd werd, over een langere periode te laten lopen met einddatum 31 december 2028;
Overwegende dat voorgaande jaren de subsidie werd gefinancierd met het duurzaamheidsfonds;
Overwegende dat het niet zeker is dat het duurzaamheidsfonds zal kunnen worden aangewend tot eind 2031 en wat de budgetten hiervan zullen zijn;
Overwegende we de Herkse erkende jeugd (sport) verenigingen wensen te ondersteunen in de investering die ze doen om aan de uitvoering van het VLAREMA te voldoen. Vandaar zal in de toekomst geopteerd worden om enkel aan jeugd (sport)verenigingen de subsidie toe te kennen en dus niet meer aan Rock Herk of aan de Sint-Martinusscholen van Herk-de-Stad.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het Decreet Lokaal bestuur;
Gelet op artikel 125-132 van de Nieuwe Gemeentewet;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2019 waarmee goedkeuring is gegeven aan een wijziging van het VLAREMA, uitvoeringsbesluit van het Materialendecreet:
Gelet op volgende twee acties uit het meerjarenplan 2020-2025 goedgekeurd door de gemeenteraad van 9 december 2019: - 3.1.7. 'Gemeentelijke activiteiten en evenementen worden op een duurzame manier georganiseerd' - 3.2.4. 'We verankeren geleidelijk aan duurzaamheidsprincipes in nieuwe en vernieuwde gemeentelijke subsidiereglementen en stimuleren op die manier duurzaam gedrag bij verenigingen'
Gelet op de goedkeuring van een tijdelijke ondersteuning voor duurzame initiatieven bij evenementen door de gemeenteraad van 13 januari 2020;
Gelet op de schepencollegebeslissing van 29 maart 2021 over het gebruik van herbruikbare standaardbekers;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 21 juni 2021 waarbij een tijdelijk subsidiereglement 'tussenkomst voor het gebruik van herbruikbare bekers' werd goedgekeurd;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 21 oktober 2024 waarbij een tijdelijk subsidiereglement 'tussenkomst voor het gebruik van herbruikbare bekers' werd goedgekeurd.
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 12 mei 2025 waarbij de verlenging van het subsidiereglement voor het gebruik van herbruikbare bekers werd goedgekeurd.
Overwegende het voorstel om de voorziene subsidies in eerste instantie te financieren via de middelen voorzien in het duurzaamheidsfonds van Limburg.net zolang dit nog mogelijk is;
Overwegende dat volgende tussenkomsten werden uitbetaald i.k.v. tijdelijke subsidiereglement gebruik herbruikbare bekers:
- 2021: 400 euro - Rock Herk,
- 2022: 400 euro - Rock Herk,
- 2023: 73,51 euro - Sint-Martinusscholen - Xmos,
150 euro - Sint-Martinusscholen - Prom Night,
400 euro - Rock Herk,
400 euro - Chiro Schulen - Hippie Shake,
- 2024: 100,28 euro - Sint-Martinusscholen - Xmos,
222,70 euro - Sint-Martinusscholen - Prom Night,
542,60 euro - KSA Berbroek - Jour de l'Amour,
836,86 euro - Chiro Arika - MWFW
2400,00 euro - Rock Herk
501,19 euro - Chiro Schulen - Hippie Shake;
Overwegende dat in 2024 een verhoogde tussenkomst werd gegeven en dit werd voortgezet in 2025. In het vernieuwde subsidiereglement wensen wij dit te behouden.
Budgetcode: 0329-00/6499999/STAD/CBS/IP-GEEN
budget: 5000 euro per jaar
Artikel 1.
Het hiernavolgend subsidiereglement voor het gebruik van herbruikbare bekers goed te keuren:
Subsidiereglement voor gebruik van herbruikbare bekers voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028
Artikel 1 - Definities:
Herbruikbare bekers: zijn bekers die meer dan eenmaal worden hergebruikt en zijn vervaardigd uit polypropyleen (PP), polycarbonaat (PC) of copolyester. Recycleerbare bekers of glazen komen niet in aanmerking voor de subsidie.
Evenement: elke periodieke of eenmalige gebeurtenis op het gebied van kunst, cultuur, sport, erfgoed, fuiven & feesten... De gebeurtenissen worden publiek aangekondigd, gaan op een welbepaald tijdstip door, zijn tijdelijk en iedereen is er welkom, al dan niet tegen betaling. Het maakt niet uit of het op een publiek of privaat terrein doorgaat, in een open of gesloten ruimte.
Fuifweekend: twee of meerdere evenementen georganiseerd door dezelfde organisator tijdens één weekend op dezelfde locatie.
Artikel 2 - voor wie?:
Om in aanmerking te komen voor deze subsidie dient uw evenement te voldoen aan volgende voorwaarden:
Artikel 3 - subsidie:
Een subsidie van 50% van de factuur van huur van de herbruikbare bekers en/of van een wasinstallatie met een maximum van 2400,00 euro per evenement/fuifweekend.
Artikel 4 - voorwaarden:
Artikel 2.
Dit reglement vervangt het tijdelijk subsidiereglement voor herbruikbare bekers en dit met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de milieudienst en dienst cultuur/jeugd.
Gelet dat het opruimen van afval dat ongecontroleerd werd achtergelaten, financiële kosten veroorzaakt voor de gemeente;
Gelet dat de opruiming van afval en sluikstorten belastend is voor het personeel en het rollend materieel van de gemeente;
Gelet op artikel 1 paragraaf 9 in de politiecodex: Als een overtreder afval achterlaat op een wijze of een plaats in strijd met deze politieverordening of met andere wettelijke bepalingen, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de overtreder, de afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen. Naar aanleiding van een ambtshalve verwijdering kan de burgemeester aan de gemeentelijke ambtenaren de opdracht geven het afval grondig te onderzoeken teneinde de identiteit van de overtreder te achterhalen;
Gelet dat deze ontvangsten in naleving van de omzendbrief KB/ABB2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit als retributie gekwalificeerd worden;
Gelet dat het retributiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019, op 31 december 2025 afloopt;
Gelet dat het retributiereglement wordt verlengd maar een aanpassing van de tarieven wenselijk is. De retributies worden licht verhoogd zodat ze kostendekkend blijven naar aanleiding van de indexeringen.
Overwegende dat de burger de mogelijkheid heeft om zijn afval mee te geven bij de reguliere ophalingen of ophalingen op afroep georganiseerd door Limburg.net;
Overwegende dat men ook zijn afval kan aanvoeren op het recyclagepark;
Overwegende dat bedrijven en ondernemingen hun afval volgens het VLAREMA dienen te sorteren en te laten ophalen door een erkende ophaler;
Overwegende dat de retributie voor het opruimen van sluikstorten de gemaakte kosten moet dekken voor het ruim van van het afval, inclusief de kosten voor het ingezette materieel;
Overwegende dat de gemeente de afvalstoffen door eigen personeel kan laten opruimen of door derden. De retributie kan slechts louter kostendekkend zijn. Daarbij wordt rekening gehouden met:
Overwegende dat de retributie eventueel kan gecombineerd worden met een GAS-boete of een bestuurlijke of strafrechtelijke sanctie volgens het milieuhandhavingsdecreet.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM);
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (materialendecreet);
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
Gelet op de politiecodex.
Gelet dat de ontvangsten zullen worden ingeschreven op GBB/0300-02/7003600/STAD/CBS/IP-GEEN/O/0.
Artikel 1.
Er wordt vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van 3 jaar, eindigend op 31 december 2028, een retributie geheven op het ambtshalve opruimen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente.
Artikel 2.
Deze retributie is verschuldigd door de eigenaar van de afvalstoffen of door de persoon die gestort heeft.
Artikel 3.
Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door de gemeente wordt het bedrag van de retributie als volgt vastgesteld:
De voormelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur en/of ingezamelde kilogram en/of begonnen kilometer.
Bij ambtshalve opruimen door derden in opdracht van de gemeente of de burgemeester wordt het factuurbedrag van deze doorgerekend aan de sluikstorter of eigenaar van het perceel.
Artikel 4.
Deze retributie wordt betaald op rekening van het gemeentebestuur na toezending van een factuur.
Artikel 5.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de financiële dienst;
- de technische dienst;
- de dienst secretariaat en de GAS-ambtenaar.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Parkeernorm bij woongelegenheden, verkavelingen, industrie en werkplaatsen', goedgekeurd door de gemeenteraad op 8 april 2019:
Gelet op de gemeentelijke 'Belasting op het ontbreken, niet aanleggen of niet behouden van parkeerplaatsen', goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019.
Overwegende dat bouwheren verplicht worden om te voorzien in een minimum aantal parkeerplaatsen zoals vastgesteld in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Parkeernorm bij woongelegenheden verkavelingen, industrie en werkplaatsen', goedgekeurd door de gemeenteraad op 8 april 2019, teneinde te voorkomen dat de parkeerbehoefte volledig afgewend wordt op het openbaar domein en dat deze belasting een bijkomende stimulans moet zijn voor de bouwheren om deze parkeerplaatsen wel te realiseren;
Overwegende dat de huidige 'Belasting op het ontbreken, niet aanleggen of niet behouden van parkeerplaatsen', goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019, maar geldig is voor een termijn van zes jaar eindigend op 31 december 2025;
Overwegende dat het gemeentebestuur, halverwege de legislatuur, de bestaande belastings- en retributiereglementen wenst te evalueren;
Overwegende dat het niet de bedoeling kan zijn dat eigenaars van percelen hun parkeerbehoefte afwentelen op het openbaar domein, maar deze opvangen op het eigen perceel;
Overwegende dat bij een afwenteling van die parkeerbehoefte het gemeentebestuur vaak genoodzaakt is om op het openbaar domein parkeerplaatsen aan te leggen;
Overwegende dat de kosten voor de aanleg van parkeerplaatsen op het openbaar domein vrij hoog zijn voor het gemeentebestuur.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Parkeernorm bij woongelegenheden, verkavelingen, industrie en werkplaatsen', goedgekeurd door de gemeenteraad op 8 april 2019.
Het betreft de invordering van een belasting, oftewel een inkomst en geen uitgave.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan onderstaand belastingreglement:
'Belastingreglement op het ontbreken, niet aanleggen of niet behouden van parkeerplaatsen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.'
Artikel 1.
Er wordt vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van drie jaar, eindigend op 31 december 2028, een belasting gevestigd op het ontbreken, niet aanleggen of niet behouden van de nodige parkeerplaatsen bij:
Artikel 2.
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of van de verkavelingsvergunning die:
§2. De belasting is eveneens verschuldigd door de eigenaar van het perceel waarop de belasting betrekking heeft, indien de bestemming van de parkeerplaats(en) zodanig gewijzigd wordt dat niet meer voldaan wordt aan de bepalingen van de omgevingsvergunning.
Artikel 3.
De belasting wordt berekend als volgt:
Artikel 4.
In de gevallen onder artikel 2, §1, a, is de belasting verschuldigd bij de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning.
In de gevallen onder artikel 2, §1, b en c, en artikel 2, §2, is de belasting verschuldigd vanaf de betekening van het proces verbaal tot vaststelling van de niet aanlegging, respectievelijk wijziging, van de bij de omgevingsvergunning opgelegde parkeerplaats(en).
Artikel 5.
§1. Deze kohierbelasting moet betaald zijn binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsinteresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
§2. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Het kohier wordt overgezonden aan de met de invordering belaste financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld op het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van onderhavig reglement.
Artikel 6.
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 7.
Onderhavig raadsbesluit wordt in toepassing van artikels 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, medegedeeld aan de provinciegouverneur.'
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de 'Retributie op aanvragen, meldingen en wijzigingen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet', goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019,
Gelet op de geleverde dienstverlening, en de kosten daarvan, bij de behandeling van de bij de stad ingediende omgevingsvergunningsaanvragen, meldingen en aanvragen tot het afleveren van een stedenbouwkundig of een planologisch attest.
Overwegende dat het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet een aanzienlijke inzet vergt van de gemeentelijke middelen en het billijk is deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen;
Overwegende dat deze ontvangsten in naleving van de omzendbrief KB/ABB2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit bij voorkeur als retributie dan als belasting gekwalificeerd worden;
Overwegende dat de 'Retributie op aanvragen, meldingen en wijzigingen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet', goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019, maar geldig is voor een termijn van zes jaar eindigend op 31 december 2025;
Overwegende dat het gemeentebestuur, halverwege de legislatuur, de bestaande belastings- en retributiereglementen wenst te evalueren;
Overwegende dat in het geval van een regularisatievergunning de dossierlast zwaarder is. In tegenstelling tot een voorafgaand aangevraagd dossier, moet bij een regularisatie achteraf worden nagegaan in welke mate de bestaande toestand in overeenstemming kan worden gebracht met de geldende (stedenbouwkundige) voorschriften en de goede ruimtelijke ordening. Dit vereist meer onderzoek, bijkomende controles en een (bijkomende) juridische beoordeling, wat leidt tot hogere verwerkingskosten en een grotere belasting van de betrokken administratieve diensten;
Overwegende dat gemeenten voor de aanvraag van een regularisatievergunning een beperkt hogere vergoeding kunnen vragen dan voor de aanvraag van een gewone vergunning, wanneer zij dit afdoende kunnen motiveren. De regularisatie mag evenwel geen sanctionerend karakter hebben.
Overwegende dat bij de aanvraag van omgevingsvergunningen voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten het voor gemeenten niet is toegestaan om een hogere vergoeding aan te rekenen in het geval de provincie of de Vlaamse overheid de vergunningverlenende overheid is dan in het geval dit de gemeente zelf is.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ('VCRO');
Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning ('OVD');
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is;
Gelet op de 'Retributie op aanvragen, meldingen en wijzigingen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet', goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019.
Het betreft het innen van retributies.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan onderstaand retributiereglement:
'Retributiereglement op aanvragen, meldingen en wijzigingen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.'
Artikel 1.
Er wordt vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van drie jaar, eindigend op 31 december 2028, een retributie gevestigd op diverse handelingen in het kader van de behandeling van meldingen en omgevingsvergunningsaanvragen.
Voor zover daarvan niet uitdrukkelijk wordt afgeweken, gelden voor de toepassing van dit reglement de definities voorzien in het omgevingsvergunningsdecreet.
Artikel 2.
Deze retributie is verschuldigd door degene die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.
Artikel 3.
De retributie bestaat uit een basistarief per dossiertype, zoals vastgesteld in artikel 3.1, vermeerderd met het tarief per procedurestap zoals bepaald in artikel 3.2.
Artikel 3.1.
Basistarief per dossiertype:
| 3.1.1 | AFSTAND | omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden | € 28,00 |
| 3.1.2 | ATTEST | planologisch attest | € 55,00 |
| 3.1.3 | stedenbouwkundig attest | € 55,00 | |
| 3.1.4 | BEKENDMAKING | verstrijken van elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur (artikel 83, § 1, lid 3 OVD) | € 55,00 |
| 3.1.5 | MELDING | stedenbouwkundige handelingen | € 25,00 |
| 3.1.6 | ingedeelde inrichting of activiteit | € 25,00 | |
| 3.1.7 | overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | € 25,00 | |
| 3.1.8 | OMGEVINGSVERGUNNINGAANVRAAG | stedenbouwkundige handelingen | € 55,00 voor de eerste eenheid verhoogd met € 28,00 per bijkomende eenheid |
| 3.1.9 | verkavelen van gronden | € 55,00 voor het eerste lot verhoogd met € 28,00 per bijkomend lot | |
| 3.1.10 | exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten | € 55,00 | |
| 3.1.11 | kleinhandelsactiviteiten | € 55,00 | |
| 3.1.12 | wijzigen van vegetatie en kleine landschapselementen | € 55,00 | |
| 3.1.13 | PROJECTVERGADERING | organiseren van een projectvergadering | € 110,00 |
In geval van regulariserende omgevingsvergunningaanvragen of meldingen wordt het basistarief per dossiertype verhoogd met 50% van het op dat dossiertype toepasselijke basistarief.
Zijn meerdere (categorieën van) bedragen uit deze tabel van toepassing, dan geldt alleen het hoogste bedrag.
Artikel 3.2.
Tarief per procedurestap:
| 3.2.1 | AANVRAAG | wijziging van het voorwerp van de aanvraag na het openbaar onderzoek | € 55,00 |
| 3.2.2 | DIGITALISEREN | analoog ingediend dossier digitaliseren | € 110,00 |
| 3.2.3 | ONDERZOEK AANVRAAG | aangetekend verzenden van de affiche in het kader van het openbaar onderzoek | effectieve kostprijs |
| 3.2.4 | kennisgeving kadastrale eigenaars en omwonenden | effectieve kostprijs | |
| 3.2.5 | publicatie van berichten in dag- of weekbladen | effectieve kostprijs | |
| 3.2.6 | aanplakking van het bericht van bekendmaking van het openbaar onderzoek | € 28,00 | |
| 3.2.7 | organiseren van een informatievergadering | € 55,00 | |
| 3.2.8 | BESLISSING | aangetekend verzenden van de door de vergunningverlenende overheid genomen beslissing | effectieve kostprijs |
| 3.2.9 | aanplakking van de door de vergunningverlenende overheid genomen beslissing | € 28,00 |
Artikel 4.
Er is vrijstelling van retributie voor:
Artikel 5.
Deze retributies worden betaald op rekening van het gemeentebestuur na toezending van een factuur.
Artikel 6.
Op aanvragen en meldingen die volledig en ontvankelijk zijn ingediend vóór 1 januari 2026, blijven de retributietarieven van toepassing zoals vastgesteld in het tot en met 31 december 2025 geldende retributiereglement.
Voor aanvragen en meldingen die op of na 1 januari 2026 volledig en ontvankelijk zijn ingediend, zijn de in dit reglement vastgestelde tarieven van toepassing.
Op aanvragen die vóór 1 januari 2026 zijn ingediend maar pas op of na deze datum volledig en ontvankelijk worden verklaard, zijn eveneens de in dit reglement vastgestelde tarieven van toepassing.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op het lidmaatschap van de stad Herk-de-Stad bij LIMBURG.NET;
Gelet op de statuten van LIMBURG.NET en in het bijzonder artikel 3 waaruit blijkt dat de stad Herk-de-Stad als deelnemer van Limburg.net, afstand heeft gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en –verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van LIMBURG.NET;
Gelet op de beslissing van de Raad van Bestuur van Limburg.net van 10 september 2025 waarbij, in uitvoering van het meerjarenplan 2025–2030 en het Plan30, een geïntegreerd pakket maatregelen werd aangenomen met het oog op:
- het wegwerken van een gebudgetteerd tekort van € 10.586.218 vanaf 2025;
- het realiseren van de doelstelling uit het Lokaal Materialenplan 2030 van OVAM, zijnde een reductie van huishoudelijk restafval tot maximaal 90 kg per inwoner per jaar;
Gelet op het afvalreglement betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare afvalstoffen goedgekeurd op de gemeenteraad d.d. 13 december 2021;
Gelet dat het reglement van 13 december 2021 wordt vervangen door voorliggend reglement.
Overwegende dat er een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bestaat voor een aantal afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREMA, artikel 3.1.1;
Overwegende dat er een terugnameplicht bestaat voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong; dat minstens papier en karton, hol glas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong selectief moeten worden ingezameld;
Overwegende dat het ter bescherming van het leefmilieu noodzakelijk is het huishoudelijk afval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema;
Overwegende dat prioriteit dient verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen;
Overwegende dat in tweede instantie het huishoudelijk afval maximaal selectief dient ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking;
Overwegende dat ernaar gestreefd wordt om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen;
Overwegende dat de gemeente in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever, …) maximaal wil voorkomen;
Overwegende dat inwoners een herbruikbaar inzamelrecipiënt voor huisvuil of de toegang tot het ondergrondse of bovengrondse brengsysteem voor huisvuil niet mogen weigeren aangezien elke inwoner en elk gezin huisvuil produceert, hoe goed ze ook aan preventie doen of selectief inzamelen;
Overwegende dat de gemeenten zich opnieuw engageren om de door Limburg.net uitgewerkte modelreglementen op hun gemeenteraad ter goedkeuring te agenderen en integraal toe te passen en dit met het oog op een uniform prijzen en afvalbeleid binnen de bestaande ophaalsystemen in Limburg en Diest;
Overwegende dat men in de politiecodex een verwijzing dient te maken naar dit reglement zodat er via GAS kan worden opgetreden als men de artikels niet naleeft;
Overwegende de volgende wijzigingen in onderstaand reglement:
Gelet dat er aan artikel 10 aanpassingen zijn gedaan naar aanleiding van het ophalen van snoeihout in eigen beheer en de ophaling van herbruikbare goederen door VZW Reset;
Gelet dat naar aanleiding van de huis aan huis inzameling van snoeihout door de gemeentelijke diensten, artikel 14 ook werd aangepast;
Overwegende dat een aantal artikels voorgesteld door Limburg.net niet zijn weerhouden, namelijk de verwijzingen naar de verplichting bij horeca en ambulante handel. Hierbij verwijzen we naar het reglement ambulante handel;
Overwegende dat ook het artikel rond de verplichting voor rokers om een zakasbakje te kunnen tonen bij verzoek, niet werd opgenomen vermits wij ons openbaar domein ook hebben uitgerust met peukenrecipiënten.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op artikel 77-78 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28;
Gelet op het besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013;
Gelet op het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd);
Gelet op het besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval;
Gelet op de goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023);
Gelet op de beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband LIMBURG.NET.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan onderstaand reglement zoals voorgesteld door Limburg.net, intercommunale aangesteld door Herk-de-Stad voor afvalophaling:
'Politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.'
Hoofdstuk 1 – algemene bepalingen
Afdeling 1 – definities en toepassingsgebied
Artikel 1.
De definities opgenomen in het Materialendecreet, het VLAREMA en de bijhorende uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op dit afvalreglement.
Artikel 2.
Dit afvalreglement is van toepassing op de inzameling en het beheer van alle huishoudelijk afval.
Dit afvalreglement is tevens van toepassing op de inzameling en het beheer van alle met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die via een gemeentelijke inzameling worden opgehaald, ingezameld of aangeboden.
Afdeling 2 – algemene bepalingen
Artikel 3.
Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 § 1 van het Materialendecreet is het verboden huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen achter te laten, op te slaan, aan te bieden, in te zamelen, te storten, te verbranden, te verwerken, te beheren in strijd met de bepalingen opgenomen in dit afvalreglement.
Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 §1 van het Materialendecreet is het verboden voor de aanbieders van met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen om deze bedrijfsafvalstoffen op een andere manier aan te bieden bij de gemeentelijke inzameling in strijd met de bepalingen opgenomen in dit afvalreglement.
Artikel 4.
Het is verboden volgende afvalstoffen aan te bieden bij een gemeentelijke inzameling :
Het is verboden om volgende afvalstoffen aan te bieden bij de inzameling op het recyclagepark:
Artikel 5.
De visuele controle op de aanbieding van afvalstoffen bij de inzameling wordt uitgevoerd door het personeel van de gemeente, door Limburg.net en door de inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of –makelaars die zijn aangesteld door Limburg.net en door de parkwachter op het recyclagepark ingeval van inzameling op het recyclagepark. Degene die de visuele controle uitoefent mag de aangeboden afvalstoffen controleren en de aanbieders wijzen op foutieve aanbiedingen en de nodige richtlijnen verstrekken.
Artikel 6.
§1.Het is verboden om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen op het grondgebied van de gemeente, tenzij de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en –makelaars die daarvoor aangewezen zijn door Limburg.net of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars hiervoor een toestemming hebben gekregen van Limburg.net.
Alleen de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars daarvoor aangewezen door Limburg.net of geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars die hiervoor een toestemming hebben gekregen Limburg.net, mogen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen op het grondgebied van de gemeente.
Aanvullend op de bepalingen in het tweede lid mogen metalen door de afvalproducent aangeboden worden rechtstreeks aan de vergunde inrichtingen van verwerkers, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars op voorwaarde dat de sorteerverplichting opgenomen in artikel 4.3.1 van het VLAREMA wordt nageleefd en dat de desbetreffende inrichting hoeveelheden rapporteert aan de gemeente. Metalen verpakkingen moeten ingezameld worden conform artikel 22 van dit reglement.
Afvalstoffen die onder een aanvaardingsplicht of vrijwillige terugname vallen kunnen ingezameld worden conform artikel 22 van dit reglement.
§2 Elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die op het grondgebied van de gemeente huishoudelijke afvalstoffen op eigen initiatief wenst in te zamelen moet vooraf een toelating vragen bij Limburg.net. De aanvraag bevat minstens volgende gegevens :
Limburg.net kan schriftelijk toelating geven aan de organisator van de inzameling op voorwaarde dat de organisator per kwartaal en ten laatste anderhalve maand na het verstrijken van het betreffende kwartaal de gegevens met betrekking tot de op het gemeentelijk grondgebied ingezamelde huishoudelijke hoeveelheden tijdens het voorbije kwartaal rapporteert aan Limburg.net. Limburg.net kan deze toelating eventueel beperken in de tijd.
Wanneer vastgesteld wordt dat de organisator de geldende wettelijke bepalingen en/of de voorwaarden gekoppeld aan de gemeentelijke toelating schendt, kan Limburg.net haar toelating opheffen.
§3. In afwijking van §2 kunnen scholen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente zonder toelating van Limburg.net2 per kalenderjaar maximum twee verschillende afvalstromen selectief inzamelen mits cumulatief voldaan aan de volgende voorwaarden:
Afdeling 3 – afval van huisdieren
Artikel 7.
De eigenaars en houders van huisdieren zijn verplicht te beletten dat de voetpaden en aanpalende huizen, bermen tussen voetpad en rijweg, begraafplaatsen, openbare parken, bossen, tuinen, speelpleinen en andere voor het publiek toegankelijke zones en de fiets- en rijwegen bevuild worden door hun dieren.
Kleine huisdieren mogen zich enkel op de voorziene locaties ontlasten. Indien uitwerpselen terecht komen op de voornoemde plaatsen, is de eigenaar of houder van het dier verplicht deze uitwerpselen te verwijderen en te deponeren in een straatvuilbak of in een speciaal daarvoor voorzien inzamelrecipiënt of moeten de uitwerpselen voldoende verpakt meegegeven worden met de gemeentelijke inzameling van huisvuil.
De voormelde verplichtingen ontslaan de aangelanden echter niet van hun eigen verplichtingen om de openbare weg rein te houden.
De begeleiders van huisdieren zijn verplicht steeds een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier in bezit te hebben. Het zakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.
De bepalingen van artikel 7, lid 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op blindengeleide- en assistentiehonden.
Afdeling 4 – reclamedrukwerk en gratis regionale pers
Artikel 8.
Het is voor bedelers van reclamedrukwerk en gratis regionale pers verboden om reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden, op het recyclagepark of op andere plaatsen, dan de brievenbus, tenzij mits toelating van de gemeente.
De gemeente stelt stickers ter beschikking van de inwoners waarop wordt aangegeven dat reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers niet gewenst zijn. Het is verboden reclamedrukwerk te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk, maar wel gratis regionale pers te ontvangen. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk en geen gratis regionale pers te willen ontvangen. Indien de gegevens van de bedeler niet gekend zijn, dan zal de verantwoordelijke uitgever als aansprakelijke worden weerhouden. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is het bedrijf waarvoor reclame wordt gemaakt of de organisator van de activiteit waarvoor reclame wordt gemaakt, aansprakelijk.
Het is tevens verboden autokaartjes achter te laten op geparkeerde voertuigen.
Afdeling 5 – gebruik ballonnen
Artikel 9.
Het oplaten van (helium-) ballonnen is verboden of moet aangevraagd worden aan de gemeente.
Hoofdstuk 2 – gemeentelijke inzameling huis-aan-huis, per wijk of per straat van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen
Artikel 10.
Huisvuil mag niet in een publieke vuilnisbak worden gedeponeerd. Volgende huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden door of in opdracht van Limburg.net huis-aan-huis al dan niet op afroep ingezameld:
Volgende huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden door of in opdracht van Limburg.net per wijk of per straat al dan niet via een brengsysteem op korte afstand ingezameld:
Volgende huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden door VZW reset al dan niet op afroep ingezameld:
De dagen en uren waarop de inzameling huis-aan-huis, per wijk of per straat wordt georganiseerd, worden bepaald door de gemeente en gepubliceerd via de afvalkalender en via de website van de gemeente.
Artikel 12.
De afvalstoffen moeten aangeboden worden voor de huis-aan-huis inzameling, de inzameling per wijk of per straat in de voorgeschreven inzamelrecipiënten of op een wijze zoals bepaald in deze politieverordening. Afvalstoffen die aangeboden worden op een andere wijze dan bepaald in deze verordening worden niet aanvaard.
De aanbieder sluit het eenmalige inzamelrecipiënt zorgvuldig op de voorziene wijze, (sluiting, trekband, sluitflappen, …) zodat het veilig kan opgenomen worden.
De aanbieder gebruikt per afvalstof uitsluitend de daartoe voorziene officiële zak met het Limburg.net logo, die aangekocht worden/verkregen zijn in de daarvoor aangeduide verkooppunten en sluit deze zorgvuldig op de voorziene wijze, zodat de zak gemakkelijk en veilig kan opgenomen worden door het personeel van de inzamelaar en geen zwerfvuil veroorzaakt.
De afvalstoffen moeten aangeboden worden voor de huis-aan-huis inzameling, de inzameling per wijk of per straat in de voorgeschreven inzamelrecipiënten of op een wijze zoals bepaald in deze politieverordening. Afvalstoffen die aangeboden worden op een andere wijze dan bepaald in deze verordening worden niet aanvaard.
De aanbieder sluit het eenmalige inzamelrecipiënt zorgvuldig op de voorziene wijze, (sluiting, trekband, sluitflappen, …) zodat het veilig kan opgenomen worden.
De aanbieder gebruikt per afvalstof uitsluitend de daartoe voorziene officiële zak met het Limburg.net logo, die aangekocht worden/verkregen zijn in de daarvoor aangeduide verkooppunten en sluit deze zorgvuldig op de voorziene wijze, zodat de zak gemakkelijk en veilig kan opgenomen worden door het personeel van de inzamelaar en geen zwerfvuil veroorzaakt.
Hiertoe gelden volgende richtlijnen (niet limitatief):
Het is toegestaan om afvalzakken aan te bieden in een open bak, mand of kuip, om de afvalzak te beschermen tegen ongedierte, onder volgende voorwaarden:
De aanbieder dient de niet-aanvaarde afvalstoffen of niet geheel geledigde inzamelrecipiënten dezelfde dag nog terug te nemen. De niet-terugname overeenkomstig dit politiereglement wordt beschouwd als sluikstorten.
In geval van een foutieve aanbieding van inzamelrecipiënten in appartementsgebouwen of collectieve wooneenheden en de aanbieder niet gekend is, dan zal de verantwoordelijke syndicus als aansprakelijke worden weerhouden.
Het is verboden de langs de openbare weg staande inzamelrecipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel tijdens de uitoefening van hun functie.
De aanbieder mag de afvalstoffen voor de huis-aan-huis inzameling mogen ten vroegste vanaf 18 uur de avond vóór de ophaling of lediging zoals vermeld op de afvalkalender van Limburg.net buiten zetten. De aanbieder plaatst de aangeboden afvalstoffen aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel waar de aanbieder gevestigd is zonder het verkeer van voetgangers, fietsers of voertuigen te hinderen. De aanbieder die afgelegen van de openbare weg gevestigd is of die langs wegen, plaatsen of stegen gevestigd is die niet door de wagens van de ophaaldienst bereikbaar zijn, moet de voorgeschreven inzamelrecipiënten plaatsen langs de dichtst bij zijn perceel grenzende openbare weg of op de door de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband bepaalde plaats. De ophaling huis-aan-huis wordt voorzien op de voor de ophaalwagens toegankelijke straten, wegen en pleinen. De ophaler mag de afvalstoffen voor de huis-aan-huis inzameling vanaf 6 uur inzamelen. Bij uitzonderlijke weersomstandigheden (code rood KMI) kunnen door Limburg.net afwijkende instructies bekend gemaakt worden via de website en andere kanalen, die door de aanbieder in acht moeten genomen worden.
Artikel 13.
Indien aan een appartementsgebouw of in een specifiek afgebakende zone, de inzameling van bepaalde afvalstoffen gebeurt via ondergrondse containers of 4-wiel rolcontainers (1.100 L, 770 L, …) van Limburg.net, zijn alle bewoners van het appartementsgebouw of in de afgebakende zone, verplicht om de betrokken afvalstoffen via deze weg én correct gesorteerd aan te bieden.
Artikel 14.
Volgende aanvullende afvalspecifieke bepalingen zijn van toepassing op de gemeentelijke inzameling huis-aan-huis, per wijk of per straat:
1° Het huisvuil wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar aangesteld door Limburg.net.
Het gewicht van de aangeboden zak mag niet groter zijn dan:
Per ophaalbeurt mogen maximaal 4 huisvuilzakken van 44 liter of equivalent in huisvuilzakken van 22 liter worden aangeboden.
Elke inwoner is verplicht om het herbruikbare inzamelrecipiënt voor huisvuil bestemd voor zijn adres te aanvaarden.
2° Het grofvuil wordt minimaal 4 keer per jaar ingezameld door Limburg.net. Het grofvuil moet worden aangeboden volgens volgende voorwaarden:
Is niet toegestaan en wordt geweigerd:
Voor de ophaling op afroep moet minimaal 2 dagen voorafgaandelijk aan de ophaling een online aanvraag worden ingediend worden met de vermelding van de op te halen afvalstoffen. De aanvraag gebeurt via de website van Limburg.net, onder voorbehoud van de nog beschikbare capaciteit. In het uitzonderlijke geval dat een online aanvraag onmogelijk is, kan de aanvraag telefonisch gebeuren. De praktische en betaalvoorwaarden moeten voldaan zijn vooraleer tot ophaling wordt overgegaan.
3° Het glas wordt ingezameld in de glascontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente.
Het glas dient afhankelijk van de kleur in de daarvoor voorziene glascontainer gedeponeerd te worden. Het glas dient leeg en voldoende gereinigd te zijn en ontdaan van deksels en doppen. Het is verboden glas te deponeren in de glascontainers tussen 22.00 uur en 07.00 uur.
4° Papier en karton wordt maandelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net.
Het papier en karton dient aangeboden te worden hetzij in een stevige kartonnen doos, hetzij in bundels samengebonden met natuurtouw.
Het volume per aanbieding mag maximaal 1 m³ bedragen en de bundel of doos mag maximaal 15 kg wegen.
5° Het pmd-afval wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld. Het maximale volume van de verpakkingen bedraagt 8 liter. Er mogen geen verpakkingen aan de buitenkant van het inzamelrecipiënt vastgemaakt worden.
Per ophaalbeurt mogen maximum 8 pmd-zakken van 60 liter aangeboden worden.
6° Keukenafval wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net via de Optimo-inzameling en dient gescheiden aangeboden te worden in een officiële keukenafvalzak met opschrift ‘Limburg.net’. Per ophaalbeurt mogen maximum 8 zakken keukenafval aangeboden worden. Het gewicht per aangeboden zak mag niet groter zijn dan 10 kg.
7° Textielafval wordt ingezameld in textielcontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente. Het textielafval dient aangeboden te worden in een gesloten zak. Het textiel dient proper en droog aangeboden te worden.
En textiel wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net via de Optimo-inzameling en dient gescheiden aangeboden te worden in een officiële textielafvalzak met opschrift ‘Limburg.net’. Per ophaalbeurt mogen maximum 4 textielzakken aangeboden worden. Het gewicht per aangeboden zak mag niet groter zijn dan 15 kg.
8° Tuinafval wordt minstens tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld door Limburg.net via de Optimo-inzameling en dient gescheiden aangeboden te worden in een officiële tuinafvalzak met opschrift ‘Limburg.net’. Per ophaalbeurt mogen maximum 8 zakken tuinafval aangeboden worden. Het gewicht per aangeboden zak mag niet groter zijn dan 15 kg.
9° Het snoeihout wordt van maart tot november op de 3de dinsdag van de maand gratis en op afroep opgehaald door de gemeentelijke diensten.
Bijkomend wordt het snoeihout door Limburg.net minimaal 3 keer per jaar op afroep opgehaald.
Het snoeihout moet worden aangeboden volgens volgende voorwaarden:
Voor de ophaling op afroep moet minimaal 2 werkdagen voorafgaandelijk aan de ophaling een online aanvraag worden ingediend:
In het uitzonderlijke geval dat een online aanvraag onmogelijk is, kan de aanvraag telefonisch gebeuren en dit voor beide ophalingen (gemeente en Limburg.net)
De praktische en betaalvoorwaarden, indien van toepassing, moeten voldaan zijn vooraleer tot ophaling wordt overgegaan.
Hoofdstuk 3 –inzameling op het recyclagepark van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen
Artikel 15.
Het recyclagepark is een inrichting die tot doel heeft de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen mogelijk te maken met het oog op de maximale recyclage en nuttige toepassing van deze afvalstoffen.
Het recyclagepark is gelegen te Industrieweg 1412 in Herk-de-Stad
Op het recyclagepark gelden de bepalingen van het tarievenreglement en het huishoudelijk reglement zoals vastgesteld door raad van bestuur van Limburg.net.
Het is geopend op de data en openingsuren opgenomen in de afvalkalender en vermeld op de websites van de gemeente en van Limburg.net. Buiten de openingsuren is het recyclagepark niet toegankelijk voor personen vreemd aan de dienst.
Tijdens de openingsuren is het recyclagepark permanent onder toezicht van de aanwezige parkwachter(s).
Het is de parkwachter toegestaan om de aanbieders van afvalstoffen buiten de omheining te laten wachten indien er zich reeds te veel personen of voertuigen op het recyclagepark bevinden in functie van een goede verkeersregeling op het recyclagepark.
Kinderen jonger dan 16 jaar dienen vergezeld te zijn door een volwassen begeleider.
Het is verboden dieren te laten rondlopen op het recyclagepark.
Artikel 16 - afvalstoffen.
Op het recyclagepark mogen o.m. de hierna vermelde, vooraf maximaal gesorteerde en niet vervuilde huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen aangeboden worden. Afvalstoffen die in hoeveelheid, aard of samenstelling niet vergelijkbaar zijn met huishoudelijk afvalstoffen, worden geweigerd. Restproducten van een productieproces, worden geweigerd. De afvalstoffen mogen slechts na goedkeuring door de aanwezige parkwachter, in de daartoe voorbestemde en van een duidelijke vermelding voorziene container, recipiënt of opslagruimte gedeponeerd worden. Dit gebeurt door de bezoekers zelf, tenzij dit anders staat aangegeven.
Niet elk recyclagepark heeft de mogelijkheden om alle afvalstoffen te aanvaarden: meer info op www.limburg.net/recyclageparken.
De specifieke aanbiedingsregels per afvalstof worden gecommuniceerd via www.limburg.net/recyclageparken.
Huisvuil afkomstig van huishoudens wordt onder volgende voorwaarden aanvaard en opgeslagen op een recyclagepark:
Keukenafval afkomstig van huishoudens en vergelijkbaar organisch-biologisch afval wordt onder volgende voorwaarden aanvaard en opgeslagen op een recyclagepark:
Het ledigen van met huisvuil of keukenafval gevulde zakken door de aanbrenger is verboden.
Alle afvalstoffen dienen gesorteerd te worden aangeboden teneinde de verblijfsduur van de aanbieder op het recyclagepark te beperken. De snelheid van de voertuigen op het recyclagepark is beperkt tot 15 km/uur. De motor dient stilgelegd te worden bij het lossen van de afvalstoffen. De aanbieders en de ophalers zijn ertoe gehouden de aanwijzingen van de parkwachter te volgen.
De aanbieder deponeert zelf de afvalstoffen in het inzamelrecipiënt dat voorzien is voor de desbetreffende afvalstof. Zodra de afvalstoffen in de daarvoor voorziene container zijn gedeponeerd, mogen deze afvalstoffen niet meer meegenomen worden tenzij door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar aangesteld door Limburg.net.
Het kga moet afzonderlijk aangeboden worden in een daarvoor geschikt recipiënt. De aanbieder overhandigt zelf het kga aan de parkwachter. Het aangeboden kga wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen. Indien nodig brengt de aanbieder zelf de aanduidingen aan over de aard, samenstelling en eventuele gevaren van het kga op de verpakking. De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het kga te voorkomen. Injectienaalden, bloedlancetten en pennaalden moeten aangeboden worden in een naaldcontainer.
Tijdens het vervoer en het aanbieden van hechtgebonden asbestcement afvalstoffen op het recyclagepark moeten alle maatregelen getroffen worden om het verspreiden van asbestvezels in de omgeving te vermijden. Gooien en breken van hechtgebonden asbestcement is verboden.
De aanbieder brengt hechtgebonden asbestcement volledig verpakt naar het recyclagepark. Verpakken op het recyclagepark zelf is niet toegelaten. Onverpakt hechtgebonden asbestcement wordt niet aanvaard.
Het verpakkingsmateriaal moet uit doorzichtige folies en zakken bestaan die voldoen aan de vereisten om hechtgebonden asbestcement te verpakken. Het verpakte hechtgebonden asbestcement wordt inclusief de verpakking in de container voor hechtgebonden asbestcement gelegd. Het is verboden om de verpakking te openen en/of leeg te maken. De parkwachter is bevoegd om op de correcte aanlevering van hechtgebonden asbestcement toezicht te houden en controle uit te voeren.
Artikel 17.
De aanbieders moeten de omgeving van de containers en de overige ruimte van het recyclagepark steeds rein houden. Zij kunnen door de parkwachter verzocht worden het door hen bevuilde terrein te reinigen.
Artikel 18.
Bij misbruik kan de toegang tot het recyclagepark door de raad van bestuur van Limburg.net voor bepaalde of onbepaalde tijd ontzegd worden.
Artikel 19.
Het is verboden om afvalstoffen te deponeren of achter te laten aan de toegangspoorten of de omheining van het recyclagepark. Het is verboden om afvalstoffen over de omheining van het recyclagepark te gooien.
Het is verboden op het recyclagepark te roken of om op enige andere wijze vuur te maken. Het is verboden om enige beschadiging aan te brengen aan de omheining, containers, gebouwen, beplantingen of uitrusting van het recyclagepark.
Hoofdstuk 4 – inzameling van huishoudelijke afvalstoffen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Artikel 20.
Afvalstoffen die onder een aanvaardingsplicht vallen kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen.
Afvalstoffen die vallen onder de terugnameplicht verpakkingsafval kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen en georganiseerd wordt door de respectievelijke verpakkingsverantwoordelijke of beheerorganisme overeenkomstig de afgeleverde erkenning.
Afvalstoffen die vallen onder een andere vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen conform artikel 3.3.6 van Vlarema.
Afvalstoffen die door de producent, tussenhandelaar of eindverkoper op vrijwillige basis teruggenomen worden kunnen ingezameld worden via een niet-gemeentelijke inzameling op voorwaarde dat de inzameling voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen.
Hoofdstuk 5 – inzameling van afvalstoffen buiten de gemeentelijke inzameling
Artikel 21.
Inwoners die zich van grote hoeveelheden afvalstoffen willen ontdoen kunnen hiervoor een afzetcontainer huren bij een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar.
De inwoner die zich wil ontdoen van afvalstoffen via een afzetcontainer, op het openbaar domein, dient hiervoor steeds toelating te vragen aan de gemeente. Het is de inwoner zelf die deze toelating moet aanvragen. Bij zijn aanvraag vermeldt de inwoner uitdrukkelijk de locatie waar en de periode dat de afzetcontainer geplaatst wordt. De toelating kan gepaard gaan met een tijdelijk parkeerverbod.
De afzetcontainer op de openbare weg moet voorzien zijn van rode en witte strepen aan de voor- en achterkant en dit over minstens 1 vierkante meter per kant. Een verkeersbord met symbool D1 moet voorzien worden boven de afzetcontainer en een oranjegeel knipperlicht dient aangebracht te worden boven dit verkeersbord.
De toelating moet toegekend zijn, alvorens de afzetcontainer door de geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar mag geleverd worden. De termijnen van deze toelating moeten gerespecteerd worden. Indien de afzetcontainer niet is verwijderd tegen de dag zoals bepaald in de toelatingsbeslissing dan zal de gemeente de inwoner die de aanvraag heeft ingediend hiervoor verantwoordelijk stellen.
Het is verboden containers met bedrijfsafval (type rolcontainer 1.100 l) buiten te plaatsen op het openbaar domein, behalve ten vroegste na zonsondergang de avond voor de voorziene ophaling. Na lediging moeten de inzamelcontainers dezelfde dag terug verwijderd worden van het openbaar domein.
Voor de inzameling van asbest op afroep gelden de regels zoals bepaald in het tarievenreglement van Limburg.net.
Hoofdstuk 6 – strafbepalingen
Artikel 22.
Volgende afvalgerelateerde kleine vormen van overlast worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie overeenkomstig artikel 119bis van de Gemeentewet, voor zover de wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien:
Artikel 23.
Alle andere overtredingen op de bepalingen van deze politieverordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover wetten, decreten, algemene of provinciale verordeningen op dit vlak geen andere straffen voorzien.
Wanneer een overtreding van een bepaling is begaan met een motorvoertuig wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat mag met alle middelen aantonen wie op het ogenblik van de feiten met het voertuig reed. Indien de door de houder van de kentekenplaat aangeduide persoon de inbreuk niet weerlegt of ontkent, wordt de administratieve geldboete hem ten laste gelegd.
Artikel 2.
De gemeenteraadsbeslissing van 13 december 2021 betreffende het afvalreglement betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt opgeheven.
Artikel 3.
De artikels uit de politiecodex die overeenstemmen met de artikels uit bovenstaand reglement dienen geschrapt te worden. Toch dient er vanuit de politiecodex een verwijzing gemaakt te worden naar de politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen. Op die manier kan er gehandhaafd worden via de GAS-wetgeving.
Artikel 4.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur.
Artikel 5.
Een afschrift van deze verordening wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, dadelijk toegezonden aan de Deputatie, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank. Ter kennisgeving zal eveneens een afschrift worden toegezonden aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband en de OVAM.
Gelet op het lidmaatschap van de stad Herk-de-Stad bij LIMBURG.NET;
Gelet op de statuten van LIMBURG.NET en in het bijzonder artikel 3 waaruit blijkt dat de stad Herk-de-Stad, als deelnemer van Limburg.net, afstand heeft gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en –verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van LIMBURG.NET.
Overwegende dat een nieuwe convenant dient gesloten te worden tussen de stad en LIMBURG.NET, waarbij de stad zich engageert om het uniform stelsel van heffingen voor de ophaling en verwerking van afval, zoals door de Raad van Bestuur van LIMBURG.NET wordt uitgewerkt, toe te passen, en waarbij Limburg.net gemachtigd wordt om de afvalbelasting te innen via het systeem van directe inning;
Overwegende de toelichting gegeven door Limburg.net over haar Limburg.net plan30 waarbij het duidelijk mag zijn dat enerzijds de forfaitaire bijdrage wordt verhoogd en anderzijds het quotum aan huisvuilzakken wordt verlaagd en waarbij tevens de prijs voor de aan te kopen vuilzakken verhoogd wordt.
Overwegende de verhoogde bedragen te innen via directe inning voor 2026:
Overwegende dat de stad Herk-de-Stad bepleit heeft het forfaitair tarief minder of niet te verhogen en het quotum gratis huisvuilzakken af te schaffen omdat:
1. niet alle burgers dit quotum nodig blijken te hebben, terwijl de overschotten weliswaar mogen ingeleverd worden maar slechts tegen een fractie van de kostprijs worden vergoed;
2. de niet ingeleverde gratis bedeelde huisvuilzakken wel betaald werden via de belasting en dus op zich een verdienmodel zijn voor de intercommunale nu slechts een deel hiervan terugvloeit naar de lokale besturen via het duurzaamheidsfonds.
Overwegende dat de stad Herk-de-Stad liever de quota afschaft en het principe van de vervuiler betaalt vol laat werken en dus het systeem van niet afgehaalde huisvuilzakken of niet gebruikte huisvuilzakken weert;
Overwegende dat de raad van bestuur van Limburg.net beslist heeft dat deze modaliteit niet wordt toegelaten tenzij wordt uitgestapt uit het systeem van de directe inning;
Overwegende dat diverse onderhandelingen gericht op een uitstap uit de directe inning middels de mogelijkheid van hergebruik van de softwaretoepassing CARDS niks hebben opgeleverd;
Overwegende de vaststelling dat de verwerking van meer dan 5500 belastingbiljetten in eigen beheer enerzijds een aanzienlijke meerkost genereren door de aankoop en abonnement van een softwarepakket enerzijds, door het gebrek aan transparantie over de wijze van verdeling van de opbrengst van de verkoop van huisvuilzakken en niet in het minst de belasting voor de financiële dienst die instaat voor inkohiering en inning;
Overwegende dat Limburg.net te kennen heeft gegeven dat het voor 2026 nog niet mogelijk is voor Herk-de-Stad om als pilot te fungeren maar mits goedkeuring van de raad van bestuur, het wel mogelijks zou kunnen in de toekomst;
Overwegende dat de uitstap uit de directe inning geen optie is;
Overwegende dat derhalve de convenant ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op artikel 77-78 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28;
Gelet op het besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013;
Gelet op het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd);
Gelet op het besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval;
Gelet op de goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023);
Gelet op de beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband LIMBURG.NET.
Artikel 1.
Er wordt goedkeuring verleend aan de ondertekening van de convenant zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing tussen de Stad Herk-de-Stad en LIMBURG.NET.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op het lidmaatschap van de stad Herk-de-Stad bij LIMBURG.NET;
Gelet op de statuten van LIMBURG.NET en in het bijzonder artikel 3 waaruit blijkt dat de gemeente/stad als deelnemer van Limburg.net, afstand heeft gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en –verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van LIMBURG.NET;
Gelet op de convenant zoals gesloten tussen de gemeente/stad en LIMBURG.NET, waarbij de gemeente/stad zich geëngageerd heeft om binnen de gemeente/stad het uniform stelsel van heffingen voor de ophaling en verwerking van afval, zoals door de Raad van Bestuur van LIMBURG.NET wordt uitgewerkt, toe te passen, en waarbij Limburg.net gemachtigd werd om de afvalbelasting te innen via het systeem van directe inning;
Gelet op de beslissing van de Raad van Bestuur van Limburg.net van 10 september 2025 waarbij, in uitvoering van het meerjarenplan 2025–2030 en het Plan30, een geïntegreerd pakket maatregelen werd aangenomen met het oog op:
Overwegende dat Limburg.net sinds 2012 een beleid van prijsstabiliteit heeft gevoerd waarbij de tarieven gedurende deze periode ongewijzigd zijn gebleven, mede dankzij gunstige marktomstandigheden, maar dat dit beleid vanaf 2025 financieel niet langer houdbaar is;
Overwegende dat de stijgende kosten van afvalinzameling en -verwerking en de ambitieuze restafvaldoelstelling vereisen dat Limburg.net beleidsmatig inzet op prijsprikkels en quotumbeperkingen, teneinde inwoners te stimuleren tot meer afvalpreventie en correcte sortering;
Overwegende dat OVAM en de Vlaamse overheid uitdrukkelijk de strategie aanbevelen om de variabele kost van restafval te verhogen, terwijl de tarieven voor recycleerbare fracties stabiel blijven, zodat burgers financieel worden aangemoedigd om afval beter te sorteren;
Overwegende dat naast de tariefaanpassingen ook de verlaging van het quotum huisvuil per gezin een noodzakelijke maatregel vormt om het restafvalvolume verder terug te dringen, en dat deze maatregel gepaard gaat met intensieve sensibilisering rond afvalpreventie en correct sorteren;
Overwegende dat de aangepaste tarieven voor de basisdienstverlening (directe inning) voor de drie regio’s (West, Zuid en Oost) vanaf 2026 geharmoniseerd en geïndexeerd worden, met behoud van voorspelbaarheid en beheersbaarheid voor de burger;
Overwegende dat de Raad van Bestuur van Limburg.net de gewijzigde modelreglementen (belasting- en tarievenreglementen, afvalreglement, convenant en interne reglementen) heeft vastgesteld en in bijlage bij dit besluit heeft gevoegd;
Overwegende dat de belangrijkste wijzigingen zijn:
Goedkeuring bedragen directe inning in 2026 en principe van indexering volgens gezondheidsindex vanaf 2027 (tenzij Limburg.net aangeeft dat geen indexering moet worden doorgevoerd);
Overwegende dat de gemeenten zich in het kader van de vernieuwde convenant opnieuw engageren om de door Limburg.net uitgewerkte modelreglementen op hun gemeenteraad ter goedkeuring te agenderen en integraal toe te passen en dit met het oog op een uniform prijzen- en afvalbeleid binnen de bestaande ophaalsystemen in Limburg en Diest;
Overwegende dat er op het grondgebied van Herk-de-Stad nog geen gebruik wordt gemaakt van rolcontainers van 1.100 liter of ondergrondse inzamelsystemen. We dienen de opties wel voor de toekomst open te houden en daarom worden beide opties in het reglement vermeld.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op artikel 77-78 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28;
Gelet op het besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013;
Gelet op het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd);
Gelet op het besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval;
Gelet op de goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023);
Gelet op de beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband LIMBURG.NET.
Artikel 1.
Er wordt goedkeuring verleend aan onderstaand reglement.
Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031
HOOFDSTUK 1 - Algemene begrippen van de belasting
Artikel 1 - Algemene bepalingen
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn van 5 jaar, eindigend op 31 december 2031, wordt in de gemeente volgens de bepaling van dit reglement een belasting gevestigd op het inzamelen en verwerken van diverse fracties huishoudelijke afvalstoffen.
Dit reglement stelt twee verschillende belastingen vast:
De tarieven die verschuldigd zijn voor de afgifte van afval op het recyclagepark van de gemeente worden door de raad van bestuur van Limburg.net vastgelegd in een afzonderlijk tarievenreglement. Deze tarieven maken geen deel uit van het belastingreglement.
Artikel 2 - Bepalingen eigen aan de uniformiteit van de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen in het bedieningsgebied
In alle gemeenten in het bedieningsgebied van Limburg.net waar een gelijk reglement als dit reglement is goedgekeurd, geldt als beginsel voor de toepassing van dit reglement, dat de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen ingericht door Limburg.net uniform verloopt en inwisselbaar is voor alle belastingplichtigen van deze gemeenten.
Dit houdt in:
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° huishoudelijke afvalstoffen: de afvalstoffen zoals gedefinieerd in artikel 3, 17° van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
2° huisvuil: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die ongesorteerd en conform het afvalreglement in de voorgeschreven recipiënten voor huisvuilophaling worden aangeboden, met uitzondering van de selectief ingezamelde afvalstoffen zoals papier en karton, textiel, glas, klein gevaarlijk afval, groente-, fruit- en tuinafval of groenafval, plasticverpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons.
3° Limburg.net: de opdrachthoudende vereniging met maatschappelijke zetel te 3500 Hasselt, Herkenrodesingel nr. 14, ingeschreven in de kruispuntenbank der ondernemingen onder het nummer 0214.533.712 en waarvan de gemeente aandeelhouder is.
Limburg.net heeft als opdrachthoudende vereniging tot doel de bevoegdheden van de gemeente uit te oefenen die betrekking hebben op het afvalbeheer, de afvalverwijdering en afvalverwerking in de gemeente met uitsluiting van de bevoegdheid tot het vaststellen van retributies of het uitvaardigen van fiscale en politionele maatregelen. Limburg.net treedt in deze bevoegdheden op in plaats van de gemeente.
Limburg.net wordt in dit reglement belast met de inning en de invordering van de in dit reglement vastgestelde kohierbelasting en contantbelastingen.
4° het bedieningsgebied: het geografische gebied van de gemeentes die hun bevoegdheden inzake afvalbeheer, afvalverwijdering en afvalverwerking aan Limburg.net hebben overgedragen.
5° afvalreglement: de gemeentelijke politieverordening waarin het beheer en de inzamelwijze van de diverse fracties aan huishoudelijke afvalstoffen in de gemeente wordt gereglementeerd.
6° gezin: voor de toepassing van dit reglement worden beschouwd als een gezin:
Deze collectieve leefgemeenschappen worden voor de toepassing van dit reglement niet als een gezin beschouwd wanneer hun afval voor een belangrijk deel bestaat uit ander afval dan huisvuil.
7° onderneming: elke afzonderlijke activiteitskern of bedrijfsvestiging op het grondgebied van de gemeente van enige natuurlijke persoon, rechtspersoon, feitelijke vereniging of inrichting, die als hoofd en/of bijkomende activiteit een zelfstandig of een vrij beroep uitoefent of een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent dan wel een gemeenschapstaak vervult.
8° ophaalpunt: elk gebouw met een huisnummer of een busnummer waar een gezin of een onderneming is gevestigd of een bijkomend verblijf heeft en waar in opdracht van Limburg.net huishoudelijke afvalstoffen huis-aan-huis worden opgehaald voor zover ze worden aangeboden op de in het afvalreglement gereglementeerde wijze.
9° basisdienst: het geheel van diensten verleend door Limburg.net waarop de gezinnen gevestigd in de gemeente recht hebben in het bedieningsgebied. De basisdienst omvat:
De start van de bedelingsperiode van de plastic zak wordt door Limburg.net via meerdere communicatiekanalen ter kennis gebracht aan de gezinnen en de afhaling dient te gebeuren uiterlijk 31 december van het dienstjaar, rekeninghoudend met de openingsdata van de verdeelpunten.
Per gezin is het jaarlijks quotum huisvuil inbegrepen om in de ondergrondse container te deponeren, berekend in functie van de gezinssamenstelling (toestand 1 januari):
Overdracht van resterende kilo’s naar het jaar nadien kan maar gebeuren indien minimum 1 lediging in het dienstjaar is uitgevoerd en is geplafonneerd tot maximum 10 openingen.
Het jaarlijks recht van de gezamenlijke container is de som van alle rechten waarop elk afzonderlijk gezin recht heeft volgens de gezinstoestand van 1 januari. Overdracht van resterende kilo’s is enkel mogelijk indien er in het dienstjaar minimum één lediging heeft plaatsgevonden en geplafonneerd op een maximum van30 kg.
De vermelde basisdiensten omvatten telkens de inzameling en de verwerking van de vermelde huishoudelijke afvalstoffen.
10° tarieven:
Limburg.net legt in een afzonderlijk reglement de vergoedingen (tarieven) vast die door Limburg.net zullen aangerekend worden voor het aanbrengen van fracties huishoudelijke afvalstoffen op de recyclageparken die door Limburg.net worden uitgebaat. Het tarievenreglement wordt vastgelegd door de raad van bestuur van Limburg.net die de indeling per prijzencategorie bepaalt, evenals de quota en de tarieven bij overschrijding van de quota.
In de basisdienst conform punt 9° zijn m.b.t. het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op de recyclageparken uitgebaat door Limburg.net enkel die fracties begrepen die onder de hierna vastgelegde quota liggen:
| Tarief |
Fracties |
Quotum |
| € 0,00/kg |
alle recycleerbare fracties + fracties met aanvaardingsplicht: papier/karton, glas (vlak + hol), pmd, kga, aeea, autobanden (4 autobanden per gezin/jaar), gemengde kunststoffen, kaars- en kurkresten, metalen, textiel, eps, … |
|
| € 0,025/kg |
zuiver bouwpuin |
1000 kg/gezin |
| € 0,05/kg
|
tuinafval |
400 kg/gezin |
| € 0,08 /kg
|
asbest, gemengd bouwpuin en gipsplaten
|
asbest: 600 kg/gezin geen quotum voor gemengd bouwpuin en gipsplaten |
| € 0,11 /kg |
houtafval |
nihil |
| € 0,25 /kg |
grofvuil, roofing en treinbielzen (C-hout) |
nihil |
In het tarievenreglement recyclageparken legt de raad van bestuur van Limburg.net tevens het tarief vast van de toegangsbadge en de goederen die op het recyclagepark te koop worden aangeboden.
De tarievenreglementen van Limburg.net maken geen voorwerp uit van het belastingreglement.
11° CARDS: de databank waarin Limburg.net per gezin of per onderneming registreert:
12° referentiepersoon: de meerderjarige persoon die in de CARDS-databank als referentiepersoon voor het gezin of de onderneming wordt vermeld. Als de registratie gebeurt:
13° rekenstaat: de rekenstaat is de individuele rekening die per gezin of per onderneming in de CARDS-databank wordt bijgehouden en waarop afzonderlijk worden ingeschreven:
Op de rekenstaat worden de verschuldigde bedragen ingevolge bezoeken aan het recyclagepark (tarieven) of diensten op basis van huidig belastingreglement (contantbelastingen) afzonderlijk vermeld.
De rekenstaat geeft op elk ogenblik getrouw weer wat de schuld/het voorschot en/of het quotum is van het gezin of de onderneming.
Artikel 4 - Bepalingen inzake de CARDS-databank
Om gebruik te kunnen maken van de dienstverlening voor de inzameling en verwijdering van de aangeboden huishoudelijke afvalstoffen en/of om toegang te krijgen tot de recyclageparken, moeten de gezinnen of de ondernemingen op het grondgebied van de gemeente zich laten registreren in de Limburg.net CARDS-databank. De registratie kan gebeuren bij de bevoegde gemeentedienst. Voor zover de gegevens van het gezin zijn opgenomen in het rijksregister (via het bevolkings- of vreemdelingenregister) is er geen afzonderlijke registratie vereist, maar voert Limburg.net de registratie uit op basis van deze gegevens.
Voor elk gezin of elke onderneming zoals omschreven in dit reglement is een registratie verplicht en is er maximaal één registratie mogelijk.
Per gezin of per onderneming in het bedieningsgebied wordt er in de databank een CARDS-formulier aangemaakt. Het formulier omvat voor het gezin of de onderneming de vermelding van de referentiepersoon, het adres, een bankrekeningnummer, een detail van de diensten waarvan gebruik kan gemaakt worden, een rekenstaat, het rijksregisternummer of nummer van het vreemdelingenregister van de referentiepersoon, het ondernemingsnummer, het nummer van de E-identiteitskaart en het Limburg.net -klantennummer. Er wordt geregistreerd of het CARDS-formulier wordt aangemaakt voor een gezin of voor een onderneming. Indien de referentiepersoon bereid is deze gegevens te verstrekken, vermeldt het formulier ook één telefoonnummer en een e-mailadres van het gezin of de onderneming.
In de CARDS databank worden tevens geregistreerd:
Op basis van het bedrag van de rekenstaat in de CARDS-databank en in functie van de beschikbare diensten wordt bepaald of er aan de belastingplichtige betalingsuitnodigingen verstuurd worden en of de belastingplichtige in de voorwaarden verkeert om dienstverlening inzake ophaling, inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen te ontvangen.
De gegevens van de CARDS-databank kunnen door Limburg.net worden aangewend voor het versturen van de betalingsuitnodigingen op grond van het tarievenreglement voor de aan Limburg.net verschuldigde tarieven op de recyclageparken.
Wanneer er niet langer beroep wordt gedaan op enige dienst inzake huishoudelijke afvalstoffen en dit gemeld wordt aan Limburg.net sluit Limburg.net de CARDS-registratie voor het gezin of de onderneming. Limburg.net vereffent de rekenstaat van het gezin of de onderneming door invordering van de nog openstaande schulden aan belastingen en / of tarieven of door betaling van het onbestede voorschot op het rekeningnummer van de referentiepersoon. De aansluiting van de referentiepersoon wordt afgesloten en de toegangsbadges tot het recyclagepark worden automatisch geblokkeerd.
Artikel 5 - Het ter beschikking stellen van (gezamenlijke) huisvuilcontainers of toegangspassen voor een ondergronds inzamelsysteem van Limburg.net
Op specifieke adressen met meerdere woongelegenheden worden aangepaste inzamelrecipiënten voorzien:
Indien gewenst kan een hangslot worden voorzien op de container. Hiervoor wordt een bedrag aangerekend van € 36,25 per slot.
Een container (met slot) wordt toegekend aan een adres en kan niet worden meegenomen ingeval van verhuis
Artikel 6 - Toegangsbadges voor recyclageparken
De leden van het gezin die beschikken over een elektronische identiteitskaart (eID) krijgen hiermee toegang tot het recyclagepark.
Gezinnen en ondernemingen kunnen bij Limburg.net extratoegangsbadges bekomen, na betaling van het tarief zoals vastgelegd in het tarievenreglement. Er bestaan 2 types van toegangsbadges:
HOOFDSTUK 2 - De kohierbelasting
Artikel 7 - Algemene beginselen
De verschuldigde kohierbelasting omvat, verrekend per belastingplichtige, alle kosten nodig voor de inzameling en verwerking van de huishoudelijke afvalstoffen die aangeboden worden in het kader van de basisdienst, voor zover de afvalstoffen worden aangeboden volgens de bepalingen van het afvalreglement. Deze kosten worden berekend door Limburg.net. Limburg.net brengt deze kostenberekening ter kennis aan de gemeente.
Zonder afbreuk te doen aan onderhavig reglement en de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn op de in dit reglement vastgestelde kohierbelasting volgende bepalingen nog van toepassing :
Artikel 8 - De belastingplichtige
De kohierbelasting is verschuldigd door elk gezin dat op 1 januari van het belastingjaar volgens de opgave van het rijksregister is ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente of dat zonder in een register te zijn ingeschreven op 1 januari van het belastingjaar effectief en duurzaam verblijft op het grondgebied van de gemeente, daaronder niet begrepen het gezin dat op het grondgebied van de gemeente een tweede verblijfplaats heeft. De kohierbelasting wordt geheven per gezin en is hoofdelijk verschuldigd door alle meerderjarige leden van het gezin.
Artikel 9 - Het bedrag van de kohierbelasting
Het bedrag van de kohierbelasting wordt berekend in functie van het aantal personen die deel uitmaken van het gezin op 1 januari:
Jaarlijkse indexering
Voormelde bedragen worden jaarlijks automatisch aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex om rekening te houden met de inflatie. Deze aanpassing gebeurt elk jaar op 1 januari.
De indexering is gebaseerd op de gezondheidsindex van juni en gebruikt de officiële cijfers gepubliceerd door Statbel (het Belgisch statistiekbureau).
Formule: T = T₀ × (I / I₀)
Waarbij:
Het resultaat T wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van € 0,50, volgens de klassieke afrondingsregel:
De toepassing van de indexering gebeurt door het college van burgemeester en schepenen, op aangeven door Limburg.net en mits strikte toepassing van bovenstaande formule. Indien uit de evaluatie van de kostenstructuur blijkt dat de toepassing van bovenstaande formule leidt tot een tarief dat niet in verhouding staat tot de werkelijke kostenontwikkeling, zal Limburg.net voorstellen om de indexering voor dat jaar niet toe te passen.
Artikel 10 - Sancties bij niet-betaling
Wanneer de kohierbelasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten uit artikel 14 van het wetboek van minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel 11 - Ondeelbaarheid
De kohierbelasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. Met uitzondering van de hieronder uitdrukkelijk voorziene situaties zal het overlijden of het verhuizen uit de gemeente in de loop van het belastingjaar geen aanleiding geven tot enige belastingvermindering of -teruggave.
Volgende verhuissituaties worden uitdrukkelijk geregeld:
Indien het gezin op 1 januari woonachtig was op een adres waar de inzameling gebeurde met een gezamenlijke container met gesolidariseerd quotum, kan het individueel verbruik niet meer achterhaald worden en zijn de bijzondere verhuissituaties niet van toepassing.
Artikel 12 - De inkohiering en de inningDe kohierbelasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier, dat jaarlijks wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Het kohier bevat de vermeldingen uit artikel 4, § 2 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De ingekohierde belasting wordt in naam en voor rekening van de gemeente geïnd door Limburg.net, die daartoe wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 26 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
Daartoe maakt de gemeentelijke financieel directeur het vastgesteld en uitvoerbaar verklaard kohier over aan Limburg.net, die onverwijld instaat voor het opmaken en het versturen van de aanslagbiljetten aan de belastingplichtigen. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Het aanslagbiljet wordt nauwkeurig in overeenstemming met het vastgestelde kohier opgesteld en bevat de vermeldingen uit artikel 4, § 3 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De kohierbelasting is betaalbaar binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet door Limburg.net.
Artikel 13 - De mogelijkheid van bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingtoeslag of een administratieve geldboete een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn wordt vermeld.
Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via elektronische weg worden ingediend. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen.
Als het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Indien de belastingplichtige wenst gehoord te worden, moet dit uitdrukkelijk vermeld worden in het bezwaar.
Het bezwaar heeft geen schorsende werking voor het verschuldigd zijn van de ingekohierde belasting.
Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding aan de belastingplichtige en verwittigt onmiddellijk Limburg.net via de CARDS databank.
Het bezwaar wordt behandeld volgens de bepalingen van artikel 9, § 4 en 5 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De kennisgeving van de beslissing zal de instantie vermelden waarbij, en de termijn waarbinnen, tegen de beslissing beroep kan aangetekend worden conform artikel 10 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 14 - Aanvangsmoment van het reglement wat de kohierbelasting betreft
Dit reglement is van toepassing vanaf 1 januari 2026.
HOOFDSTUK 3 - De contantbelasting
AFDELING I - Beginselen
Artikel 15 - Algemene beginselen
In de gemeente is een contantbelasting verschuldigd op het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de huis-aan-huisinzameling georganiseerd door Limburg.net of het aankopen van recipiënten om deze huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden, voor zover het inzamelen van deze afvalstoffen niet begrepen is in de basisdienst.
De contantbelasting wordt vastgelegd rekening houdend met het principe ‘de vervuiler betaalt’. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld rekening houdende met volgende beginselen:
Artikel 16 - Afvalstoffen onderworpen aan de contantbelasting
Voor zover de aangeboden fractie huishoudelijke afvalstoffen niet valt onder de toepassing van de basisdienst, noch onder het tarievenreglement van toepassing op de recyclageparken of het tarievenreglement gft ophaling met abonnement, is er een contantbelasting verschuldigd door elk gezin of onderneming die in de gemeente één van de volgende fracties huishoudelijke afvalstoffen aanbiedt:
Artikel 17 - De bedragen voor de aan huis inzameling
Voor de inzameling en verwerking van de aan huis opgehaalde huishoudelijk afvalstoffen, die aan het ophaalpunt worden aangeboden volgens het afvalreglement in het aangepaste recipiënt en voor zover ze niet vallen onder de basisdienst, is de volgende contantbelasting verschuldigd:
Op specifieke adressen moet het huisvuil worden gedeponeerd in de ondergrondse container van Limburg.net. De contantbelasting bedraagt:
| Type container |
Afvalsoort |
EUR per aanbieding |
EUR per kg |
| 1.100 liter |
Huisvuil |
4,00 |
0,23 |
| Container met gezamenlijk quotum (tarief van toepassing van zodra quotumkilo’s opgebruikt zijn) |
huisvuil |
0,00 |
0,23 |
| Gezamenlijk ondergronds inzamelsysteem van Limburg.net |
huisvuil |
0,80 (per opening van de trommel) |
0,00 |
De contantbelasting bedraagt:
| Fractie |
Eenheid |
Contantbelasting |
| pmd |
1 rol van 20 zakken van 60 L |
€ 3,00 per rol |
| textiel- en lederwaren |
1 rol van 10 zakken van 50 L |
€ 1,00 per rol |
| tuinafval |
1 rol van 50 L |
€ 2,50 per rol |
| keukenafval |
1 rol van 22 L |
€ 2,00 per rol |
| papier en karton |
|
€ 0,00 |
| hol glas |
|
€ 0,00 |
| metaal |
|
€ 0,00 |
Artikel 18 - De bedragen voor de inzameling op afroep
Voor het ophalen van het grofvuil op afroep wordt de contantbelasting vastgesteld op € 30,00 per ophaalbeurt.
Voor het ophalen van snoeihout op afroep wordt de contantbelasting vastgelegd op € 5,00 per ophaalbeurt van 2m³ als dit door Limburg.net wordt gedaan. De maandelijkse inzameling (van maart tot november) van snoeihout door de gemeentelijke diensten is gratis.
AFDELING III - De heffing
Artikel 19 - De heffing van de contantbelasting
Wanneer het afval wordt aangeboden in een daartoe bestemde zak, dan is de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop van de afvalzak.
Voor een ophaling op afroep is de contantbelasting verschuldigd op het ogenblik dat de aanvraag via de website wordt geplaatst en betaald (of de overschrijving wordt betaald in de gevallen dat niet online kan worden besteld).
Artikel 20 - Belastingplichtige
Indien het afval wordt aangeboden voor een gezin dan is de contantbelasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin en alle meerderjarige leden van het gezin die in de woongelegenheid van de referentiepersoon verblijven.
Indien het afval wordt aangeboden voor een onderneming of vereniging dan is de contantbelasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon en de onderneming zijnde iedere natuurlijke – of rechtspersoon die de onderneming uitmaakt of de leden van de vereniging, indien deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.
Artikel 21 - Voorschotaanrekening
§ 1 De contantbelasting voor de huishoudelijke afvalstoffen, die niet aangeboden worden in een daartoe bestemde zak of met een daartoe bestemde sticker, wordt aangerekend bij wijze van voorschotten volgens de in dit artikel opgenomen bepalingen.
De voorschotten worden aangerekend met betalingsuitnodigingen verstuurd aan de in de CARDS-databank geregistreerde referentiepersoon. De betalingen van de aangerekende voorschotten worden opgenomen in de rekenstaat.
De contantbelasting verschuldigd voor de huishoudelijke afvalstoffen, die niet aangeboden worden in een daartoe bestemde zak worden op de rekenstaat in mindering gebracht op de betaalde voorschotten.
De krachtens het tarievenreglement betaalde voorschotten op de recyclageparken kunnen gecumuleerd worden met de voorschotaanrekening op grond van dit belastingreglement.
De krachtens het tarievenreglement verschuldigde tarieven op de Limburg.net recyclageparken kunnen eveneens in mindering gebracht worden op de betaalde voorschotten.
De toerekening van de voorschotten wegens verschuldigde contantbelasting/tarieven wordt nauwkeurig bijgehouden op de rekenstaat. De kohierbelasting uit HOOFDSTUK 2 wordt nooit op de voorschotten aangerekend of vermengd met de verschuldigde contantbelastingen.
De voorschotten worden uitsluitend aangerekend in volgorde van de afname van de dienst. De rekenstaat vermeldt uitdrukkelijk op welke datum en voor welke dienstverlening (huis-aan-huisophaaldiensten of aanlevering van niet vrijgestelde fracties aan de recyclageparken) de aanrekening gebeurt.
De eerste betalingsuitnodiging kan verstuurd worden naar aanleiding van de opname van het gezin / de onderneming / verantwoordelijke van een wooncomplex met gesolidariseerd quotum in de CARDS-databank.
Voor zover het saldo van de rekenstaat positief is, zullen de betalingsuitnodigingen geen aanleiding kunnen geven tot herinneringen aan de betalingsuitnodigingen waarvoor kosten worden aangerekend. Evenmin kunnen zij gedwongen worden ingevorderd.
§ 2 Voor elk gezin / onderneming / wooncomplex met gesolidariseerd quotum, wordt een voorschot aangerekend op basis van de aantallen en type containers die ter beschikking zijn gesteld:
§ 3 Wanneer het beschikbare saldo op de rekenstaat lager is dan een positief bedrag op de rekenstaat, drempelbedrag genoemd, wordt een betalingsuitnodiging voor een nieuw voorschot verstuurd. Het drempelbedrag wordt als volgt vastgesteld:
Wanneer het gezin / de onderneming /een wooncomplex met gesolidariseerd quotum meerdere containers ter beschikking heeft, is het drempelbedrag de opstelsom van alle containers die het gezin of de onderneming ter beschikking heeft.
Het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging zal gelijk zijn aan het voorschot uit § 2 behalve wanneer het saldo van de rekenstaat negatief is. In dit laatste geval zal het bedrag van de betalingsuitnodiging gelijk zijn met het voorschot uit § 2 vermeerderd met het bedrag nodig om het negatief saldo aan te zuiveren.
§ 4 Voor betalingsuitnodigingen van de voorschotten geldt een betalingstermijn van 21 dagen.
§ 5 Een voor de huis-aan-huisinzameling aangeboden afvalcontainer zal enkel geledigd worden, voor zover het op de rekenstaat beschikbare voorschot niet lager is dan onderstaande bedragen:
Het aanrekenen van de dienstverlening op de beschikbare voorschotten verloopt uitsluitend in volgorde van de datum van de afname van de dienst. Onder de datum van afname van de dienst wordt begrepen:
§ 6 De afname van de dienst, de aard en de datum ervan worden geregistreerd en vermeld in de rekenstaat. De rekenstaat vermeldt het bedrag dat voor de dienst werd aangerekend op het voorschot en vermeldt of het bedrag aangerekend werd als een contantbelasting volgens dit reglement dan wel als een tarief volgens het tarievenreglement van Limburg.net.
§ 7 Door de betaling van een voorschot verklaart de belastingplichtige zich akkoord met de aanwending van de voorschotten conform dit reglement.
Artikel 22 - Overzicht van de stand van de rekenstaat
Op elke nieuwe voorschotbetalingsuitnodiging zal een overzicht gegeven worden voor de periode verstreken sedert de laatste betalingsuitnodiging, van de betaalde voorschotten, de bij het bezoek van een recyclagepark aangerekende tarieven en de aangerekende contantbelastingen voor de huis-aan-huisinzameling.
Indien de inzameling gebeurt op een adres met een gezamenlijke container met een gesolidariseerd quotum worden de betalingsuitnodigingen voor de huis aan huis inzameling gestuurd aan de verantwoordelijke die hiervoor in CARDS geregistreerd werd (bv. een syndicus).
De toerekening van de voorschotten wegens verschuldigde contantbelasting / tarieven wordt nauwkeurig bijgehouden op de rekenstaat.
De toerekening van de voorschotten verloopt uitsluitend in volgorde van de afname van de dienst zoals geregistreerd op de rekenstaat.
AFDELING IV - Diverse bepalingen inzake de contantbelasting
Artikel 23 - Sociale correcties
In volgende gevallen worden extra huisvuilzakken ter beschikking gesteld:
Artikel 24 - De verkoop van afvalzakken
De afvalzakken waarvoor een contantbelasting verschuldigd is kunnen aangekocht worden op het gemeentehuis of op andere door de gemeente en/of door Limburg.net gecommuniceerde plaatsen.
Limburg.net wordt gemachtigd om een verkoopnet te organiseren voor afvalzakken via de kleinhandelaars. De verplichte verkoopprijs voor de afvalzak is gelijk aan de contantbelasting.
Artikel 25 - Beschadiging of verlies van afvalcontainers of toegangspassen ondergrondse containers
Bij beschadiging door oneigenlijk gebruik of bij verlies van een geleverde container wordt voor de vervanging volgende contantbelasting aangerekend:
Indien bij beschadiging de gegevenschip kan worden hergebruikt, wordt het bedrag van de container aangerekend minus het bedrag van de gegevenschip.
Bij beschadiging door oneigenlijk gebruik of bij verlies van de toegangspas voor de ondergrondse container wordt een bedrag van € 15 aangerekend voor de verzending van een nieuwe toegangspas. Bij beschadiging door normaal gebruik wordt kosteloos een nieuwe pas opgestuurd, nadat de beschadigde pas werd ingeleverd.
Voor het aanleggen van een hangslot op een container wordt een bedrag aangerekend van € 36,25 per slot. Een container met slot wordt toegekend aan een adres en kan niet worden meegenomen ingeval van verhuis.
De verschuldigde bedragen worden in mindering gebracht van de voorschottenrekening.
Indien gedurende een periode van meer dan één jaar geen lediging voor een afvalcontainer geregistreerd werd, kan Limburg.net of de gemeente de betrokken afvalcontainer terugvorderen.
Artikel 26 - De inning
De voorschotten op de contantbelasting en de contantbelastingen worden in naam en voor rekening van de gemeente geïnd door Limburg.net, die daartoe wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 26 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De inning van de contantbelasting door Limburg.net verloopt volgens de verdere bepalingen.
Artikel 27 - De mogelijkheid van bezwaar
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aangerekende contantbelasting een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag vanaf de kennisgeving van een afrekening van een geheven contantbelasting.
Als de aangerekende contantbelasting verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt de aangerekende contantbelasting geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop de aangerekende contantbelasting toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via elektronische weg worden ingediend. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen.
Als het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Indien de belastingplichtige wenst gehoord te worden, moet dit uitdrukkelijk vermeld worden in het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen, of een personeelslid van het gemeentepersoneel dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds aan de referentiepersoon of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds aan Limburg.net.
Het bezwaar wordt behandeld volgens de bepalingen van artikel 9, § 4 en 5 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De kennisgeving van de beslissing zal de instantie vermelden waarbij, en de termijn waarbinnen, er tegen de beslissing beroep kan aangetekend worden conform artikel 10 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Een afschrift van de beslissing zal meegedeeld worden aan Limburg.net.
Artikel 28 - Omzetting in een kohierbelasting
Wanneer de rekenstaat een negatief saldo aan contantbelasting(en) vertoont wordt het volledige negatief saldo van contantbelasting(en) op de rekenstaat conform artikel 4, §7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen omgezet in een kohierbelasting.
Artikel 29 - Het aanvangsmoment van het reglement wat de contantbelasting betreft
De contantbelasting krachtens dit reglement is van toepassing voor het afval dat buiten de basisdienst wordt aangeboden vanaf 1 januari 2026.
HOOFDSTUK 4 - De wijze waarop Limburg.net de gereglementeerde belastingen int
Artikel 30 - De aanrekening van de belastingen
Limburg.net is verantwoordelijk en staat in voor:
Behoudens afwijkende bepalingen in de eerdere hoofdstukken, gebeurt de aanrekening van de belastingen volgens de bepalingen van dit hoofdstuk:
1° De belastingen worden aan de belastingplichtige aangerekend door het verzenden van het aanslagbiljet wat de kohierbelasting betreft en het kennisgeven van het betalingsdocument wat de contantbelasting betreft. Het aanslagbiljet van de kohierbelasting en het betalingsdocument van de contantbelasting kunnen in een enkele verzending aan de belastingplichtige worden overgemaakt.
2° De kennisgeving van het betalingsdocument voor een contantbelasting gebeurt in de regel op papier onder gesloten omslag verzonden per gewone post op het adres van de belastingplichtige. De aanrekening van de contantbelasting kan verzonden worden op het e-mailadres van de belastingplichtige indien hij zijn e-mailadres opgaf aan de CARDS databank. De kennisgeving mag vervangen worden door een overhandiging van het betalingsdocument aan de belastingplichtige.
3° De tarieven aangerekend door Limburg.net volgens haar tarievenreglement voor het gebruik van het recyclagepark worden aan de gebruiker van het recyclagepark aangerekend op een daartoe geëigend document volgens het tarievenreglement. De aldus aangerekend tarieven mogen door Limburg.net vermeld worden op betalingsdocumenten waarop de contantbelastingen worden aangerekend of op de betalingsuitnodigingen waarmee de voorschotten aangerekend worden. De aangerekende tarieven moeten op deze documenten duidelijk onderscheiden zijn van de aangerekende contantbelasting.
Voor zover het saldo van de rekenstaat positief is, zullen de betalingsuitnodigingen geen aanleiding kunnen geven tot herinneringen aan de betalingsuitnodigingen waarvoor kosten worden aangerekend. Evenmin kunnen zij gedwongen worden ingevorderd.
Artikel 31 - De vermeldingen op de betaaldocumenten
§ 1 Alle betaaldocumenten bevatten minstens volgende vermeldingen: de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, het bedrag dat moet worden betaald, de rekening waarop kan worden betaald, de referte die bij de betaling moet worden vermeld, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Als bijlage aan de betalingsdocumenten voor belastingen wordt een beknopte samenvatting van het belastingreglement toegevoegd.
§ 2 Alle betaaldocumenten m.b.t de kohierbelasting vermelden op de achterzijde volgende tekst:
‘Termijn van betaling en indienen van bezwaar’
De belasting is betaalbaar binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van de verzending van dit document.
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan, per brief of via elektronische weg, bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen (adres zie voorzijde). Het bezwaar moet gemotiveerd zijn en moet het kohierartikel en bedrag van de betwiste belasting vermelden.
Het bezwaar moet binnen drie maanden worden ingediend, te rekenen vanaf de derde werkdag na de datum van verzending van dit document. Wie gehoord wil worden, moet dit uitdrukkelijk vragen. Het indienen van een bezwaar schorst de betalingsverplichting niet.
‘Eerste aanmaning’
Wanneer de belasting niet is betaald binnen de termijn van twee maanden, zal Limburg.net per gewone brief de belastingplichtige aan de betaling herinneren. De aangerekende belasting moet volledig betaald worden binnen een termijn van 14 dagen vanaf de derde werkdag na de verzending van de eerste aanmaning.
‘Tweede aanmaning’
Wanneer de belasting niet volledig betaald is binnen de termijn van de eerste aanmaning, verstuurt Limburg.net een tweede aanmaning aan de belastingplichtige. De tweede aanmaning verleent een betalingstermijn van 31 dagen.
Indien ook na deze tweede termijn geen volledige betaling plaatsvindt, kan overgaan worden tot invordering via dwangbevel, zonder verdere ingebrekestelling. De belastingschuldige wordt in dat geval geacht de belasting niet te betwisten.
§ 3 De betaaldocumenten m.b.t de contantbelasting waarmee de belastingsplichtige een negatief saldo van de rekenstaat wordt meegedeeld, vermelden op de achterzijde volgende tekst:
‘Termijn van betaling en indienen van bezwaar’
Het op de voorzijde vermelde negatief saldo is betaalbaar binnen een termijn van 21 dagenna de kennisgeving van dit document.
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan, per brief of via elektronische weg, bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen (adres zie voorzijde). Het bezwaar moet gemotiveerd zijn en moet het nummer van dit document en het betwiste bedrag vermelden.
Het schrijven moet verzonden worden binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van dit document. Het indienen van een bezwaar schorst de betalingsverplichting niet.
‘Eerste aanmaning’
Wanneer een negatief saldo niet volledig is betaald binnen de termijn van 21 dagen, zal Limburg.net per gewone brief of per e-mail de belastingplichtige aan de betaling van het negatief saldo herinneren. De aangerekende belasting moet volledig betaald worden binnen een termijn van 14 dagen vanaf de verzending van de aanmaning.
‘Tweede aanmaning’
Wanneer een negatief saldo niet volledig is betaald binnen de termijn van de eerste aanmaning, verstuurt Limburg.net een tweede aanmaning met een betalingstermijn van 31 dagen. Indien het negatief saldo niet volledig binnen de betalingstermijn wordt voldaan, wordt de belastingplichtige geacht de aangerekende belasting niet te betwisten en zal het negatief saldo met een dwangbevel ingevorderd worden.
Artikel 32 - De aanmaningen
§ 1 Indien het aanslagbiljet van de kohierbelasting niet tijdig en volledig wordt betaald binnen 2 maanden na de verzending of overhandiging van een betalingsdocument, verzendt Limburg.net per gewone brief of e-mail een eerste aanmaning voor het nog openstaande bedrag. De eerste aanmaning kent een betaaltermijn van 14 dagen toe vanaf de derde werkdag na de verzending van de aanmaning.
Indien na de termijn van de eerste aanmaning het openstaande bedrag niet tijdig en volledig betaald wordt, verzendt Limburg.net een tweede aanmaning met een betaaltermijn van 31 dagen.
Bijkomend vermeldt de tweede aanmaning dat in een volgende fase een dwangbevel wordt overgemaakt bij deurwaardersexploot indien het openstaand bedrag niet wordt vereffend binnen voormelde termijn.
Limburg.net kan te allen tijde beslissen om bijkomende (kosteloze) aanmaningen te sturen.
§ 2 Indien de contantbelasting niet tijdig en volledig wordt betaald of wanneer de rekenstaat meer dan 21 opeenvolgende dagen na de verzending of overhandiging van een betalingsdocument een negatief saldo vertoont, verzendt Limburg.net per gewone brief of per e-mail een eerste aanmaning voor het nog openstaande bedrag. De eerste aanmaning kent een betaaltermijn van 14 dagen toe vanaf de derde werkdag na de verzending van de aanmaning.
Indien na de termijn van de eerste aanmaning het openstaande bedrag niet tijdig en volledig wordt betaald, verzendt Limburg.net een tweede aanmaning met een betaaltermijn van 31 dagen.
Bijkomend vermeldt de tweede aanmaning dat in een volgende fase een dwangbevel wordt overgemaakt bij deurwaardersexploot indien het openstaand bedrag niet wordt vereffend binnen de voormelde termijn.
Limburg.net kan te allen tijde beslissen om bijkomende (kosteloze) aanmaningen te sturen.
Artikel 33 - De kostenaanrekening van de dwangbevelen
De kosten verbonden aan het dwangbevel worden aan de belastingplichtige aangerekend.
De kosten van het dwangbevel worden bepaald volgens opgave van de betekenende gerechtsdeurwaarder.
Artikel 34 - De betaling
De betalingen gebeuren op de rekening van Limburg.net onder vermelding van de referte vermeld in het betalingsdocument.
Bij afwezigheid van een correcte referte tracht Limburg.net op basis van de identiteit of het bedrag te achterhalen op welke belastingschuld de betaling betrekking heeft.
Gedeeltelijke betalingen waarvan redelijkerwijze niet kan worden achterhaald op welke openstaand saldo ze betrekking hebben, worden, voor zover van toepassing, eerst toegerekend op de openstaande kosten, daarna op een openstaande kohierbelasting, vervolgens op een negatief saldo van de contantbelastingen of tarieven, in functie van de ouderdom van de schuld en tenslotte op aangerekende voorschotten. Een eventuele rest wordt op de rekenstaat geboekt als een voorschot op de contantbelasting / tarieven.
Betalingen waarvan duidelijk is dat ze betrekking hebben op een niet verschuldigde belasting, worden teruggestort aan de betaler.
Betalingen die geboekt werden als voorschot, kunnen worden teruggevorderd.
Artikel 35 - De aanrekening van intresten
De intresten over de niet-betaalde kohierbelasting of de intresten over een openstaand negatief saldo van de contantbelasting worden aangerekend conform artikel 14 van het wetboek van minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel 36 - Uitzondering op de inningsbevoegdheid
§ 1 Van zodra Limburg.net of door de gemeente of door de belastingplichtige of door diens schuldbemiddelaar in kennis wordt gesteld dat de belastingplichtige een collectieve schuldenregeling is toegestaan teneinde zijn financiële toestand als schuldenaar te herstellen overeenkomstig de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen én de belastingplichtige een afbetaling over verschillende termijnen wenst van de verschuldigde belastingen, toeslagen, kosten en/of nalatigheidsintresten, draagt Limburg.net het inningsdossier van de belastingplichtige terug over aan de gemeente die voor de verdere inning zal instaan.
§ 2 De belastingplichtige die niet voldoet aan de voorwaarden van §1 en die desondanks een afbetaling over verschillende termijnen wenst van de verschuldigde belastingen, toeslagen, kosten en/of nalatigheidsintresten, richt zijn vraag tot de gemeente. Indien de gemeente instemt met de afbetaling in verschillende termijnen stelt de gemeente Limburg.net onverwijld in kennis van die beslissing. Limburg.net draagt het inningsdossier met onmiddellijke ingang over aan de gemeente die voor de verdere inning zal instaan.
HOOFDSTUK 5 - Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 37 - Bekendmaking en inwerkingtreding
Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website conform de artikelen 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt, in afwijking van artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur, in werking op 1/1/2026 ongeacht de datum van publicatie.
Artikel 38 - Opheffing
Dit reglement vervangt alle vorige reglementen betreffende deze inhoud.
Artikel 39 - Kennisgevingen
Dit reglement wordt binnen de 10 dagen na goedkeuring door de gemeenteraad ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op de omzendbrief van 20 september 2024 van de Vlaamse Regering over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan;
Gelet op de noodzaak om een aantal wijzigingen in het reglement aan te brengen.
Overwegende dat de gemeentelijke overheid krachtens artikel 135 §2 van de nieuwe gemeentewet, moet instaan voor een goede politie en onder meer de openbare reinheid, gezondheid, veiligheid en rust moet waarborgen;
Overwegende dat de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria onderworpen zijn aan het gezag, de politie en het toezicht van de gemeentelijke overheden die ervoor moeten zorgen dat er geen wanorde heerst, dat er geen handelingen verricht worden die strijdig zijn met de aan de overledenen verschuldigde eerbied en dat er geen ontgravingen gebeuren zonder dat daartoe toelating werd verleend;
Overwegende dat de omzendbrief de omzendbrief van 20 september 2024 van de Vlaamse Regering over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan, voorziet in de mogelijkheid tot het bijzetten van de asurn van een eerder overleden huisdier;
Overwegende dat de aanplant van bomen in het begraafbos te Berbroek nog onvoldoende ontwikkeld is om de serene en natuurlijke omgeving te garanderen die vereist is voor natuurbegrafenissen, worden er voorlopig geen asuitstrooiingen en asbegravingen toegestaan op deze locatie. Zodra de aanplant voldoende volgroeid is en het terrein voldoet voor natuurbegraven, zal de reglementering hieromtrent worden opgenomen in dit reglement.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het Decreet Lokaal bestuur;
Gelet op artikel 125-132 van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1973, 10 januari 1980, 28 december 1989 en 20 september 1998 en 8 februari 2001;
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging;
Gelet op gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen van 3 september 1985, gewijzigd bij raadsbesluiten van 13 oktober 1997, 9 april 2001, 5 juli 2004, 19 mei 2008, 20 juni 2011 en 9 maart 2015;
Gelet op de omzendbrief van 20 september 2024 van de Vlaamse Regering over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan.
GBB/0990-00/7002000/STAD/CBS/IP-GEEN
Artikel 1.
Het gewijzigde reglement op de begraafplaatsen goed te keuren.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN
-----------------------------------------
INHOUDSTAFEL
HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen
Artikel 1: Definities
Artikel 2: Toepassingsgebied
HOOFDSTUK II: Organisatie en politie begraafplaatsen
Artikel 3: Begraafplaatsen
Artikel 4: Toegankelijkheid
Artikel 5: Rust en sereniteit
Artikel 6: Plaats van begraving
Artikel 7: Toelatingsvoorwaarden voor begraving of uitstrooiing op een stedelijke begraafplaats
HOOFDSTUK III: Teraardebestelling
Afdeling 1. Begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten
Artikel 8: Modaliteiten
Artikel 9: Graftekens
Afdeling 2. Begraving of uitstrooiing van assen
Artikel 10: Modaliteiten
Artikel 11: Uitstrooien op een strooiweide
Artikel 12: Begraven op een urnenveld of in een columbarium
Artikel 13: Bestemming van asurnen na bewaring ervan op een andere plaats dan de begraafplaats
Artikel 14: Graftekens op het urnenveld of op een columbarium
Afdeling 3. Levenloos geboren kinderen
Artikel 15: Levenloos geboren kinderen
HOOFDSTUK IV: Bewaartermijn
Artikel 16: Gewaarborgde bewaartermijn
HOOFDSTUK V: Concessies
Artikel 17: Algemene bepalingen
Artikel 18: Modaliteiten
Artikel 19: Bijzetten van een asurn in een geconcedeerd perceel of in een geconcedeerde nis
Artikel 20: Verwaarlozing
HOOFDSTUK VI: Onderhoud van de graven
Artikel 21: Plaatsen van graftekens
Artikel 22: Onderhoud
Artikel 23: Potplanten, bloemstukken en herdenkingsvoorwerpen
HOOFDSTUK VII: Ontgravingen
Artikel 24: Ontgravingen
HOOFDSTUK VIII: Slotbepalingen
Artikel 25: Politie
Artikel 26: Retributies
Artikel 27: Inwerkingtreding
Artikel 28: Overgangsbepalingen
Artikel 29: Bekendmaking
-----------------------------------------
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° as: het overblijfsel van een gecremeerd stoffelijk overschot;
2° asurn: gesloten voorwerp bestemd voor de bewaring van één as;
3° begraven: het begraven van stoffelijke overschotten in de volle grond of de plaatsing van asurnen in een columbariumnis of in de volle grond;
4° bijzetten: het begraven van een tweede stoffelijk overschot in een perceel of in een columbariumnis;
5° columbarium: bovengrondse bewaarplaats voor asurnen opgedeeld in nissen;
6° concessie: de toelating voor het gebruik van een bepaald perceel of een bepaalde nis gedurende een welbepaalde periode, in voorkomend geval tegen een vastgestelde vergoeding. Een concessie houdt geen verhuring noch een verkoop in. Een concessie draagt geen eigendomsrecht over, maar enkel een recht van gebruik van het betreffende perceel of de betreffende nis. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die welke waarvoor ze werd verleend. Een concessies is niet overdraagbaar;
7° duurzaam materiaal: degelijk materiaal dat bestand is tegen weer, tijd en slijtage zoals bijvoorbeeld natuursteen, roestvrij staal en gepolijst beton;
8° graf: laatste rustplaats van een stoffelijk overschot;
9° gewoon graf: graf bestemd voor de stoffelijke overschotten van een persoon die op het tijdstip van overlijden de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt of ouder is;
10° kindergraf: graf bestemd voor de stoffelijke overschotten van een persoon die op het tijdstip van overlijden de leeftijd van 12 jaar niet bereikt heeft;
11° grafteken: de op een perceel opgerichte grafstenen, monumenten en symbolen;
12° invasieve plantensoorten: plantensoorten die zich buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied hebben gevestigd en zich vaak sterk verspreiden. Door hun aanwezigheid of door de groei van hun populaties vormen zij een bedreiging voor de biodiversiteit;
13° kinderperk: een perk bestemd voor de begraving van kinderen tot 12 jaar (tot en met 11 jaar);
14° ontgraven: het uit een graf halen van een stoffelijk overschot of een asurn met de bedoeling te herbegraven of, in geval van een stoffelijk overschot, te cremeren;
15° perceel: een afgebakend perceel grond bestemd voor de begraving van stoffelijke overschotten. De oppervlakte van het perceel stemt overeen met de grootte van de grafkuil;
16° perk: zone op een stedelijke begraafplaats, ingericht voor specifieke vormen van teraardebestelling, zoals bijvoorbeeld geconcedeerde perken of niet-geconcedeerde perken, het kinderperk of het urnenveld;
17° stoffelijk overschot: de niet-gecremeerde of gecremeerde restanten van een overleden persoon of huisdier;
18° strooiweide: het perceel op de begraafplaats dat gebruikt wordt voor de uitstrooiing van assen;
19° uitstrooien: het uitstrooien van as op een strooiweide;
20° urnenveld: het op de begraafplaatsen aangeduide perk bestemd voor de begraving van asurnen;
21° verwaarlozing: de vaststelling dat een graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is;
22° wilsbeschikking: een schriftelijke verklaring van de overledene waarin hij/zij aangeeft wat er met het lichaam of de as moet gebeuren na overlijden.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Dit reglement bepaalt de organisatie van de stedelijke begraafplaatsen, de wijzen van teraardebestelling en de toekenning van concessies.
Hoofdstuk II. Organisatie
Artikel 3. Begraafplaatsen
Het begraven of uitstrooien van stoffelijke overschotten vindt plaats op één van de stedelijke begraafplaatsen.
Herk-de-Stad beschikt over vijf begraafplaatsen:
1° Berbroek: Grotestraat;
2° Donk: Dorpsstraat;
3° Herk-de Stad: Driespoortweg;
4° Schakkebroek: Amandinaweg;
5° Schulen: Kiezelweg.
De stedelijke begraafplaatsen zijn ingedeeld in perken met niet-geconcedeerde en geconcedeerde percelen, columbaria met niet-geconcedeerde en geconcedeerde en nissen, urnenvelden en strooiweides.
Elk perceel heeft een eigen kenletter, is ingedeeld in rijen, en binnen elke rij wordt aan elk graf een nummer toegekend.
De onderscheiden percelen en hun bestemming worden aangeduid op de in artikel 6, § 1 van dit reglement bedoelde plannen van de begraafplaatsen.
Artikel 4. Toegankelijkheid
§ 1. Openingsuren
Alle stedelijke begraafplaatsen zijn voor het publiek toegankelijk:
1° van 1 april tot 30 september van 7.00 uur tot 20.00 uur
2° van 1 oktober tot 31 maart van 8.00 uur tot 17.30 uur
§2. Tijdstippen van de teraardebestelling
Stoffelijke overschotten mogen alle dagen, behalve op zon- en feestdagen, begraven of uitgestrooid worden van 8.30 uur tot 15.45 uur.
Op weekdagen mogen assen tot 17.00 uur begraven of uitgestrooid worden, indien daarvoor voorafgaand uitdrukkelijk de toestemming werd verleend door het stadsbestuur.
Stoffelijke overschotten mogen alle dagen, behalve zater-, zon- of feestdagen, worden opgegraven, tenzij de opgravingen op gerechtelijk bevel worden uitgevoerd.
§ 3. Voertuigen op de begraafplaats
De stedelijke begraafplaatsen zijn enkel toegankelijk voor voetgangers en vervoersmiddelen van personen met een beperking.
De volgende voertuigen zijn ook toegelaten op de stedelijke begraafplaatsen:
1° lijkwagens: in functie van een begrafenis en enkel op de verharde wegen;
2° voertuigen bestemd voor het uitvoeren van (constructie)werken: enkel voor de duur van deze werken;
3° voertuigen van steenhouwers: enkel voor het plaatsen van grafstenen;
4° dienstvoertuigen van de stad: voor het onderhoud van de begraafplaatsen.
§ 4. Bezoekers van de stedelijke begraafplaatsen mogen de graven en strooiweides niet betreden.
Artikel 5. Rust en sereniteit
Op de stedelijke begraafplaatsen dient ten allen tijde een sfeer van rust en sereniteit te heersen.
Het is verboden een daad te stellen, activiteiten op touw te zetten of een houding aan te nemen die de openbare orde of de eerbied voor de overledenen kan verstoren.
Artikel 6. Plaats van begraving
§ 1. Begravingen volgens plan
Alle begravingen moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de plannen die zijn opgesteld door het stadsbestuur.
Deze plannen bepalen de volgorde van de begravingen en wijst de specifieke perken en percelen aan die voorbehouden zijn voor:
1° het begraven in geconcedeerde grond;
2° het begraven in niet-geconcedeerde grond;
3° het begraven van urnen in geconcedeerde percelen op een urnenveld of geconcedeerde nissen in een columbarium;
4° het begraven van urnen in niet-geconcedeerde percelen op een urnenveld of niet-geconcedeerde nissen in een columbarium;
5° het begraven van kinderen;
6° het uitstrooien van assen.
§2. Niet toegestaan
De reservatie van percelen of nissen is niet toegestaan.
Bovengrondse begravingen van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten is evenmin toegestaan.
Artikel 7. Toelatingsvoorwaarden voor de begraving of uitstrooiing op een stedelijke begraafplaats
§ 1. Personen ingeschreven in het bevolkings- en vreemdelingenregister
De stoffelijke overschotten van personen die op het tijdstip van het overlijden ingeschreven zijn het bevolkings- of vreemdelingenregister van Herk-de-Stad mogen begraven of uitgestrooid worden op de stedelijke begraafplaatsen.
§ 2. Toelatingsvoorwaarden voor personen die niet ingeschreven zijn in het bevolkings- of vreemdelingen register
De stoffelijke overschotten van andere personen kunnen enkel maar begraven of uitgestrooid worden in een stedelijke begraafplaats, indien:
1° deze personen overleden zijn of dood werden aangetroffen op het grondgebied van Herk-de-Stad;
2° deze personen recht hebben op een begraving in een graf of nis op grond van een concessie;
3° de overleden echtgeno(o)t(e) of partner van deze personen al begraven is op een stedelijke begraafplaats, en reeds een bijzetting voor deze personen is voorzien;
4° deze personen voorheen ingeschreven waren in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de Herk-de-Stad, maar op het einde van hun leven omwille van ouderdom of ziekte buiten de Herk-de-Stad verbleven voor verzorging;
5° deze personen of hun echtgeno(o)t(e) of partner meer dan de helft van hun leven ingeschreven zijn geweest in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van Herk-de-Stad;
6° één of meerdere nabestaanden in de eerste graad (zoals ouders of kinderen) op het tijdstip van overlijden van deze personen ingeschreven zijn het bevolkings- of vreemdelingenregister van Herk-de-Stad;
7° daar schriftelijk door de burgemeester of diens gemachtigde de toelating voor wordt verleend.
De personen bedoeld in punten 6° en 7° kunnen maar begraven of uitgestrooid worden, indien bijkomend de retributie voorzien in respectievelijk artikel 3 en artikel 4 van het retributiereglement op begraafplaatsen betaald wordt.
Hoofdstuk III. Teraardebestelling
Afdeling 1. Begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten
Artikel 8. Modaliteiten
§ 1. Algemeen
Niet-gecremeerde stoffelijke overschotten worden in volle grond in het daartoe voorziene perk begraven.
Stoffelijke overschotten worden horizontaal begraven in afzonderlijke percelen. Dubbele graven zijn niet toegestaan.
§2. Afmetingen van de percelen
De standaardafmetingen van deze percelen zijn:
1° voor gewone graven: 2,00 m x 0,80 m;
2° voor kindergraven: 1,50 m x 0,70 m.
§ 3. Aantal stoffelijke overschotten per gewoon graf
In een niet-geconcedeerde gewoon graf mag maximaal één stoffelijk overschot worden begraven.
In een geconcedeerd gewoon graf:
1° mag steeds één stoffelijk overschot begraven worden;
2° mag in geval van nabegraving, zoals bedoeld in artikel 17§3 van dit reglement, een tweede stoffelijk overschot begraven worden;
3° mag één asurn van :
a) een eerder overleden persoon bijgezet worden overeenkomstig de bepalingen van artikel van 19§1 van dit reglement en voor zover dit technisch mogelijk is
of,
b) van één of meer eerder overleden huisdieren overeenkomstig de bepalingen van artikel van 19§2 van dit reglement en voor zover dit technisch mogelijk is.
§ 4. Aantal stoffelijke overschotten in een kindergraf
In een kindergraf mag maximaal één stoffelijk overschot worden begraven.
Het is niet toegelaten om stoffelijke overschotten bij te zetten in een kindergraf, tenzij het gaat over de asurn van een broer of zus die op het tijdstip van zijn of haar overlijden de leeftijd van 12 jaar niet had bereikt.
Foetussen, ouder dan 12 weken, mogen ook begraven worden in een kindergraf.
In een kindergraf mag de asurn van een eerder overleden huisdier niet bijgezet worden.
Artikel 9. Graftekens
§ 1. Het plaatsen van een grafteken op een perceel is niet verplicht.
§ 2. Gebruik van duurzame materialen
Graftekens zijn vervaardigd uit duurzame materialen.
Het is verboden om verwijzingen naar huisdieren (zoals bijvoorbeeld namen, foto’s en pootjes) aan te brengen op graftekens. Deze bepaling geldt ook als er een asurn van een eerder overleden huisdier werd bijgezet.
§ 3. Voor graftekens op gewone grafpercelen
Voor graftekens op gewone graven zijn de volgende maximumafmetingen van toepassing:
1° voor de graven in perken of rijen in gebruik genomen vóór 9 maart 2015:
a) breedte van de bodemplaat en de kopsteen: 0,80m;
b) totale lengte van de grafsteen (bodemplaat + kopsteen): 1,80 m;
c) totale hoogte van de kopsteen (kopsteen + bodemplaat): 1,05m;
d) hoogte van de bodemplaat, inclusief de boordstenen: 0,30m;
2° voor de graven in perken of rijen in gebruik genomen vanaf 9 maart 2015:
a) breedte van de kopsteen en grondplaat: 0,80m;
b) totale hoogte van de kopsteen: 1,00m;
c) dikte van de kopsteen en grondplaat: 0,13m;
d) totale lengte kopsteen en grondplaat: 0,60m.
Voor de graftekens op de graven bedoeld in dit punt kunnen de nabestaanden kiezen voor het plaatsen van:
1° enkel een kopsteen;
2° enkel een grondplaat;
of,
3° een grondplaat met kopsteen.
De kopsteen moet verankerd worden in de bestaande fundering, die bestaat uit een betonsleuf. Het gedenkteken moet volledig geplaatst worden binnen de daartoe voorziene strook van 0,80 m voor het graf.
§ 4. Graftekens op kindergraven
Voor graftekens op kindergraven zijn de volgende maximumafmetingen van toepassing:
1° breedte van de bodemplaat en de kopsteen: 0,70m;
2° totale lengte van de grafsteen (bodemplaat + kopsteen): 1,50m;
3° hoogte van de kopsteen: 0,80m;
4° hoogte van de bodemplaat, inclusief de boordstenen: 0,13m.
§ 5. Beplantingen
De beplantingen die worden aangebracht op een graf overschrijden de maximum toegelaten afmetingen van de graftekens niet en zijn maximum 45 cm hoog.
§ 6. Aansprakelijkheid
Het stadsbestuur is niet verantwoordelijk voor schade aan graftekens, bloempotten of vazen die ontstaat tijdens het gewone onderhoud van de begraafplaats, als die schade het gevolg is van het niet naleven van de hierboven vermelde bepalingen.
Afdeling 2. Begraving of uitstrooiing van assen
Artikel 10. Modaliteiten
Assen kunnen, afhankelijk van de beschikbaarheid op de betrokken stedelijke begraafplaats:
1° uitgestrooid worden op een strooiweide;
2° begraven worden in een geconcedeerd of niet-geconcedeerd:
a) perceel op een urnenveld;
b) nis in een columbarium.
Artikel 11. Uitstrooien op een strooiweide
§ 1. Assen mogen uitsluitend uitgestrooid worden op een stedelijke strooiweide.
Assen worden uitgestrooid door stedelijke ambtenaren of door een afgevaardigde van de begrafenisondernemer.
§ 2. Strooiweides mogen enkel betreden worden voor het uitstrooien van assen of het onderhoud van de strooiweides.
§ 3. Op de strooiweides zijn zuilen voorzien waarop de stad gegraveerde naamplaatjes aanbrengt van de personen van wie de assen op de strooiweide is uitgestrooid. Het vervangen van deze naamplaatjes door een andere is niet toegestaan.
§ 4. Bij strooiweides is een gemeenschappelijke plek voorzien waar herdenkingsvoorwerpen kunnen worden geplaatst.
Vervuilde stukken, stukken die weggewaaid zijn en verwelkte bloemen en planten kunnen door de bevoegde stadsdiensten worden weggenomen.
§ 5. Om vermenging te voorkomen is het uitstrooien van assen van huisdieren verboden.
Artikel 12. Begraven op een urnenveld of in een columbarium
§ 1. Voor asurnen bestemd voor de assen van personen zijn de volgende maximumafmetingen van toepassing:
1° diameter: 20 cm;
2° hoogte: 28 cm.
Voor niet-biologisch afbreekbare asurnen bestemd voor de assen van dieren zijn de volgende maximumafmetingen van toepassing:
1° diameter: 18 cm;
2° hoogte: 18 cm.
In het geval van de bijzetting van een asurn, zoals bedoeld in artikel 19, bedraagt, bij een maximale bezetting van het perceel, de totale hoogte van de begraven asurn en de bijgezette asurn niet meer dan 38 cm.
§ 2. Aantal urnen per nis of perceel
In een niet-geconcedeerde columbariumnis of in een niet-geconcedeerd perceel op een urnenveld mag slechts één asurn worden begraven.
In een geconcedeerde columbariumnis of in een geconcedeerd perceel op een urnenveld mogen maximum twee asurnen worden begraven.
Bijkomend is het bijzetten van één asurn van een eerder overleden persoon of van één of meer eerder overleden huisdieren toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel van 19 van dit reglement en voor zover dit technisch mogelijk is.
Artikel 13. Bestemming van asurnen na bewaring ervan op een andere plaats dan de begraafplaats
Als een asurn niet langer thuis of op een andere locatie wordt bewaard, kunnen de nabestaanden vragen om de urn alsnog naar een gemeentelijke begraafplaats over te brengen. Daar kan de urn:
1° Geplaatst worden in een nieuwe columbariumnis of urnengraf met of zonder concessie;
2° Bij geplaatst worden in een geconcedeerd graf, urnengraf of nis, conform artikel 19, § 1 van dit reglement;
3° Uitgestrooid worden op de strooiweide.
Deze mogelijkheid wordt voorzien voor alle overledenen die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden conform artikel 8 van dit reglement.
Voor iedere overbrenging naar de begraafplaats dient een retributie betaald te worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van het retributiereglement.
Deze retributie is ook van toepassing voor bijplaatsingen van asurnen zoals bedoeld in artikel 19 van dit reglement.
Artikel 14. Graftekens op het urnenveld of op een columbarium
§1. Urnenveld
De stad voorziet de afdekstenen die worden geplaatst op de graven op urnenvelden. Deze afdekstenen hebben de volgende afmetingen:
1° breedte: 35 cm;
2° lengte: 55 cm lang - aflopend van 15 cm naar 10 cm.
De stad voorziet ook een naamplaatje met:
1° naam en voornaam;
2° geboorte- en overlijdensjaar.
§2. Columbarium
De stad voorziet de afdekplaten die de nissen in de columbaria afdekken.
De stad voorziet ook een naamplaatje met:
1° naam en voornaam;
2° geboorte- en overlijdensjaar.
§ 3. Vervanging door familie
De afdekstenen, afdekplaten en naamplaatjes, die door de stad worden voorzien, mogen door familie van de overleden persoon vervangen worden.
Naamplaatjes mogen vervangen worden door:
1° Een eigen naamplaatje:
a) materiaal: mat gepolijst zwart graniet of messing;
b) afmetingen:
i. hoogte: 10 cm hoog;
ii. breedte: 20 cm breed;
iii. dikte: maximum 1 cm;
c) naam, voornaam, geboorte- en overlijdensjaar;
2° Een gravure of messing/bronzen letters op de afdekplaat of -steen:
a) naam, voornaam, geboorte- en overlijdensjaar.
Afdekstenen of afdekplaten mogen vervangen worden door exemplaren die:
1° vervaardigd zijn uit duurzaam materiaal;
2° exact dezelfde afmetingen hebben;
3° naam, voornaam, geboorte- en overlijdensjaar van de overleden perso(o)nen bevatten.
§ 4. Verwijzingen naar huisdieren
Het is verboden om verwijzingen naar huisdieren (zoals bijvoorbeeld namen, foto’s en pootjes) aan te brengen op graftekens. Deze bepaling geldt ook als er een asurn van een eerder overleden huisdier werd bijgezet.
§ 5. Versieringen van nissen en urnengraven
De volgende versieringen zijn toegelaten:
1° op een nis: foto en/of vaasje toegestaan
2° op een urnengraf zijn toegestaan:
a) foto, vaasje en andere versieringen toegestaan op voorwaarde dat deze:
i. maximum 25 cm hoog zijn;
ii. niet uitsteken buiten de afdeksteen;
iii. de ruimte tussen de haag en de kop van de afdeksteen is voorzien voor bloemen, kransen, enz.
b) bloemen aan de voor- en zijkant voor zover deze bloemen:
i. niet hinderlijk zijn voor de doorgang of het onderhoud;
ii. niet hinderlijk zijn voor naastliggende graven;
iii. niet uitsteken, wanneer het bloembakken betreft.
Op een urnengraf zijn niet toegestaan:
a) vaste verlengstukken of bloembakken aan de afdeksteen;
b) beplantingen.
De stadsdiensten mogen vervuilde of verwelkte stukken steeds verwijderen zonder voorafgaande verwittiging.
Afdeling 3. Levenloos geboren kinderen
Artikel 15. Levenloos geboren kinderen
§ 1. De stoffelijke overschotten van levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens van 26 weken zwangerschap (180 dagen) niet hebben bereikt maar waarvan de zwangerschap een duur van minstens 12 weken (84 dagen) bereikt heeft, kunnen op verzoek van de ouders:
1° begraven worden op het kinderperk;
2° uitgestrooid worden op de strooiweide.
§ 2. Daarnaast kunnen ouders die inwoner zijn of waren van Herk-de-Stad, of van wie het kindje levenloos werd geboren op het grondgebied van Herk-de-Stad, bij een zwangerschapsduur van minder dan 140 dagen een herdenkingskeitje aanvragen voor het sterrenmonument.
Hoofdstuk IV. Bewaartermijn
Artikel 16. Gewaarborgde bewaartermijn
Voor gewone graven, urnengraven en columbariumnissen geldt er een gewaarborgde bewaartermijn van minstens 10 jaar.
Voor kindergraven geldt een gewaarborgde bewaartermijn van minstens 50 jaar.
Hoofdstuk V. Concessies
Artikel 17. Algemene bepalingen
§ 1. Toepassing
Op elk van de vijf stedelijke begraafplaatsen kan een concessie aangevraagd en verleend worden.
Een concessie kan verleend worden voor zowel een perceel als voor een nis.
§ 2. Retributie
Een concessie wordt toegestaan tegen betaling van een vastgesteld retributiebedrag overeenkomstig artikel 1 van het retributiereglement op de begraafplaatsen.
De gemeenteraad stelt de retributie voor het verlenen van de concessie vast.
§ 3. Nabegraving
Wanneer bij het eerste overlijden de wens bestaat om op een later tijdstip een nabegraving toe te laten van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner of een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad, is een concessie verplicht.
Een dergelijke nabegraving is slechts toegestaan als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
1° De wens tot nabegraving werd uitdrukkelijk kenbaar gemaakt bij het eerste overlijden, samen met de aanvraag van een concessie;
2° De nabegraving vindt uitsluitend plaats op dezelfde rustplaats als de eerst overledene.
Artikel 18. Modaliteiten
§ 1. Duurtijd en aanvang van de concessie
Concessies worden verleend voor een termijn van 30 jaar. De concessie neemt een aanvang op de datum van de begraving van de eerst overledene.
§ 2. Verlenging
Concessies kunnen éénmalig verlengd worden voor een termijn van 10 jaar.
De verlenging wordt aangevraagd in het laatste jaar van de looptijd van de concessie en uiterlijk vóór de einddatum. Bij gebrek aan een aanvraag tot verlenging is de concessie definitief vervallen.
De aanvraag tot verlenging kan ook genomen worden op het ogenblik van de begraving van de 2de rechthebbende als de resterende looptijd minder dan 10 jaar is. In dit geval begint de duurtijd van de verlenging te lopen vanaf het einde van de oorspronkelijke concessieduur.
Indien bij een bijzetting geen verlenging van de concessie wordt aangevraagd, en de laatste begraving plaatsvindt binnen een termijn die korter is dan de gewaarborgde bewaartermijn vóór het verstrijken van de concessie, blijft het graf behouden tot het einde van de volledige gewaarborgde bewaartermijn.
§ 3. Toekenning
Concessies worden toegekend door het College van Burgemeester en Schepenen. De toekenning van de concessie gebeurt volgens de voorwaarden van het geldende reglement en het retributiereglement, zoals die van kracht zijn op het moment van de aanvraag.
§ 4. Tijdstip van de aanvraag
Een concessie kan pas worden aangevraagd na het eerste overlijden van een persoon waarvoor de concessie is bedoeld.
§ 5. Modaliteiten voor de bijplaatsing van asurnen zoals bedoeld in artikel 19 §1 en §2
Een concessie kan maximaal voor twee personen worden verleend, tenzij er een asurn wordt bijgeplaatst conform 19, § 1.
In dit geval wordt er voor de bijgeplaatste asurn van een eerder overleden persoon een concessie aangerekend die gelijktijdig een einde neemt met de oorspronkelijke concessie. De vergoeding wordt als volgt verrekend: (kostprijs concessie voor 30 jaar/30) x het resterende aantal jaren conform artikel 6 van het retributiereglement.
Voor de bijzetting van een niet-biologisch afbreekbare asurn van een huisdier conform artikel 19, § 2 wordt een retributie aangerekend. Deze wordt berekend op basis van de resterende duur van de oorspronkelijke concessie conform artikel 6 van het retributiereglement.
§ 6. Vroegtijdig beëindiging van de concessie
Indien de concessie op vraag van de familie voortijdig beëindigd wordt kan hiervoor geen terugbetaling gevraagd worden voor de niet opgenomen duurtijd.
Artikel 19. Bijzetten van een asurn in een geconcedeerd perceel of in een geconcedeerde nis
§ 1. Van een eerder overleden persoon
Op het ogenblik van de eerste of tweede begraving in een geconcedeerd perceel of in een geconcedeerde nis is het toegestaan om een asurn bij te plaatsen van een eerder overleden persoon, voor zover dit technisch mogelijk is.
Voor de bijzetting gelden volgende voorwaarden:
1° Dit betreft:
a) de echtgeno(o)t(e) of partner met wie de overledene een feitelijk gezin vormde;
b) een familielid tot en met de tweede graad;
2° Er is een instemmingsvereiste: de overledene moet zijn wens daartoe hebben vastgelegd in zijn laatste wilsbeschikking. Bij afwezigheid daarvan is het gezamenlijk schriftelijk verzoek vereist van alle bloed- en aanverwanten in de eerste graad;
3° De eerder overleden persoon mag zich in zijn laatste wilsbeschikking niet uitdrukkelijk verzet hebben tegen het gezamenlijk begraven, bijzetten of uitstrooien;
4° De asurn mag niet achteraf worden toegevoegd aan het perceel of de nis.
§ 2. Van een eerder overleden huisdier
Op het ogenblik van de eerste of tweede begraving in een geconcedeerd perceel of in een geconcedeerde nis is het toegestaan om een asurn bij te plaatsen van één of meerdere eerder overleden gezelschapsdieren.
Voor de bijzetting gelden de volgende voorwaarden:
1° Enkel de as van honden en katten komen in aanmerking. De as van andere dieren is uitgesloten;
2° Het overlijden van het dier moet voorafgaand zijn aan dat van de eigenaar. Het is niet toegestaan om een dier te euthanaseren met het oog op gezamenlijke begraving of bijzetting;
3° De asurn mag niet achteraf worden toegevoegd aan het graf, urnengraf of columbariumnis van de overleden eigenaar;
4° De as van meerdere gezelschapsdieren mag worden samengebracht in één asurn. Gezien de beperkte capaciteit van de urn betreft het vaak een symbolisch deel van de as;
5° Ter voorkoming van asvermenging moet de urn vervaardigd zijn uit een niet-afbreekbaar materiaal;
6° De wens van de overledene hoeft niet formeel te worden aangetoond. Het volstaat dat de nabestaanden de asurn aan de begrafenisondernemer meegeven.
§ 3. In de praktijk
In de praktijk betekent dit dat:
1° In een geconcedeerd perceel de stoffelijke overschotten kunnen worden begraven van maximaal twee personen, aangevuld met:
a) de asurn van een eerder overleden persoon (conform artikel 19, § 1);
of,
b) de asurn van een eerder overleden huisdier (conform artikel 19, § 2);
voor zover de bijzetting technisch mogelijk is.
2° In een geconcedeerde nis kunnen:
a) twee asurnen van personen worden geplaatst;
of,
b) één asurn van een persoon en één van een eerder overleden persoon;
of,
c) één asurn van een persoon en één van een eerder overleden huisdier.
Artikel 20. Verwaarlozing
Het onderhoud van de grafpercelen en graftekens is ten laste van de belanghebbenden.
Het onderhoudsverzuim dat verwaarlozing tot gevolg heeft, wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester. Die akte blijft één jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Indien er na het verstrijken van de termijn van één jaar geen einde werd gesteld aan de toestand van verwaarlozing, wordt de concessie beëindigd, en kunnen de graftekens door de stad worden verwijderd. De graftekens en materialen die niet worden weggenomen door de nabestaanden worden eigendom van de stad.
De begunstigde van een concessie kan geen aanspraak maken op de terugbetaling van het betaalde bedrag voor de nog openstaande periode.
Hoofdstuk VI: Onderhoud van de graven
Artikel 21. Plaatsen van graftekens
§ 1. Kennisgeving van de reglementering
Bij de eerste ingebruikname van een perceel of nis wordt één van de nabestaanden aangeschreven en op de hoogte gebracht van de geldende regelgeving voor het plaatsen van een grafteken op het perceel of de nis van de overledene.
§ 2. Tijdstip plaatsing
Het plaatsen, wegnemen en verbouwen van graftekens, evenals het uitvoeren van onderhoudswerken, moet gebeuren tussen 9.00 uur en 16.30 uur.
Deze werken niet toegelaten op zon- en feestdagen en tijdens de laatste 3 werkdagen van de maand oktober.
§ 3. Modaliteiten voor de plaatsing van de graftekens
De bouwers van graftekens zijn verplicht zich stipt te gedragen naar de voorschriften van onderhavig reglement.
Zij dienen op voorhand bij de dienst Burgerzaken de nodige inlichtingen in te winnen in geval er twijfel bestaat over de interpretatie van de bepalingen van onderhavig reglement.
Deze bepaling is van toepassing op iedere persoon tewerkgesteld door de stad, in dienst van een begrafenisondernemer en steenkappers, die werken uitvoert op de begraafplaats. Het gaat daarbij zowel om particulieren als aangestelden.
§ 4. Bij de aanvoer van de graftekens op de begraafplaats moeten deze zodanig afgewerkt zijn dat zij onmiddellijk kunnen worden geplaatst.
Materialen noch werktuigen mogen op de begraafplaatsen achtergelaten worden. Materialen en werktuigen in strijd met dit verbod, worden na ingebrekestelling door de burgemeester of zijn gemachtigde op kosten van de overtreder verwijderd en maximaal 1 maand in bewaring genomen, waarna ze eigendom worden van de stad.
§ 5. Tijdelijk verplaatste graftekens
Na een bijzetting mogen de graftekens of delen van het grafteken slechts drie maanden los van het graf op de begraafplaats zelf blijven.
De locatie waar deze delen van de graftekens op de begraafplaats worden bewaard gedurende die periode, dient in overleg te gebeuren met de grafdelver van de stad.
§ 6. Overtredingen
Graftekens die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit reglement worden, na ingebrekestelling, weggenomen binnen een termijn van 30 kalenderdagen.
Indien deze graftekens niet worden weggenomen door de betrokkene, wordt dit gedwongen uitgevoerd door de stad, op kosten en risico van de overtreder.
§ 7. Verzakkingen
De grond boven de begraafplaatsen dient door de plaatser goed aangedrukt te worden om verzakkingen te vermijden.
§ 8. Kruisjes geplaatst door de begrafenisondernemers
De kruisjes met de namen van de overledenen, die door de begrafenisondernemers aan de graven en urnengraven geplaatst worden, zullen door de stadsdiensten verwijderd worden indien:
1° Het kruisje 3 maanden na de begraving bij perceel met een grafteken conform artikel 9 §3 punt 2 nog niet is weggehaald door de familie;
2° Het kruisje 6 maanden na de begraving bij perceel met een grafteken conform artikel 9 §3 punt 1.
3° Er een kruisje geplaatst werd bij een perceel op het urnenveld, de stad voorziet zelf een naamplaatje op de urnengrafsteen.
Artikel 22. Onderhoud
§ 1. Onderhoud van de graftekens
De belanghebbende dient zelf in te staan voor het behoorlijk onderhoud van de graftekens. Bij eventuele verzakkingen moet dit worden rechtgezet door de nabestaande of familie.
Tijdens het onderhoud en/of het reinigen van de graftekens is het ten strengste verboden om bijtende producten, pesticiden of herbiciden te gebruiken.
§ 2. Onderhoudsverzuim
Het onderhoudsverzuim dat zware verwaarlozing tot gevolg heeft, wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester. Die akte blijft één jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Indien er na het verstrijken van de termijn van één jaar geen einde werd gesteld aan de toestand van verwaarlozing, wordt het grafteken door de stad verwijderd. De graftekens en materialen die niet worden weggenomen door de nabestaanden worden eigendom van de stad.
Artikel 23. Potplanten, bloemstukken en herdenkingsvoorwerpen
§ 1. Het aanbrengen van bloemen en bloempotten
Het aanbrengen van bloemen en bloempotten door nabestaanden is toegelaten, voor zover dat de bepalingen van dit reglement over het aanbrengen van graftekens dat toestaat.
§ 2. Wegnemen van bloemen en herdenkingsvoorwerpen
De bevoegde diensten hebben het recht om bloemstukken of andere herdenkingsvoorwerpen te verwijderen of te verplaatsen als ze niet op de voorziene plek worden geplaatst, als ze verwelkt, weggewaaid of vervuild zijn of niet voldoen aan de voorschriften, zodat de netheid van de perken en gedenkplaatsen gewaarborgd blijft.
§ 3. Allerheiligen
De potplanten en bloemstukken geplaatst naar aanleiding van Allerheiligen (1 november) worden navolgend weggenomen door de nabestaanden.
Als dit niet gebeurd is, worden de potplanten en bloemstukken door de bevoegde stedelijke dienst weggenomen vanaf 1 december daaropvolgend. Dit in het kader van Allerheiligen, waarna jaarlijks een opruiming georganiseerd wordt van de onzindelijk uitziende bloemstukken en versieringen. Bovendien behoudt de stad zich het recht om ambtshalve tot verwijdering over te gaan vóór 1 december, afhankelijk van de weersomstandigheden.
De door de stad opgeruimde materialen worden eigendom van de stad.
§ 4. Invasieve planten
Het aanplanten van invasieve planten is niet toegelaten.
§ 5. Afval
De personen, die aan de versiering of aan het onderhoud van een graf gewerkt hebben, zijn verplicht de plaats terug in volkomen staat van netheid te brengen. Zij moeten het vuilnis overbrengen naar de daarvoor voorziene plaats.
De volgende afvalsoorten worden apart ingezameld:
1° PMD (Plastic, Metaal en Drankkartons);
2° Groenafval;
3° Restafval.
Glas hoort niet in de vuilnisbakken op de begraafplaats, maar moet naar een glasbol of het recyclagepark gebracht worden.
Stenen potjes, aardewerk en porselein mogen niet in de vuilbakken op de begraafplaats maar moeten naar het recyclagepark gebracht worden.
Op iedere begraafplaats is een houten tuinrek voorzien met tuinmaterialen, vrij te gebruiken door elkeen. Deze materialen dienen na gebruik op de oorspronkelijke plaats terug geplaatst te worden.
§ 6. Bewaking en aansprakelijkheid
De stad staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen of vandalisme door derden.
De stad is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen, tenzij het oorzakelijk verband inzake nalatigheid van de stad kan aangetoond worden.
Hoofdstuk VII: Ontgravingen
Artikel 24. Ontgravingen
§ 1. Toestemming
Een ontgraving of verplaatsing van stoffelijke resten of een asurn is enkel toegestaan met schriftelijke toestemming van de burgemeester, behalve wanneer dit gebeurt op bevel van de gerechtelijke overheid.
Van elke toegestane ontgraving wordt een proces-verbaal opgesteld.
Een ontgraving en verplaatsing van stoffelijke resten of urnen is enkel toegestaan in de volgende gevallen:
1° op bevel van de gerechtelijke overheid;
2° voor de overbrenging van een stoffelijk overschot of urn van een gewoon graf of nis naar een concessiegraf, een vergunde nismuur of naar een andere gemeente of stad;
3° om een ernstige reden, die uitsluitend beoordeeld wordt door de burgemeester.
In voorkomend geval wordt de aanvraag tot ontgraving mede-ondertekend door een overlevende levenspartner en/of door bloedverwanten in de eerste graad, opdat de aanvraag door de burgemeester in overweging genomen kan worden.
§ 2. Uitvoering en kosten
Alle kosten van de ontgraving en een eventuele herbegraving zijn voor rekening van de aanvrager. Deze werkzaamheden worden niet uitgevoerd door de stad, maar door een begrafenisondernemer of private firma, hierin gespecialiseerd en onder toezicht van een werknemer van de stad.
Een gespecialiseerde firma draagt zorgt voor:
1° het verwijderen van de graftekens, de beplantingen en alle voorwerpen die het openleggen van het graf kunnen bemoeilijken of beletten, vooraleer tot opgraving wordt overgegaan
2° het openen van het graf, het opgraven van de kist of de overblijfselen uit het graf, en het dichten van de kuil;
3° indien nodig een herkisting van de stoffelijke resten;
4° het openen en sluiten van urnengraven;
5° het eventuele transport in het geval van een crematie of verplaatsing naar een andere begraafplaats;
6° de herbegraving;
7° het terugplaatsen of vernieuwen van de graftekens.
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Artikel 25. Politie
Overtredingen op de bepalingen van dit reglement kunnen worden bestraft met gemeentelijke administratieve sancties voor zover voorzien in het politiereglement (politiecodex) of politiestraffen zoals voorzien in andere wetten, decreten of verordeningen op dit vlak.
Artikel 26. Retributies
De retributies van het retributiereglement op de begraafpaatsen zijn van toepassing op de bepalingen van dit reglement.
Artikel 27. lnwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Dit reglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen vervangt alle vorige reglementeringen en beslissingen inzake de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Artikel 28. Overgangsbepalingen
De volgens de vroegere reglementen:
1° verleende concessies blijven overeenkomstig de toenmalige van toepassing zijnde regelgeving verleend, behoudens wettelijke bepalingen;
2° in gebruik genomen niet-geconcedeerde percelen en nissen blijven overeenkomstig de toenmalige van toepassing zijnde regelgeving behouden.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur.
Een afschrift van dit reglement, in zover het politiebepalingen bevat, wordt bezorgd aan de bestendige deputatie van de provincie Limburg en aan de griffies van de rechtbank van eerste Aanleg en de politierechtbank.
Gelet op de wijziging van het reglement op de begraafplaatsen waardoor er aanleiding is om het huidige retributiereglement op de begraafplaatsen en de grafconcessies, goedgekeurd op 9 maart 2015, aan te passen.
Overwegende dat de bedragen uit het vorige retributiereglement nog voldoende hoog zijn ten opzichte van de ons omringende gemeenten;
Overwegende de toevoeging van artikel 19 §1 in het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen waarbij het toegestaan is om asurnen van eerder overleden personen bij te plaatsen in een geconcedeerd graf, urnengraf of -nis;
Overwegende de toevoeging van artikel 19 §2 in het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen waarbij het toegestaan is om asurnen van eerder overleden huisdieren bij te plaatsen in een geconcedeerd graf, urnengraf of -nis;
Overwegende dat er uitsluitend bijzettingen mogelijk zijn in een geconcedeerd graf en dat er voor concessies een retributie dient betaald te worden;
Overwegende het gelijkheidsbeginsel dienen er bijgevolg ook retributies betaald te worden voor de bijzetting van asurnen zoals bedoeld in artikel 19 van het reglement op de begraafplaatsen.
Overwegende dat een retributie voor het bijzetten van een asurne voor een eerder overleden persoon dan wel voor een huisdier om die reden dan ook gelijk gehouden worden.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40+41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op artikel 125-132 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1973, 10 januari 1980, 28 december 1989 en 20 september 1998 en 8 februari 2001;
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging;
Gelet op gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen van 3 september 1985, gewijzigd bij raadsbesluiten van 13 oktober 1997, 9 april 2001, 5 juli 2004, 19 mei 2008, 20 juni 2011 en 9 maart 2015;
Gelet op de omzendbrief van 20 september 2024 van de Vlaamse Regering over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Het gewijzigde retributiereglement voorziet in een bijkomende retributie voor het bijplaatsen in een geconcedeerd graf van:
- de asurne van een eerder overleden persoon, hiervoor wordt een concessie aangerekend die berekend wordt in verhouding tot de resterende looptijd van de oorspronkelijke concessie;
- een asurne van eerder overleden huisdieren, hiervoor wordt een concessie aangerekend die berekend wordt in verhouding tot de resterende looptijd van de oorspronkelijke concessie;
Het gewijzigde retributiereglement voorziet in een vermindering van de retributie voor concessies in een columbariumnis met € 50,00.
Artikel 1.
Het hiernavolgende gewijzigde retributiereglement op begraafplaatsen goed te keuren.
Retributiereglement op begraafplaatsen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Artikel 1.
De retributies voor concessies voor een tijdperk van 30 jaar voor personen ingeschreven in de bevolkings-of vreemdelingenregisters van de gemeente of daarmee gelijkgesteld zoals bedoeld in artikel 7 §1 en §2. 1°, 2°, 3°, 4° en 5°) van het gemeentelijk reglement begraafplaatsen worden als volgt vastgesteld:
a) voor begravingen in volle grond: € 500,00 per stoffelijk overschot
b) voor ingebruikname van een columbariumnis: € 300,00 per stoffelijk overschot
c) voor begravingen van urnen in een urnengraf: € 350,00 per stoffelijk overschot
Artikel 2.
De retributies voor het verlengen van concessies voor een termijn van 10 jaar wordt als volgt vastgesteld:
a) voor begravingen in volle grond: € 500,00 per stoffelijk overschot
b) voor asurnen in een columbariumnis: € 300,00 per stoffelijk overschot
c) voor asurnen in een urnengraf: € 350,00 per stoffelijk overschot
Artikel 3.
De retributies voor begravingen van personen zoals bedoeld in artikel 7 §2 punt 6 van het gemeentelijk reglement begraafplaatsen worden als volgt vastgesteld:
a) Voor begravingen in volle grond: € 500,00 per stoffelijk overschot
€ 1.000,00 met concessie (dertig jaar)
b) Voor ingebruikname van een columbariumnis: € 500,00 per stoffelijk overschot
€ 800,00 met concessie (dertig jaar)
c) Voor begravingen van urnen in een urnengraf: € 500,00 per stoffelijk overschot
€ 850,00 met concessie (dertig jaar)
d) Retributies voor de asuitstrooiing worden vastgesteld: € 180,00 per stoffelijk overschot.
Artikel 4.
De retributies voor de begravingen van personen zoals bedoeld in artikel 7 §2 punt 7 van het gemeentelijk reglement begraafplaatsen worden als volgt vastgesteld:
a) Voor begravingen in volle grond: € 1.000,00 per stoffelijk overschot
€ 1.500,00 met concessie (dertig jaar)
b) Voor ingebruikname van een columbariumnis: € 1.000,00 per stoffelijk overschot
€ 1.300,00 met concessie (dertig jaar)
c) Voor begravingen van urnen in een urnengraf: € 1.000,00 per stoffelijk overschot
€ 1.350,00 met concessie (dertig jaar)
d) Retributies voor de asuitstrooiing worden vastgesteld op € 180,00 per stoffelijk overschot.
Artikel 5.
De retributies voor het bijzetten of het uitstrooien van assen die aanvankelijk elders dan op een begraafplaats werden bewaard (zie artikelen 13 en 19, §1 van het reglement op de begraafplaatsen) zijn als volgt:
a) Asuitstrooiing: € 180,00 per stoffelijk overschot
b) Bijzetting van de urne in een graf of urnengraf: € 350,00 per stoffelijk overschot
c) Bijzetting van de urne in een columbariumnis: € 300,00 per stoffelijk overschot
De retributies vermeld onder b) en c) zijn eveneens van toepassing op het bijzetten van asurnen zoals bedoeld in artikel 19, §2 (de asurn van eerder overleden huisdieren).
Artikel 6.
De retributie voor het bijzetten van een asurn zoals bedoeld in artikel 19, §§1 en 2 van het gemeentelijk reglement begraafplaatsen wordt als volgt berekend:
Artikel 7.
Het retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen goedgekeurd bij raadsbesluit van 9 maart 2015 wordt opgeheven.
Artikel 8.
Dit reglement zal van toepassing zijn vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de dienst Financiën;
- de dienst Leefmilieu;
Gelet op het feit dat Fluvius aan de hand van de aangestelde afkoppelingsingenieur zal toezien op de uitvoering van de afkoppelingswerkzaamheden;
Gelet op het feit dat Fluvius zal instaan voor de administratieve voorbereiding van de uitbetaling van de gemeentelijke subsidie;
Gelet op het feit dat het vorig reglement dateerde van 10 mei 2010.
Overwegende dat preventieve acties en een aanmoedigingsbeleid ter voorkoming van milieuverontreiniging meer nut hebben dan repressieve acties door politioneel optreden;
Overwegende dat het wenselijk is het oppervlakte- en grondwater te beschermen en dat het daarom noodzakelijk is met het oog op het faciliteren van de gemeentelijke verordening met betrekking tot de lozing van huishoudelijk afvalwater en met betrekking tot huisaansluitingen op de openbare riolen, een subsidie toe te kennen voor de gescheiden afvoer van afvalwater en hemelwater;
Overwegende dat bij de wijziging van dit reglement enkel de procedure/gang van zaken is aangepast en niet het subsidiebedrag, zoals toegevoegd in bijlage.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op de Europese kaderrichtlijn Water 2000/60/EG;
Gelet op artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 465 tot en met 470bis;
Gelet op het Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, en latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1999 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning;
Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018;
Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, en latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaams Regering van 1 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement (hierna genoemd ‘het algemeen waterverkoopreglement’);
Gelet op het ministerieel besluit van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binnen installatie en de privéwaterafvoer;
Gelet op het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op het ministerieel besluit tot goedkeuring van de aanvullende voorwaarden bij het algemeen waterverkoopreglement van Fluvius West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra van 14 januari 2019;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (citeeropschrift: "de Hemelwaterverordening van 2023");
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting.
budgetcode 0200-01/2240000/BESTUUR/CBS/0/IP-24 (actie A-2.3.1.).
Budgetnummer:
Beleidsitem(s): 0200-01/2240000/BESTUUR/CBS/0/IP-24
Investeringsproject(en) (IP’s): IP-24
Artikel 1.
Er wordt goedkeuring verleend aan onderstaand subsidiereglement.
'Reglement voor de subsidie voor aanleg gescheiden afvoersysteem van hemelwater en afvalwater voor de periode van 01/01/2026 tot 01/01/2028
De Stad Herk-de-Stad wil een versnelling realiseren in het correct scheiden van afvalwater en hemelwater op private percelen. Hoewel Fluvius reeds een financiële ondersteuning voorziet, blijkt in de praktijk dat de resterende kosten voor heel wat bewoners nog steeds een drempel vormen om de noodzakelijke aanpassingen uit te voeren. Foutaansluitingen en gemengde afvoeren blijven daardoor bestaan, wat leidt tot onnodige belasting van de rioolwaterzuiveringsinstallaties, risico op wateroverlast en een minder duurzame omgang met hemelwater. Deze extra subsidie ondersteunt bewoners dus niet alleen individueel, maar heeft een collectief voordeel voor heel Herk-de-Stad.
Artikel 1. Algemene bepalingen
Dit reglement bepaalt onder welke voorwaarden eigenaars van particuliere woningen aanspraak kunnen maken op een gemeentelijke subsidie voor het aanpassen of aanleggen van hun interne waterafvoer, zodat afvalwater en hemelwater volledig van elkaar worden gescheiden.
Artikel 2. Definities
2.1. Hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van het dooiwater
2.2. (Huishoudelijk) afvalwater: Water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, met uitzondering van niet-verontreinigd hemelwater
Afvalwater dat enkel bestaat uit water afkomstig van:
a. normale huishoudelijke activiteiten;
b. sanitaire installaties;
c. keukens;
d. het reinigen van gebouwen zoals woningen, kantoren, plaatsen waar groot- of kleinhandel wordt gedreven, zalen voor vertoningen, kazernen, kampeerterreinen, gevangenissen, onderwijsinrichtingen met of zonder internaat, klinieken, hospitalen en andere inrichtingen waar niet besmettelijke zieken opgenomen en verzorgd worden, zwembaden, hotels, restaurants, drankgelegenheden, kapsalons;
e. afvalwater afkomstig van wassalons, waar de toestellen uitsluitend door het cliënteel zelf worden bediend.
2.3. Bestaande particuliere woning: woning waarvoor het ontvangstbewijs van de bouwvergunning werd verkregen vóór 1 februari 2005.
2.4. Fluvius: een Belgisch netbeheerder die verantwoordelijk is voor de aanleg en het beheer van publieke nutsleidingen in Vlaanderen voor onder andere elektriciteit, aardgas, riolering en openbare verlichting.
2.5. WIGW-statuut: afkorting voor Weduwen/Invaliden/Gepensioneerden/Wezen.
2.6. Beschermde afnemer: Iemand die recht heeft op het sociaal tarief voor energie.
2.7. Woongebouwen: Woning waarin een of meerdere wooneenheden voorkomen.
2.8. Huisaansluitputjes: De putten die de privé-riolering met de openbare riolering op straat verbinden.
Artikel 3. Toepassingsgebied
De gemeentelijke subsidie is enkel voor eigenaars van een bestaande particuliere woning of woongebouwen die aanspraak kunnen maken op de premie voor gescheiden afvoersysteem van Fluvius.
Dit reglement is van toepassing op het volledig grondgebied van Herk-de-Stad.
De installatie mag niet verplicht zijn door de gewestelijke stedenbouwkundige verordening.
Voor de exacte voorwaarden kan u terecht bij Fluvius.
Artikel 4. Soorten subsidies
1. Subsidie Fluvius:
De subsidie voor de aanleg van een gescheiden afvoer van huishoudelijk afvalwater en niet-verontreinigd hemelwater bedraagt maximum 500 euro.
Het premiebedrag waarop men recht heeft, is beperkt tot de werken die noodzakelijk zijn om de afkoppeling te realiseren. Bewijs de kosten aan de hand van facturen of kastickets.
De premie geldt enkel voor nieuwe materialen en toestellen. De kosten voor de huisaansluitputjes komen niet in aanmerking voor berekening van de premie. Gemaakte onkosten mogen slechts eenmaal worden ingebracht.
2. Gemeentelijke subsidie:
Bij de aanleg van gescheiden riolering met 100% verplichte afkoppeling betaalt de gemeente een aanvullende subsidie. Het bedrag van deze aanvullende subsidie wordt als volgt bepaald:
Artikel 5. Controle
Vooraleer over te gaan tot de uitbetaling van de premie/subsidie krijgt Fluvius het mandaat te onderzoeken dat de aanvrager aan de toekenningsvoorwaarden voldaan heeft. Blijken deze voorwaarden niet nageleefd, dan zal de subsidie niet uitgekeerd worden. Het is de aanvrager op alle momenten toegestaan om de nodige aanpassingen door te voeren om alsnog voor de subsidie in aanmerking te komen.
De aanvrager zal schriftelijk op de hoogte worden gebracht van de goedkeurings- of weigeringsbeslissing door Fluvius.
Artikel 6. Procedures
Zorg voor het aanvragen van de subsidies dat uw afvoersysteem correct is gescheiden in hemelwater en afvalwater, dat u alle facturen en kassabonnen bewaart, en dat uw installatie gekeurd is door een door Fluvius erkende instantie.
1. Aanvraag Fluvius:
Dien uw premie aanvraag voor de scheiding van het afvoersysteem in via de website van Fluvius.
Daar vindt u alle informatie over het premiebedrag, de voorwaarden en de volledige aanvraagprocedure.
2. Aanvraag Herk-de-Stad:
Zodra u de premie of subsidie van Fluvius ontvangen heeft, beschikt u over 6 maanden om een bewijs hiervan te bezorgen aan de de stad Herk-de-Stad. Dit gebeurt bij voorkeur digitaal.
De gemeentelijke aanvragen worden per kwartaal gecontroleerd en nadien uitbetaald.
Artikel 7. Inwerkingtreding en duur
Dit subsidiereglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2028.
Het besluit van 10 mei 2010 betreffende de gemeentelijke subsidieregeling voor de aanleg van een gescheiden afvoersysteem voor hemelwater en huishoudelijk afvalwater bij bestaande particuliere woningen wordt hierbij opgeheven.'
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de Dienst Financiën,
- de Dienst Leefmilieu,
- de Technische Dienst - Uitvoering,
- Fluvius.
Gelet dat aanvragers informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld wensen te ontvangen;
Gelet op het feit dat de gemeente het belangrijk vindt dat potentiële kopers geïnformeerd een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed;
Gelet op het feit dat de lokale besturen gezocht hebben naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen en dat hiervoor een instrument werd ontwikkeld door de Vlaamse overheid;
Gelet op het voorstel om de tarieven van het retributiereglement Vastgoedinformatie te indexeren.
Overwegende dat het Vastgoedinformatieplatform een elektronisch informatiesysteem is om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen, en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers;
Overwegende dat het Vastgoedinformatieplatform beheerd wordt door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook 'Athumi' genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
Overwegende dat de gemeente via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie kan verzamelen in een product en dit product met vastgoedinformatie kan ontsluiten;
Overwegende dat het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich meebrengt;
Overwegende dat de gemeente Herk-de-Stad de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten aan de aanvrager ervan wenst door te rekenen;
Overwegende dat het stadsbestuur bij het raadsbesluit van 13 maart 2023 de aansluiting Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie goedkeurde.
Overwegende dat met het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform inhoudelijke aanpassingen noodzakelijk zijn aan dit besluit.
Overwegende dat de tarieven zelf evenwel niet meer aangepast zijn sinds 2019;
Overwegende het voorstel om de tarieven te indexeren met 25% en deze nieuwe tarieven toe te passen vanaf 1 januari 2026.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40, §3, van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op artikel 173, van de Grondwet;
Gelet op artikel 21, eerste lid, van het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
Gelet op de artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 19 februari 2024 waarbij de ingebruikname van het Vastgoedinformatieplatform en de vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie is goedgekeurd.
Overwegende dat voor het afleveren van vastgoedinformatie de bij raadsbesluit van 13 maart 2023 gemeentelijke bronretributie van 90 EUR behouden is waarbij een aanvrager slechts eenmaal de retributieprijs voor een aanvraag dient te betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:
Overwegende dat vanaf 2024 naast de notaris en vastgoedmakelaar elke burger die de vastgoedinformatie aanvraagt aan het VIP in dezelfde regeling valt en ook voor particulieren de aanvraag van partiële vastgoedinformatie vervalt;
Overwegende dat gezien de tarieven onveranderd zijn gebleven sinds 2019 en dus een aanpassing aan de gezondheidsindex van oktober 2025 neerkomt op een verhoging van 25%;
Overwegende dat deze toepassing een verhoging van het bedrag van 90 euro naar 112,5 euro betekent, bedrag dat afgerond wordt naar het hogere vijftal en dus gebracht wordt op 115,00 euro.
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt hiernavolgend vernieuwd retributiereglement vastgoedinformatie goed:
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;
5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf (Athumi) is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;
6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;
9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;
Artikel 2 - Algemeen
De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.
Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van gemeente Herk-de-Stad een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
Artikel 3 – Aanvrager van vastgoedinformatie
Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.
Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:
Artikel 4 - Bedrag
Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:
| Voorwerp aanvraag |
Retributiebedrag per kadastraal perceel |
| Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet |
115,00 EUR |
Een aanvrager dient slechts eenmaal de retributieprijs voor een aanvraag te betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:
Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.
Artikel 5 - Inning
Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.
Artikel 6 – Ondertekening
De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Herk-de-Stad via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.
Artikel 7 - inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt tot 31 december 2028.
Artikel 2.
Dit aangepaste reglement vervangt het retributiereglement vastgoedinformatie zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 19 februari 2024.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de dienst financiën,
- de dienst Projecten,
- de dienst RO.
Gelet dat sinds geruime tijd voor aangevraagde activiteiten in park Olmenhof eveneens een forfaitaire vergoeding van 80 euro wordt gevraagd;
Gelet op de noodzaak om een apart en duidelijk retributiereglement te voorzien omwille van de recent toegenomen vraag om evenementen te organiseren in park Olmenhof;
Gelet op het voorstel om de tarieven voor het gebruik van het park en prieel Olmenhof te indexeren.
Overwegende dat het gebruik van het park ten allen tijde onderworpen blijft aan het opportuniteitsoordeel van het college van burgemeester en schepenen vanuit de bezorgdheid dat de draagkracht van het park niet mag overschreden worden;
Overwegende dat er de voorbije jaren door de uiteenlopende evenementen geen noemenswaardige schade is aangericht en dat alle organisatoren zich aan de afspraken die worden voorzien in de politiecodex hebben gehouden;
Overwegende dat het gebruik van het park dan ook verder gefaciliteerd wordt en gratis blijft, behalve in het geval dat het gebruik van het prieel gepaard gaat met afname van enige dienstverlening van de stad;
Overwegende dat om die reden een beknopt retributiereglement werd voorzien dat een kader aanreikte en vooral om te waken over een correcte naleving van de afspraken met de opzet dat aanvragers die zich niet aan de afspraken houden en/of eventuele beschadigingen niet vergoeden geen toestemming meer kunnen krijgen;
Overwegende het voorstel om voor één forfaitaire bijdrage te gaan omdat:
- dit bedrag ook voor huwelijken wordt gevraagd;
- tot op heden geen enkele organisator die reeds een activiteit in het park organiseerde heer bezwaar tegen heeft gemaakt;
- meerdere tarieven niet zorgen voor een meer opbrengst en regelmatig aanleiding geven tot interpretatie
Overwegende dat de aanvraag van het gebruik van het park geïntegreerd wordt in het fuifreglement omdat hierin reeds een duidelijke aanvraagprocedure zit vervat en alle aanvragen gecentraliseerd blijven verlopen;
Overwegende dat de bijdrage niet meer werd aangepast sinds 2019;
Overwegende het voorstel om de tarieven te indexeren met 25% en de nieuwe tarieven toe te passen vanaf 1 januari 2026.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 +41;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 waarbij het reglement gebruik park en prieel Olmenhof werd goedgekeurd.
Overwegende dat door de indexering het tarief verhoogt van 80 euro naar 100 euro voor de levering van materialen, elektriciteit en water ter gelegenheid van een goedgekeurd evenement.
Artikel 1.
De gemeenteraad geeft haar goedkeuring aan onderstaand gewijzigd reglement op het gebruik van park en prieel Olmenhof.
Reglement op het gebruik van het park en prieel Olmenhof
Artikel 1. - Algemene bepalingen
Het park en het prieel van het Olmenhof zijn openbaar en staan ter beschikking van de burger.
Neemt dit gebruik de vorm aan van een evenement dan dient hiervoor een goedkeuring gevraagd te worden aan de stad Herk-de-Stad en worden de voorwaarden voor het verkrijgen van een goedkeuring vastgelegd;
Wordt in het kader van dit gebruik van de stad een dienstverlening verwacht zoals de levering van elektriciteit, water en of meubilair dan zal hiervoor een retributie verschuldigd zijn.
Artikel 2. – Definities begrippen
Prieel: overdekte ruimte gelegen in het noorden van de centrale grasvlakte
Park: centrale grasvlakte gelegen tussen de visvijver en de Kleine Hoolstraat, zoals aangeduid op bijgaand plan
Evenement: een publieke socio-culturele en/of sportieve gebeurtenis met al dan niet betalende bezoekers/deelnemers; het gebruik van het park door individuen, gezinnen of reguliere sportlessen van de omringende scholen wordt niet beschouwd als evenement
Politiecodex: politiereglement goedgekeurd door de gemeenteraad op 31 oktober 2016, zoals gewijzigd inzonderheid Afdeling 5; in dit reglement worden gemeentelijke administratieve sancties opgelegd bij overtredingen
Artikel 3. – Evenementen
Het park en/of het prieel kan gebruikt worden voor evenementen van inwoners en organisaties die een duidelijke band hebben met Herk-de-Stad en/of er hun hoofdactiviteit hebben en/of er gevestigd zijn. Concreet:
- Inwoners van Herk-de-Stad
- Herkse verenigingen en clubs
- Herkse scholen
- Herkse horecazaken en bedrijven
Het evenement dient rekening te houden met de natuurlijke draagkracht van het park inzake:
- Opbouw en afbraak
- Opstelling van materialen: tenten, kraampjes, tapinstallaties, tafels & stoelen….
- Verwacht aantal bezoekers
De bepalingen uit de politiecodex zijn volledig van toepassing op alle evenementen die onder het prieel en/of in het park worden georganiseerd.
De beoordeling gebeurt door het college van burgemeester en schepenen, op een gemotiveerd advies van de administratie.
Artikel 4. – De aanvraag
De aanvraag dient te gebeuren via het evenementenloket, conform het fuifreglement.
De aanvraag wordt samen met de nodige adviezen steeds ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
De geplande activiteit kan slechts doorgaan na goedkeuringsbesluit van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5. - De retributie
§1. Het evenement moet conform de Politiecodex minstens 6 weken op voorhand worden aangevraagd bij het evenementenloket en kan enkel doorgaan mits de voorafgaande toestemming van het College van Burgemeester en Schepenen.
§2. Voor het gebruik van het prieel, al dan niet samen met de centrale grasvlakte, is de volgende retributie verschuldigd:
- gratis indien er geen materiaal/stroom of water ter beschikking wordt gesteld;
- mits betaling van 100 euro met gebruik van materiaal, één elektriciteitsaansluiting (20 A) en/of wateraansluiting (max. 0,5 m³ waterverbruik).
De retributie wordt middels een factuur op naam van de aanvrager geheven;
De retributie dient uiterlijk één week voorafgaand aan het evenement betaald te worden aan het gemeentebestuur.
Indien het gemeentebestuur (mede)organisator is, is er geen retributie verschuldigd.
Indien de activiteit omwille van extreme weersomstandigheden niet kan doorgaan, is de retributie niet verschuldigd en wordt ze teruggestort. Tevens wordt een creditnota bezorgd aan de aanvrager.
Artikel 6. - Beschadigingen
De organisator is verantwoordelijk voor alle schade die aangericht is aan o.a. het prieel, de verhardingen, de grasvlakte, alsook aan bomen en struiken. Alle herstellingen zullen door of in opdracht van het gemeentebestuur worden uitgevoerd en worden doorgerekend naar de organisator.
Artikel 7. - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2028.
Artikel 2.
Dit aangepaste reglement vervangt het bestaande reglement gebruik park en prieel Olmenhof zoals goedgekeurd op 16 december 2019.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- Dienst Leefmilieu;
- Dienst Financiën;
- Afdelingshoofd Vrije Tijd;
- Dienst Burgerzaken;
- Dienst Jeugd/cultuur.
Gelet dat de looptijd van de intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst voor de werking van de Academie Haspengouw samenvalt met een gemeentelijke legislatuur;
Gelet op het voorstel van een nieuwe intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst die werd ontvangen op 25 oktober 2025;
Gelet dat er in vergelijking met de aflopende overeenkomst slechts een beperkt aantal wijzigingen zijn.
Overwegende de noodzaak om voor de nieuwe gemeentelijke legislatuur een nieuwe intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst voor de werking van de Academie Haspengouw Beeld & Podium af te sluiten;
Overwegende het voorstel van nieuwe overeenkomst overgemaakt op 25 oktober 2025 door de Stad Sint-Truiden op als inrichtende macht;
Overwegende dat in vergelijking met de aflopende overeenkomst volgende aanpassingen zijn gedaan:
- namen van de voorzitters van de gemeenteraad en algemeen directeurs werden aangepast;
- er wordt consequent gesproken over de Academies Haspengouw Beeld & Podium, een meervoudsvorm overeenkomstig de twee instellingsnummers
artikel 4 - duur, verlenging opzegmogelijkheden, toetreding
§1. De Interlokale Vereniging bestaat sedert 2001 en wordt gecontinueerd voor de periode schooljaar 2025-2026 tot en met het schooljaar 2030-2031.
§2. De stilzwijgende verlenging van de overeenkomst is uitdrukkelijk uitgesloten. Om de zes jaar zullen de gemeenteraden zich dus moeten uitspreken over de verdere samenwerking. Dit is ook reeds voorzien in de aflopende overeenkomst.
§ 3 en § 4 zijn geschrapt o.w.v.
artikel 6 - werking
Bij §4 werd toegevoegd dat het beheerscomité slechts geldig kan vergaderen als de helft plus één van de participerende gemeenten vertegenwoordigd zijn;
artikel 9 - financiële inbreng
Werd 1 april 2018 als referentiepunt toegevoegd voor de gezondheidsindex en werden als bestemming van de variabele bijdragen volgende punten toegevoegd op basis de modelovereenkomst van OVSG van 2020 en basis van de praktijk:
- agenda's en vademecum
- fotokopies en cursusmateriaal
- gebruiks- en verbruiksgoederen nodig voor de opleiding van de leerlingen (basismateriaal o.m. voor beeldende kunst aangepast aan de opleidingen en de leerplannen (was reeds voorzien);
artikel 10 Infrastructuur en didactisch materiaal §1
worden volgende attesten e.a. toegevoegd:
h. de keurings- en onderhoudsattesten van elektriciteit (laag- en hoogspanningsinstallatie), verwarming op gas of mazout, gasdetectie, brandblussers en brandhaspels, brandcentrale en branddetectie, veiligheids-en noodverlichting, defibrillator AED, de EHBO-koffer en interventieregister, speeltuigen, inbraakalarm en liften;
i. de milieumelding en/of milieuvergunning, het brandweerverslag (5-jaarijks, tenzij een kortere termijn opgelegd werd), de overeenkomst voor uitbating, de asbestinventaris met aanvullingen, de inventaris producten met gevaarlijke eigenschappen met SDS en instructiekaart, de risicoanalyse/het brandpreventiedossier en het dossier as built (met conformiteitsattesten, indienststellingsverslagen, …);
j. de verslagen van de rondgang van interne en externe preventieadviseur worden na ontvangt meteen overgemaakt aan de Academie Haspengouw/Stad Sint-Truiden;
artikel 14 - budget
Bij § 2 werd toegevoegd dat de niet-beherende gemeenten in hun meerjarenplan een bijdrage gebaseerd op het ontwerpbudget van de interlokale vereniging opnemen;
Bij § 3 werd op basis van de modelovereenkomst OVSG van 2020 toegevoegd dat op het einde van het werkingsjaar de beherende gemeente voor elke niet-beherende gemeente de afrekening maakt voor de personeelskosten zoals bepaald in artikel 13, §3. De beherende gemeente kan hierop in de loop van het werkingsjaar een voorschot vragen. ( de inzet van niet subsidieerbaar personeel met het oog op de toetreding van de gemeente Wellen);
In § 4 wordt verwezen naar art; 9 § 2;
NIEUW § 6. De inkomsten uit de retributie bij de inschrijvingen wordt door de beherende gemeente uitsluitend aangewend voor de Interlokale Vereniging zoals bepaald in artikel 9, §2. Deze forfaitaire bijdrage dekt een aantal administratieve onkosten en vereenvoudigt het betalingsverkeer.
Art. 19 Inschrijvingen
is aangepast en de inschrijvingen verlopen voor 95 % online en voor de rest op de respectievelijke secretariaten;
Art . 21 Certificering
wordt de vermelding van niet-beherende gemeente/vestigingsplaats geschrapt omdat dit niet haalbaar is (leerlingen volgen les in meerder filialen) en omdat het strijdig met het decreet DKO van 2018 en Europese richtlijnen rond certificering;
Overwegende dat de wijzigingen werden besproken en goedgekeurd door de beheerraad van Academie Haspengouw van 6 november 2025 waarbij achteraf is aangegeven dat:
- met een werkingsjaar het kalenderjaar wordt bedoeld
- het de bedoeling is om in de toekomst in april de jaarlijkse factuur te sturen, maar dit nog moet worden voorgelegd aan de beheerraad van januari 2026;
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40 - 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Toepasselijke wetgeving:
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 9 september 2019: goedkeuring intergemeentelijke overeenkomst Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Academie Haspengouw Beeld & Podium voor de duur van de gemeentelijke legislatuur 2019-2025.
Gelet dat iedere deelnemende gemeente een jaarlijkse vast bijdrage van 3.500 euro betaald;
Gelet dat iedere deelnemende gemeente een jaarlijkse variabele bijdrage van 250 euro per klas beeldende kunst en 250 euro per graad in de domeinen muziek, woordkunst-drama en dans betaald.
Artikel 1.
De nieuwe overeenkomst Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Academie Haspengouw Beeld & Kunst goed te keuren:
Overeenkomst Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs
Academies Haspengouw Beeld en Podium
Tussen de hierna vermelde lokale overheden, vertegenwoordigd zoals nader aangeduid, is overeengekomen een Interlokale Vereniging op te richten volgens de toepasselijke bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 2 en inzonderheid artikelen 392 tot en met 395 en het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs van 9 maart 2018.
de stad Sint-Truiden,
vertegenwoordigd door Peter van Dam voorzitter van de gemeenteraad en Kathleen Bergoets algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de gemeente Geetbets,
vertegenwoordigd door Roland Strouven, voorzitter van de gemeenteraad en Herman Stiers, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de gemeente Gingelom,
vertegenwoordigd door Geert Moyaers, voorzitter van de gemeenteraad en Kim Peters, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de stad Halen,
vertegenwoordigd door Rudy Marcoen, voorzitter van de gemeenteraad en Ingrid Vrancken, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de gemeente Heers,
vertegenwoordigd door Dieter Janssen, voorzitter van de gemeenteraad en Ivo Carlens, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de stad Herk-de-Stad,
vertegenwoordigd door Jimmy Graulus, voorzitter van de gemeenteraad en Nathalie Creten, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de stad Landen,
vertegenwoordigd door Johan Cans, voorzitter van de gemeenteraad en Kitty Bottu, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de gemeente Nieuwerkerken,
vertegenwoordigd door Gert Clerinx, voorzitter van de gemeenteraad en Evi Jans, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
de stad Zoutleeuw,
vertegenwoordigd door Ilse Beelen, voorzitter van de gemeenteraad en Sandra Blockx, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2025;
Voormelde partijen hebben de inhoud van deze overeenkomst met statutaire draagkracht vastgesteld als volgt:
Titel 1: Naam, doel, zetel, beherende gemeente, duur, opzeg, toetreding
Art. 1 Naam
De Interlokale Vereniging draagt de naam “Interlokale Vereniging Academies Haspengouw, Beeld en Podium”.
Art. 2 Doel
§1. De Interlokale Vereniging Academies Haspengouw Beeld en Podium heeft als doelstelling om binnen de krijtlijnen van de onderwijsregelgeving, de organisatie van de Academies Haspengouw Beeld & Podium met inbegrip van haar vestigingsplaatsen optimaal af te stemmen op de lokale noden en deze vorm van onderwijs zo toegankelijk en bereikbaar mogelijk aan te bieden in de deelnemende gemeenten. Hieruit kunnen eventueel gemeentelijke en intergemeentelijke activiteiten en projecten voortvloeien.
§2. Alle vestigingsplaatsen maken pedagogisch en administratief deel uit van de Academies Haspengouw Beeld & Podium met als schoolbestuur het gemeentebestuur van de stad Sint-Truiden.
De hoofdvestigingsplaats van de Academies zijn gevestigd op het volgende adres: Gorsemweg 55/57- 3800 Sint-Truiden (AHBeeld) en Gazometerstraat 5 – 3800 Sint-Truiden (AHPodium)
§3. Ten opzichte van andere initiatieven die men concurrentieel zou kunnen noemen ten aanzien van het aanwezige deeltijds kunstonderwijs (DKO) op het eigen grondgebied, engageren de deelnemende gemeenten zich duidelijk ten gunste van onderhavig samenwerkingsverband. Het betreft hier niet de creatieve vakantiewerkingen en andere ad hoc, creatieve activiteiten die door de gemeentes of met steun van de gemeentes worden georganiseerd.
Art. 3 Zetel, beherende gemeente
§1. De stad Sint-Truiden wordt aangeduid als beherende gemeente. De beherende gemeente staat in voor het financieel en personeelsbeheer DKO van de Interlokale Vereniging.
De beherende gemeente vertegenwoordigt de Interlokale Vereniging in rechte.
§2. De zetel van de Interlokale Vereniging Academies Haspengouw Beeld & Podium wordt gevestigd op Kazernestraat 13 3800 Sint-Truiden.
Art. 4 Duur, verlenging, opzegmogelijkheden, toetreding
§1. De Interlokale Vereniging bestaat sedert 2001 en wordt gecontinueerd voor de periode schooljaar 2025-2026 tot en met het schooljaar 2030-2031.
§2. De stilzwijgende verlenging van de overeenkomst is uitdrukkelijk uitgesloten. Om de zes jaar zullen de gemeenteraden zich dus moeten uitspreken over de verdere samenwerking.
Titel 2: beheerscomité - samenstelling en werking
Art. 5 Samenstelling
§ 1. Er wordt een beheerscomité opgericht.
§ 2. Door elke gemeenteraad wordt een effectief lid en een plaatsvervangend lid afgevaardigd voor het beheerscomité. Deze afgevaardigden dienen deel uit te maken van het college van burgemeester en schepenen.
De leden van het beheerscomité worden afgevaardigd voor de periode van een legislatuur, onverminderd de mogelijkheid van de gemeenteraden het mandaat van hun vertegenwoordigers in te trekken en onverminderd de beëindiging van rechtswege van het mandaat van de leden van het beheerscomité zodra zij hun betreffende politieke mandaat verliezen. De leden blijven evenwel lid van het beheerscomité tot het moment dat er in hun vervanging is voorzien. In geval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden duiden de deelnemende gemeenten in de eerste drie maanden volgend op het jaar van de verkiezingen de nieuwe bestuurders aan. Zij treden aan vanaf het ogenblik van hun aanstelling.
§3. De directeurs van de Academies worden naar het beheerscomité uitgenodigd als deskundige. Hij/zij hebben geen stemrecht.
§4. Het beheerscomité kan andere deskundigen uitnodigen op haar vergaderingen. Zo kan de schepen zich laten bijstaan van de verantwoordelijke ambtenaar voor het deeltijds kunstonderwijs. Zij hebben evenwel geen stemrecht. Hun aanwezigheid wordt in het verslag vermeld.
Art. 6 Werking
§1. Het beheerscomité houdt minstens drie zittingen per kalenderjaar op een gezamenlijk afgesproken datum en zo vaak als het belang van de Interlokale Vereniging het vereist.
§2. Het beheerscomité stelt een huishoudelijk reglement op waarin ze de organisatie van haar werkzaamheden vastlegt (wijze van samenroepen, wijze van vergaderen, plaats van de vergaderingen, wijze van goedkeuring van de verslagen).
§3. De vertegenwoordiger van de beherende gemeente neemt de rol van voorzitter van het beheerscomité op. De directeurs van de Academies -in beurtrol- zijn secretaris van het beheerscomité.
§4. Het beheerscomité kan slechts geldig vergaderen als de helft plus één van de participerende gemeenten vertegenwoordigd zijn. Het beheerscomité neemt beslissingen omtrent adviezen bij gewone meerderheid. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. De gewone meerderheid wordt gevormd uit de helft van de leden plus één. Bovendien moet telkens minstens de afgevaardigde van het schoolbestuur aanwezig zijn.
Indien de vergadering niet voldoende aanwezigen telt, wordt een datum vastgelegd voor een nieuwe vergadering, minstens één week later. De volgende vergadering beslist ongeacht het aantal aanwezigen. De aanwezigheid van een afgevaardigde van het schoolbestuur blijft evenwel van toepassing.
§5. Elke deelnemende gemeente beschikt over één stem in het beheerscomité.
§6. Van elke vergadering van het beheerscomité wordt een verslag opgemaakt dat wordt gedateerd en ondertekend door de voorzitter en mede ondertekend door de directeurs. De goedgekeurde notulen met alle documenten waaraan de notulen refereren, worden bijgehouden op de zetel van de Interlokale Vereniging. Een afschrift van de notulen wordt bezorgd aan de deelnemende gemeentebesturen alwaar ze ter inzage liggen van de gemeenteraadsleden op het secretariaat van de deelnemende gemeenten, onverminderd de decretale bepalingen inzake de openbaarheid van bestuur.
§7. Om de informatieverstrekking en de doorstroming van beleids- en actieplannen beter te realiseren bepaalt het beheerscomité in haar huishoudelijk reglement ook een overleg- en communicatiemodel op ambtelijk niveau:
- de bevoegde lokale ambtenaren worden telkens samen met de verantwoordelijke schepenen uitgenodigd op het beheerscomité (cfr artikel 5 §4) en ontvangen ook het verslag;
- een technisch overleg kan door de directeurs telkens nodig worden samengeroepen met de technische diensten en de interne en externe preventieadviseurs;
- in geval van een doorlichting of de opvolging van een doorlichting kan er door de algemeen directeur van de stad Sint-Truiden een vergadering belegd worden met de algemeen directeurs van de gemeenten van de Interlokale Vereniging.
Titel 3: beheerscomité - bevoegdheden
Art. 7
§1. Binnen het beheerscomité wordt overleg gepleegd over de wijze waarop de overeenkomst wordt uitgevoerd.
§2. Het beheerscomité formuleert adviezen ten behoeve van het schoolbestuur inzake:
§3. Daarnaast heeft het beheerscomité de volgende taken:
Onverminderd de taken die aan het beheerscomité van de Interlokale Vereniging zijn toegewezen, blijft het schoolbestuur verantwoordelijk voor haar onderwijsinstelling(en) en voor de personeelsleden die zij heeft aangesteld.
Titel 4: Inbreng van de deelnemers en wijze waarop deze inbreng wordt beheerd
Art. 9 Financiële inbreng
§1. Elke deelnemende gemeente doet jaarlijks een financiële inbreng aan de beherende gemeente van de Interlokale Vereniging ten behoeve van de werking van de Interlokale Vereniging Academies Haspengouw. Deze financiële inbreng bestaat uit een:
Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex. Referentiepunt is de gezondheidsindex op 1 april 2018.
§ 2 De vaste bijdrage van 3500 euro per gemeente en per Academie wordt door de stad Sint-Truiden aangewend voor de globale organisatie en administratieve kosten met betrekking tot het inrichten van het deeltijds kunstonderwijs Academies Haspengouw maar onder meer ook voor de realisatie van:
De variabele bijdrage wordt binnen de doelstelling van de Interlokale Vereniging gebruikt voor:
§3. De beherende gemeente neemt de werkingsmiddelen die ze als subsidie ontvangt van het ministerie van Onderwijs en Vorming, op als inkomsten in het algemene budget van beherende gemeente van de Interlokale Vereniging.
§4. De beherende gemeente neemt desgevallend de ontvangen retributies voor het volgen van deeltijds kunstonderwijs en voor de huur van muziekinstrumenten op als inkomsten in het algemene budget van de beherende gemeente van de Interlokale Vereniging
Art. 10 Infrastructuur en didactisch materiaal
§1. Elke deelnemende gemeente staat voor de vestigingsplaats(en) op zijn grondgebied in voor:
§2. De deelnemende gemeentes stellen een inventaris van roerende en onroerende goederen op van de vestigingsplaatsen gelegen op het grondgebied van de niet-beherende gemeenten, deze goederen blijven eigendom van de betreffende gemeente.
§3. Muziekinstrumenten die eigendom zijn van een van de deelnemende gemeenten, worden kosteloos ter beschikking gesteld van de Interlokale Vereniging Academies Haspengouw. De inventaris wordt als bijlage bij deze overeenkomst gevoegd.
Op advies van het beheerscomité kan de beherende gemeente ten behoeve van de Interlokale Vereniging bijkomende instrumenten en andere materialen aankopen die worden beheerd door de beherende gemeente.
Art. 11 Verzekering
De verzekeringspolissen die het schoolbestuur afsluit ten behoeve van de leerlingen en personeelsleden van de Academies, gelden eveneens voor:
- de personeelsleden aangesteld conform artikel 12 en 13 van deze overeenkomst
- en leerlingen van de vestigingsplaatsen.
Het gaat om minimaal:
- een polis burgerlijke aansprakelijkheid voor de leerlingen en het personeel,
- een polis tegen lichamelijke ongevallen voor de leerlingen en desgevallend het niet-gesubsidieerd personeel,
- een verzekering rechtsbijstand voor het personeel.
Art. 12 Gesubsidieerd onderwijspersoneel
§1. Het gesubsidieerd bestuurs- en onderwijzend, ondersteunend en desgevallend opvoedend hulppersoneel wordt binnen de vigerende reglementering van de Vlaamse Gemeenschap aangesteld en benoemd door het schoolbestuur, namelijk het gemeentebestuur van de stad Sint-Truiden. De rechtspositieregeling voor personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs is integraal van toepassing met inbegrip van de aanvullende reglementen opgelegd door het schoolbestuur.
§2. Het aantal gesubsidieerde lestijden en gesubsidieerde administratieve omkadering dat wordt aangewend in de vestigingsplaatsen in de niet-beherende gemeenten, wordt bepaald door het aantal financierbare leerlingen dat op 1 februari van het vorig schooljaar in de vestigingsplaatsen van de betreffende gemeente werd geteld.
Art. 13 Niet-gesubsidieerd personeel
§1. De beherende gemeente kan na advies van het beheerscomité niet-gesubsidieerd personeel aanstellen ten behoeve van het toezicht en ten behoeve van de DKO-administratie in de vestigingsplaatsen. Dit niet-gesubsidieerd personeel valt ofwel onder de lokale rechtspositieregeling van de beherende gemeente ofwel onder het statuut van het gesubsidieerd onderwijspersoneel indien de beherende gemeente dit personeel aanstelt onder het zogenaamde PWB-systeem binnen de onderwijsregelgeving.
§2. Op expliciete vraag van een niet-beherende gemeente kan de beherende gemeente bijkomend niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel voor toezicht aanstellen dat wordt tewerkgesteld in de vestigingsplaats(en) van deze niet-beherende gemeente en onder leiding staat van de directeurs van de Academies.
§3. De kosten voor het inzetten van niet-gesubsidieerd personeel worden doorgerekend aan de betreffende niet-beherende gemeente op basis van de werkelijke kost.
Titel 5: Financieel beheer en controle
Art. 14 budget
§1. Het beheerscomité maakt jaarlijks een ontwerpbudget op van de Interlokale Vereniging voor het volgende begrotingsjaar. Deze raming wordt ter goedkeuring aan de deelnemende gemeentebesturen voorgelegd.
De financieel directeur van de beherende gemeente zal instaan voor o.m. het ontwerpbudget van de Interlokale Vereniging Academies Haspengouw, het financieel verslag, de registratie van de financiële verrichtingen, de verantwoording van de middelen zoals voorgeschreven door de subsidiërende overheid.
§2. De niet-beherende gemeenten nemen een bijdrage op in hun meerjarenplan gebaseerd op het ontwerpbudget van de interlokale vereniging.
§3. De niet-beherende gemeenten betalen in het begin van ieder werkingsjaar hun bijdrage aan de beherende gemeente. Op het einde van het werkingsjaar maakt de beherende gemeente voor elke niet-beherende gemeente de afrekening voor de personeelskosten zoals bepaald in artikel 13, §3. De beherende gemeente kan hierop in de loop van het werkingsjaar een voorschot vragen.
§4. De financiële inbreng aan de Interlokale Vereniging wordt beheerd door de beherende gemeente en uitsluitend aangewend voor de Interlokale Vereniging zoals bepaald in artikel 9, §2.
§5. De kosten voor de inrichting van de lokalen, de kosten voor het onderhoud, de verwarming, de verlichting en het gebruik van andere nutsvoorzieningen zoals bepaald in artikel 10, §1 en §2 worden rechtstreeks gedragen door de betreffende gemeente.
§ 6. De inkomsten uit de retributie bij de inschrijvingen wordt door de beherende gemeente uitsluitend aangewend voor de Interlokale Vereniging zoals bepaald in artikel 9, §2. Deze forfaitaire bijdrage dekt een aantal administratieve onkosten en vereenvoudigt het betalingsverkeer.
Art. 15 jaarrekening, jaarverslag en controle
§1. De financieel directeur van de beherende gemeente maakt de jaarrekening en de bijhorende verantwoordingsstukken over aan het beheerscomité en de deelnemende gemeenten uiterlijk binnen de zes maanden na afsluiting van het voorgaande werkingsjaar. Een werkingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
§2. Samen met de jaarrekening wordt aan de deelnemende gemeenten een jaarverslag ter beschikking gesteld.
§3. De jaarrekening is goedgekeurd door de gemeenteraad indien de gewone meerderheid ze goedkeurt. Indien de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen binnen de 90 dagen na de voorlegging, wordt de jaarrekening als goedgekeurd beschouwd.
§4. De jaarlijkse evaluatie in de gemeenteraden gebeurt ter gelegenheid van de bespreking van het jaarverslag.
§5. Elke deelnemende gemeente kan de boekhouding en de jaarrekening met betrekking tot de Interlokale Vereniging laten controleren door een door haar aangeduide natuurlijke persoon of rechtspersoon.
Art. 16 Bestemming van het resultaat
§1. Het eventueel positief resultaat van de rekening blijft in de vereniging en wordt aangewend voor de realisatie van de doelstelling van de vereniging.
§2. Het eventueel negatief resultaat van de rekening wordt gedragen door de beherende gemeente.
Titel 6: Praktische afspraken
Art. 17 Leiding personeel
De directeurs zijn de leidinggevende van zowel het gesubsidieerd als het niet-gesubsidieerd personeel dat ingezet wordt in de Academies met inbegrip van de vestigingsplaatsen.
Art. 18 Toezicht
De beherende gemeente staat in voor het toezicht in de vestigingsplaatsen gedurende de uren van openstelling en kan ten behoeve hiervan niet-gesubsidieerd personeel aanstellen conform de bepalingen van artikel 13.
Art. 19 Inschrijvingen
De inschrijving van leerlingen verlopen via de online inschrijfmodule en op de secretariaten van de hoofdvestigingsplaats van de Academies
Art. 20 Muziekinstrumenten
Muziekinstrumenten worden ter beschikking gesteld aan de leerlingen volgens het retributiereglement van de beherende gemeente. De beherende gemeente staat in voor de inning van de retributie bij de leerlingen.
Art. 21 Certificering
De certificering van de leerlingen van een vestigingsplaats gebeurt door de beherende gemeente onder de benaming van de Academies.
Art. 22
§1. Beeldende en audiovisuele kunsten: Ieder jaar zal in elke deelnemende gemeente ter gelegenheid van de uitreiking van de leerlingencertificaten een tentoonstelling van de werken van de leerlingen plaatsvinden samen met opendeurdagen. Elk deelnemend gemeentebestuur biedt bij de inrichting hiervan materiële en logistieke steun. Dit geldt eveneens voor de organisatie van extra-scolaire projecten zoals tentoonstellingen, voordrachten en projecten in samenwerking met andere Academies; voor alle activiteiten die de werking, de bekendheid en de uitstraling van de Academies promoten en voor de organisatie van pedagogische studiedagen en navormingssessies in samenwerking met de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) of met andere Academies.
§2. Muziek, Woordkunst-drama en Dans: Ieder jaar wordt in elke deelnemende gemeente ter gelegenheid van de uitreiking van de leerlingencertificaten een leerlingenconcert gehouden. In samenspraak met het betrokken gemeentebestuur wordt bovendien jaarlijks één concert of optreden gehouden waarbij alle domeinen worden betrokken. Elke deelnemend gemeentebestuur biedt bij de inrichting van deze audities de nodige materiële en logistieke steun. Ook voor de organisatie van pedagogische studiedagen en navormingssessies in samenwerking met de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en/of met andere Academies biedt elk deelnemend gemeentebestuur de nodige materiële en logistieke steun.
Titel 7: Veiligheid, preventie, welzijn
Art. 23 Diensten Preventie en Bescherming op het Werk
§1. De adviezen van de interne en/of externe diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk worden in eerste instantie geformuleerd aan het schoolbestuur. Indien de adviezen verband houden met en/of een weerslag hebben op de infrastructuur van een niet-beherende gemeente, worden deze verder besproken met de betreffende niet-beherende gemeente.
§2. De wettelijke opgelegde adviesverlening door de preventiedienst bij aankoop van materiaal wordt opgenomen door de preventiedienst van de beherende gemeente.
Art. 24 Globaal preventieplan en jaaractieplan
De uitwerking van een dynamisch risicobeheer wordt via een globaal preventieplan gekaderd. Dit plan wordt telkens voor een periode van vijf jaar door de beherende gemeente uitgewerkt voor de Interlokale Vereniging. Dit plan met de hieruit voortvloeiende jaaractieplannen worden via de interne preventiedienst van de beherende gemeente opgesteld, opgevolgd en geactualiseerd. De rapportering wordt gecommuniceerd met de personeelsleden en feedback vanuit het personeel wordt mee opgenomen.
Art. 25 Werkgroep welzijn op het werk
De werkgroep welzijn op het werk, waarin eveneens een vertegenwoordiging van de Interlokale Vereniging is opgenomen, zijnde de directeurs of hun vervangers, werken mee het preventiebeleid uit. Het verslag wordt overgemaakt aan de andere deelnemende gemeenten.
Art. 26 Controle gebouwen
§1. Elke deelnemende gemeente staat in voor de wettelijke keuringen van installaties en toestellen in haar lokalen die ter beschikking worden gesteld van de Interlokale Vereniging. Een inventaris en aansluitende rapportering van de te keuren toestellen wordt overgemaakt aan de preventiedienst van de beherende gemeente en aan de directies van de Academies.
§2. Periodiek (vijfjaarlijks) wordt in elke deelnemende gemeente een inspectie van de gebouwen verricht door de van de betreffende zone. De burgemeester van de deelnemende gemeente richt hiertoe het nodige verzoek. De verslaggeving en besluiten worden overgemaakt aan de preventiedienst van de beherende gemeente. De gebundelde resultaten worden voorgelegd aan het beheerscomité.
§3. De voorzitter van de Interlokale Vereniging legt bij de aanvang van ieder werkingsjaar een lijst voor aan de leden van het beheerscomité, met daarop de voor dat werkingsjaar voorziene keuringen en bijhorende vereiste attesten.
Art. 27 Rookverbod
Er geldt een absoluut en permanent verbod op het roken van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten. De deelnemende gemeenten brengen in hun vestigingsplaatsen rookverbodstekens aan conform de actuele regelgeving zodanig dat ieder die aanwezig is, er kennis van kan nemen. De deelnemende gemeenten doen het nodige om dit rookverbod eveneens te handhaven bij gebruik door derden van deze vestigingsplaatsen.
Titel 8: Vereffening
Art. 28 Vereffening
Wanneer aan het bestaan van de Interlokale Vereniging een einde komt, wordt door de deelnemende gemeenten in gezamenlijk akkoord de vereffening geregeld. De aan de vereniging toegekende middelen worden in voorkomend geval verdeeld over de deelnemende gemeenten overeenkomstig hun inbreng.
In voorkomend geval worden de schulden evenredig verdeeld over de deelnemende gemeenten a rato van hun inbreng.
Aldus opgemaakt te Sint-Truiden op datum in 9 exemplaren waarvan elk der voornoemde partijen erkent één exemplaar te hebben ontvangen.
Getekend door,
voorzitters van de gemeenteraad en de algemeen directeurs van de deelnemende gemeenten (zoals vooraan vermeld)
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op de beleidsbeslissing om de tarieven van alle gemeentelijke reglementen te indexeren;
Gelet op het feit dat het dienstencentrum huurtarieven heeft voor de ruimtes in het dienstencentrum enerzijds en drankprijzen anderzijds;
Gelet op het feit dat dit retributiereglement enkel de verhuur van de vergaderlokalen betreft.
Overwegende dat het cafetaria, de keuken en het vergaderlokaal in dienstencentrum De Cirkel kunnen gehuurd worden door derden;
Overwegende dat hiervoor een apart huurreglement bestaat;
Overwegende dat de huurtarieven niet meer zijn aangepast sinds 2013;
Overwegende het voorstel om de tarieven te indexeren met 35% en de nieuwe huurtarieven toe te passen vanaf 1 januari 2026;
Overwegende het voorstel om het reglement meteen sterk te vereenvoudigen:
REGLEMENT - VERHUUR LOKALEN – LOKAAL DIENSTENCENTRUM DE CIRKEL
I. Algemene bepalingen
Artikel 1.
De lokalen van het dienstencentrum kunnen gehuurd worden door bewoners van Herk-de-Stad en verenigingen actief in Herk-de-Stad. De aanvrager is minstens 18 jaar oud.
Artikel 2.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen reservatie van het centrum tijdens en buiten de openingsuren:
Het dienstencentrum is het ganse jaar toegankelijk op volgende dagen:
- maandag van 10u30 tot 17u
- dinsdag van 10u30 tot 17u
- woensdag van 10u30 tot 17u
- donderdag van 10u30 tot 17u
- vrijdag van 10u30 tot 17u
Het dienstencentrum is gesloten op zaterdag en zondag.
II. Reservatie van ruimten
Artikel 3.
§1. Tijdens de openingsuren kan het vergaderlokaal enkel gehuurd worden indien er op dat tijdstip geen eigen activiteit van het dienstencentrum plaatsvindt.
Tijdens de openingsuren kan het cafetaria en de keuken niet gehuurd worden.
§2. Buiten de openingsuren kan men het cafetaria, het vergaderlokaal en de keuken huren.
Artikel 4.
§1. Men dient op voorhand de reservatie aan te vragen. Dit kan telefonisch, schriftelijk of per email. Elke reservatie dient ten minste één week op voorhand aangevraagd te worden bij het secretariaat van het dienstencentrum.
§2. Voor iedere reservatie wordt een reservatieformulier ingevuld (verkrijgbaar op het secretariaat). De aanvrager ondertekent de aanvraag en geeft daarmee aan verantwoordelijk te zijn voor het goed verloop van de activiteit en de gebruiken van het dienstencentrum te respecteren.
§3. De aanvrager ontvangt uiterlijk drie dagen na de aanvraag een goedkeuring of een gemotiveerde weigering. Indien nodig kan de centrumleidster de aanvrager verplichten om extra organisatorische maatregelen te nemen.
III. Voorschriften voor het gebruik
Artikel 5.
De verantwoordelijke verbindt zich ertoe om de ruimte in de oorspronkelijke staat achter te laten. Het lokaal moet worden opgeruimd en geborsteld.
Elke beschadiging wordt onmiddellijk gemeld.
Artikel 6.
De Cirkel is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen. De verantwoordelijke van de activiteit is verantwoordelijk voor de aangebrachte schade tijdens, na of ten gevolge van de activiteit die door hem georganiseerd werd.
Artikel 7.
Afname van drank via het dienstencentrum is verplicht en wordt gefactureerd volgens de tarieven die op dat moment van toepassing zijn in De Cirkel.
Het gebruik van de tapinstallatie en koffiemachine is enkel mogelijk wanneer er een personeelslid van het dienstencentrum aanwezig is op de activiteit.
Artikel 8.
De verhuring van de diverse ruimten in het dienstencentrum gebeurt op basis van navolgende dagdelen:
- dagdeel 1 : van 08u30 tot 12u30
- dagdeel 2 : van 12u30 tot 16u30
- dagdeel 3 : van 18u30 tot 22u30
De huurprijs van het cafetaria bedraagt 10 euro per dagdeel.
De huurprijs van het vergaderlokaal bedraagt 6,50 euro per dagdeel.
De huurprijs van de keuken bedraagt 6,50 euro per dagdeel.
De betalingen van huur en drankverbruik gebeuren per overschrijving na ontvangst van de factuur van het gemeentebestuur.
Artikel 9.
Indien er inbreuken worden vastgesteld tegen dit huurreglement zal dit gemeld worden aan het college van burgemeester en schepenen dat desgevallend kan beslissen de gebruiker uit te sluiten van het recht om lokalen van het dienstencentrum te huren.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40+41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Toepasselijke wetgeving:
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 15 april 2013 waarbij het aangepaste gebruikers- en retributiereglement voor het stedelijk dienstencentrum De Cirkel is goedgekeurd.
Overwegende het voorstel om de huidige huurtarieven te indexeren met 35%, wat volgende resultaat geeft:
cafetaria: 7,5 euro + indexatie = 10 euro
keuken: 5 euro + indexatie = 6,5 euro
vergaderlokaal: 5 euro + indexatie = 6,5 euro
Artikel 1.
Het aangepaste vereenvoudigde huurreglement van dienstencentrum De Cirkel goed te keuren:
REGLEMENT - VERHUUR LOKALEN – LOKAAL DIENSTENCENTRUM DE CIRKEL
I. Algemene bepalingen
Artikel 1.
De lokalen van het dienstencentrum kunnen gehuurd worden door bewoners van Herk-de-Stad en verenigingen actief in Herk-de-Stad. De aanvrager is minstens 18 jaar oud.
Artikel 2.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen reservatie van het centrum tijdens en buiten de openingsuren:
Het dienstencentrum is het ganse jaar toegankelijk op volgende dagen:
- maandag van 10u30 tot 17u
- dinsdag van 10u30 tot 17u
- woensdag van 10u30 tot 17u
- donderdag van 10u30 tot 17u
- vrijdag van 10u30 tot 17u
Het dienstencentrum is gesloten op zaterdag en zondag.
II. Reservatie van ruimten
Artikel 3.
§1. Tijdens de openingsuren kan het vergaderlokaal enkel gehuurd worden indien er op dat tijdstip geen eigen activiteit van het dienstencentrum plaatsvindt.
Tijdens de openingsuren kan het cafetaria en de keuken niet gehuurd worden.
§2. Buiten de openingsuren kan men het cafetaria, het vergaderlokaal en de keuken huren.
Artikel 4.
§1. Men dient op voorhand de reservatie aan te vragen. Dit kan telefonisch, schriftelijk of per email. Elke reservatie dient ten minste één week op voorhand aangevraagd te worden bij het secretariaat van het dienstencentrum.
§2. Voor iedere reservatie wordt een reservatieformulier ingevuld (verkrijgbaar op het secretariaat). De aanvrager ondertekent de aanvraag en geeft daarmee aan verantwoordelijk te zijn voor het goed verloop van de activiteit en de gebruiken van het dienstencentrum te respecteren.
§3. De aanvrager ontvangt uiterlijk drie dagen na de aanvraag een goedkeuring of een gemotiveerde weigering. Indien nodig kan de centrumleidster de aanvrager verplichten om extra organisatorische maatregelen te nemen.
III. Voorschriften voor het gebruik
Artikel 5.
De verantwoordelijke verbindt zich ertoe om de ruimte in de oorspronkelijke staat achter te laten. Het lokaal moet worden opgeruimd en geborsteld.
Elke beschadiging wordt onmiddellijk gemeld.
Artikel 6.
De Cirkel is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen. De verantwoordelijke van de activiteit is verantwoordelijk voor de aangebrachte schade tijdens, na of ten gevolge van de activiteit die door hem georganiseerd werd.
Artikel 7.
Afname van drank via het dienstencentrum is verplicht en wordt gefactureerd volgens de tarieven die op dat moment van toepassing zijn in De Cirkel.
Het gebruik van de tapinstallatie en koffiemachine is enkel mogelijk wanneer er een personeelslid van het dienstencentrum aanwezig is op de activiteit.
Artikel 8.
De verhuring van de diverse ruimten in het dienstencentrum gebeurt op basis van navolgende dagdelen:
- dagdeel 1 : van 08u30 tot 12u30
- dagdeel 2 : van 12u30 tot 16u30
- dagdeel 3 : van 18u30 tot 22u30
De huurprijs van het cafetaria bedraagt 10 euro per dagdeel.
De huurprijs van het vergaderlokaal bedraagt 6,50 euro per dagdeel.
De huurprijs van de keuken bedraagt 6,50 euro per dagdeel.
De betalingen van huur en drankverbruik gebeuren per overschrijving na ontvangst van de factuur van het gemeentebestuur.
Artikel 9.
Indien er inbreuken worden vastgesteld tegen dit huurreglement zal dit gemeld worden aan het college van burgemeester en schepenen dat desgevallend kan beslissen de gebruiker uit te sluiten van het recht om lokalen van het dienstencentrum te huren.
Artikel 2.
Dit nieuwe huurreglement vervangt vanaf 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2028 het bestaande huurreglement.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt bezorgd aan dienstencentrum De Cirkel.
Gelet op het voorstel om de huurtarieven voor gemeenschapscentrum De Markthallen te indexeren;
Gelet dat de huurtarieven deel uitmaken van het gebruikersreglement;
Gelet op het voorstel dat er een evaluatie en indien nodig aanpassing van het gebruikersreglement is gepland voor 2026;
Gelet op het voorstel om nu enkel de aanpassing van de huurtarieven goed te keuren.
Overwegende het voorstel om de huurprijzen, die niet meer zijn aangepast sinds 2013, te indexeren met 35%;
Overwegende het voorstel om de nieuwe huurtarieven toe te passen vanaf 1 september 2026 = de start van het nieuwe culturele werkjaar.
Bevoegdheidsgrond
Gelet op artikel 40+41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Toepasselijke wetgeving
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2013 waarbij het huurreglement voor De Markthallen is goedgekeurd. Concreet:
- artikel 10.1 - huurprijzen voor de lokalen 11-12-13-14 en 21
- artikel 11.3 - huurprijzen tentoonstellingsruimte
- artikel 12.16 - huurprijzen polyvalente zaal
- artikel 12.17 - huurprijzen techniek (PZ)
Overwegende het voorstel om de huidige huurtarieven te indexeren, wat volgende resultaat geeft:
voor de lokalen:
| Huurder |
Lokaal 12-13 Nu |
Lokaal 12-13 Vanaf 1/9/2026 |
Lokaal 14-21 Nu |
Lokaal 14-21 Vanaf 1/9/2026 |
Lokaal 11 Nu |
Lokaal 11 Vanaf 1/9/2026 |
TT ruimte Nu |
TT ruimte Vanaf 1/9/2026 |
| H1 Herkse vereniging |
€ 3,5 |
€ 5 |
€ 6,5 |
€ 9 |
€ 12 |
€ 17 |
€ 30 |
€ 41 |
| H2 Niet-Herkse vereniging of Herks privé |
€ 15 |
€ 21 |
€ 20 |
€ 27 |
€ 60 |
€ 81 |
€ 80 |
€ 108 |
| H3 Niet-Herks privé of commercieel |
€ 25 |
€ 34 |
€ 30 |
€ 41 |
€ 120 |
€ 162 |
€ 145 |
€ 196 |
Voor de tentoonstellingsruimte:
| Huurder tentoonstellingsruimte 3 weken |
Huurprijs Nu |
Huurprijs Vanaf 1/9/2026 |
| H1 Herkse vereniging |
€ 140 |
€ 189 |
| H2 Niet-Herkse vereniging of Herks privé |
€ 275 |
€ 372 |
| H3 Niet-Herks privé of commercieel |
€ 400 |
€ 540 |
Voor de polyvalente zaal:
| Gebruik van PVZ |
Herkse vereniging Nu |
Herkse vereniging Vanaf 1/9/2026 |
Niet-Herkse vereniging Nu |
Niet-Herkse vereniging Vanaf 1/9/2026 |
Privé niet-Herks of commercieel Nu |
Privé niet-Herks of commercieel Vanaf 1/9/2026 |
Poetstarief Nu |
Poetstarief Vanaf 1/9/2026 |
| Zaal + toog |
€ 34,50 |
€ 47 |
€ 201,25 |
€ 272 |
€ 402,5 |
€ 544 |
€ 25 |
€ 34 |
| Keuken |
€ 14,37 |
€ 20 |
€ 28,75 |
€ 39 |
€ 86,25 |
€ 117 |
€ 12,50 |
€ 17 |
| Repetitie |
€ 10 |
€ 13,5 |
€ 25 |
€ 34 |
€ 50 |
€ 68 |
|
|
| Grote kleedkamer |
Gratis |
Gratis
|
€ 10 |
€ 13,5 |
€ 10 |
€ 13,5 |
€ 5 |
€ 7 |
| Kleine kleedkamer |
Gratis |
Gratis |
€ 5 |
€ 7 |
€ 5 |
€ 7 |
€ 2,5 |
€ 4 |
| Kleine Techniek |
€ 40 |
€ 54 |
€ 80 |
€ 108 |
€ 160 |
€ 216 |
|
|
| Grote techniek |
€ 80 |
€ 108 |
€ 175 |
€ 237 |
€ 250 |
€ 338 |
|
|
Artikel 1.
Er wordt aan de gemeenteraad gevraagd om akkoord te gaan met de aanpassing van de huurtarieven van het gebruikersreglement van De Markthallen voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 december 2028 als volgt:
§1. De huurprijzen van De Markthallen te indexeren, naar boven af te ronden en onderstaande nieuwe huurprijzen toe te passen vanaf 1 september 2026.
§2. De onderstaande aanpaste artikels 10.1, 11.3, 12.16 en 12.17 goed te keuren en op die manier aan te passen in het gebruikersreglement van De Markthallen:
artikel 10.1.
| Huurder |
Lokaal 12-13
|
Lokaal 14-21
|
Lokaal 11
|
TT ruimte |
| H1 Herkse vereniging |
€ 5 |
€ 9 |
€ 17 |
€ 41 |
| H2 Niet-Herkse vereniging of Herks privé |
€ 21 |
€ 27 |
€ 81 |
€ 108 |
| H3 Niet-Herks privé of commercieel |
€ 34 |
€ 41 |
€ 162 |
€ 196 |
artikel 11.3.
| Huurder tentoonstellingsruimte 3 weken |
Huurprijs
|
| H1 Herkse vereniging |
€ 189 |
| H2 Niet-Herkse vereniging of Herks privé |
€ 372 |
| H3 Niet-Herks privé of commercieel |
€ 540 |
artikel 12.16.
| Gebruik van PVZ |
Herkse vereniging
|
Niet-Herkse vereniging
|
Privé niet-Herks of commercieel |
Poetstarief
|
| Zaal + toog |
€ 47 |
€ 272 |
€ 544 |
€ 34 |
| Keuken |
€ 20 |
€ 39 |
€ 117 |
€ 17 |
| Repetitie |
€ 13,5 |
€ 34 |
€ 68 |
|
| Grote kleedkamer |
Gratis
|
€ 13,5 |
€ 13,5 |
€ 7 |
| Kleine kleedkamer |
Gratis |
€ 7 |
€ 7 |
€ 4 |
artikel 12.17.
| Kleine Techniek |
€ 54 |
€ 108 |
€ 216 |
| Grote techniek |
€ 108 |
€ 237 |
€ 338 |
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 t.e.m. 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt bezorgd aan dienst cultuur/jeugd.
Gelet op de overdracht door de stad aan het AGB van de publieke delen van de sporthal dd. 26 september 2013;
Gelet dat de scholengemeenschap mee instaat voor het beleid van het sportcentrum;
Gelet dat het gebruik van de grote sporthal van het sportcomplex Herkules tijdens de schooluren voorbehouden is aan de school;
Gelet dat dit gebruik door de school buiten het toepassingsgebied van het voorliggende retributiereglement valt, gezien dit gebruik gebaseerd is op een publiek-publieke samenwerkingsovereenkomst met de school waarin de bouwfinanciering werd geënt op dit gedeeld gebruik;
Gelet op de beheersovereenkomst 2020-2026 tussen de stad Herk-de-Stad en het autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid (AGB) Herk-de-Stad, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in haar zitting van 9 maart 2020, beheersovereenkomst welke intussen stilzwijgend werd verlengd;
Overwegende dat de sportdienst tijdens de verhuur van de accommodatie belast is met het toezicht en de controle;
Gelet dat de stad, gezien haar sociaal-maatschappelijke functie, wenst dat de gebruikers van de sporthal dit kunnen doen aan een beperkt tarief en hierdoor, middels prijssubsidie, tussenkomt in de kostprijs;
Gelet dat de huidige tarieven voor gebruik van de sporthal nog voortkomen uit het retributiereglement vastgesteld door de gemeenteraad van 12 december 2022.
Overwegende dat sinds de aanpassing van de tarieven aan de gestegen levensduurte de index opnieuw gestegen is met 6%;
Overwegende het oorspronkelijke voornemen om de tariefverhoging per 1 september 2026 ingang te laten vinden;
Overwegende dat de levensduurte voor de periode 2023 tot 2025 gestegen is met 6%;
Overwegende dat in voorliggende retributiereglement dan ook voorgesteld wordt om de tarieven met 6% te verhogen (afgerond op 5 cent);
Overwegende dat de niet geïndexeerde bedragen als volgt waren samengesteld:
| Accommodatie |
Jeugdwerking |
Herk-de-Stad |
Buiten gemeente |
| 1/3de grote sporthal |
1,55 EUR/u |
6.25 EUR/u |
12.50 EUR/u |
| 2/3de grote sporthal |
3.10 EUR/u |
12.50 EUR/u |
25.00 EUR/u |
| 3/3de grote sporthal |
4.65 EUR/u |
18.75 EUR/u |
37.50 EUR/u |
| Vergaderlokaal |
|
3.10 EUR/vergadering |
6.25 EUR/vergadering |
| Berging sporthal |
|
31.25 EUR/jaar |
|
| 1 Doucheruimte |
|
3.10 EUR/half uur (*) |
|
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40+41;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het gebruikersreglement publiek deel nieuw sportcomplex, Ursulinenstraat 1 te Herk-de-Stad, zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 november 2012;
Gelet op het retributiereglement gebruik sportaccommodatie zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 december 2022.
Overwegende dat het gaat om een huurprijs per uur, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld wordt.
Artikel 1.
Navolgend retributiereglement gebruik publiek deel sportcomplex Herkules, Ursulinenstraat 1 te Herk-de-Stad, goed te keuren.
Artikel 1. Doel
Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van het publiek deel van sportcomplex Herkules, Ursulinenstraat 1 te Herk-de-Stad. De publieke delen voor het gebruik waarvan een retributie wordt aangerekend zijn de sporthal, geheel of gedeeltelijk, de kleine sportzalen, de vergaderzaal, de douches.
Dit retributiereglement is niet van toepassing op het gebruik van de grote sporthal, deel van de publieke ruimtes, door de scholen die deel uitmaken van het vrije net in Herk-de-Stad (gegroepeerd onder de VZW KOHH).
Artikel 2. Definities
In dit retributiereglement worden de volgende gebruikerscategorieën gehanteerd:
- Gebruikers uit Herk-de-Stad:
De personen die gebruik wenst te maken van de sporthal
*natuurlijke personen wanneer ze hun domicilie hebben in Herk-de-Stad;
*feitelijke verenigingen: als de leden voor de helft +1 woonachtig zijn te Herk-de-Stad;
*rechtspersonen: de zetel is gevestigd in Herk-de-Stad
- Gebruikers buiten gemeente:
De personen die gebruik wensen te maken van de sporthal en niet gedomicilieerd zijn of de zetel niet gevestigd is in Herk-de-Stad;
Voor de feitelijke verenigingen waarvan minder dan de helft of gelijk aan de helft van de leden domicilie hebben in Herk-de-Stad;
- Gebruik in functie van jeugdwerking:
Onder jeugdwerking worden die verenigingen verstaan die een duidelijk gestructureerd jeugdbeleid voeren. Het verlaagd tarief wordt toegestaan voor de uren dat er effectief aan jeugdwerking wordt gedaan. Deze gebruikerscategorie is voorbehouden voor Herkse jeugdverenigingen, dit wil zeggen dat ofwel gevestigd zijn in Herk-de-Stad dan wel voor meer dan de helft bestaan uit leden gedomicilieerd in Herk-de-Stad;
Artikel 3. Retributie
Voor het gebruik van het publiek deel van sportcomplex Herkules, met uitzondering van het gebruik door de school van de grote sporthal tijdens de schooluren, gelden de volgende tarieven:
Tarieven gebruiker (inclusief BTW):
| Accommodatie |
Jeugdwerking |
Herk-de-Stad |
Buiten gemeente |
| 1/3de grote sporthal |
1,65 EUR/u |
6.65 EUR/u |
13.25 EUR/u |
| 2/3de grote sporthal |
3.30 EUR/u |
13.25 EUR/u |
27.50 EUR/u |
| 3/3de grote sporthal |
4.95 EUR/u |
19.90 EUR/u |
39.75 EUR/u |
| Vergaderlokaal |
|
3.30 EUR/vergadering |
6.65 EUR/vergadering |
| Berging sporthal |
|
33.15 EUR/jaar |
|
| 1 Doucheruimte |
|
3.30 EUR/half uur (*) |
|
(*) zonder gebruik van accommodatie
Voor het gebruik van de kleine sportzalen in het publiek deel van het sportcomplex Herkules wordt het tarief gelijkgesteld aan het tarief voor het gebruik van 1/3de grote sporthal.
Artikel 4.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de accommodatie die de ruimte reserveert.
Artikel 5.
Artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Bij betwisting over de invordering van de retributie kunnen partijen zich tot de burgerlijke rechtbank wenden.
Artikel 2.
Dit retributiereglement vervangt het retributiereglement van 12 december 2022 inzake het gebruik van het publiek deel sportcomplex Herkules, Ursulinenstraat 1, Herk-de-Stad en treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tem 31 december 2028.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid, de dienst sport en de dienst financiën.
Gelet op het feit dat de Vlaamse Gemeenschap de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten (besteknr. 2022/HFB/MPMO/96984) op 25 augustus 2022 in het Bulletin der Aanbestedingen en op 30 augustus 2022 in het Publicatieblad van de Europese Unie publiceerde.
Bij Beslissing van de Vlaamse Regering d.d. 30 juni 2023 werd:
Bij Beslissing van de Vlaamse Regering d.d. 14 juli 2023 werd:
Gelet op het feit dat de Vlaamse Gemeenschap per perceel met de gekozen dienstverlener een overeenkomst sloot (de Uitvoeringsovereenkomst), waar in punt (E) van de aanhef vermeld wordt dat de Vlaamse Gemeenschap optreedt als aankoopcentrale ten aanzien van de bestellers uit het vooropgestelde klantenbereik. Dit klantenbereik strekt zich uit tot de lokale overheden die gesitueerd zijn in het Vlaamse gewest, met name:
15.1. de gemeenten, incl. de politiezones, zowel ééngemeentezones als meergemeentezones;
15.2. de hulpverleningszones;
15.3. de districten;
15.4. de provincies;
15.5. de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
15.6. de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.7. de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.8. de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15.9. de verzelfstandigde agentschappen die opgericht zijn door een provincie of een gemeente;
15.10. de polders en de wateringen;
Gelet op het feit dat om te kunnen gebruik maken van deze Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten, dient een lokale overheid toe te treden, door middel van een ondertekende Toetredings-overeenkomst die bezorgd wordt aan de dienstverlener van het perceel waartoe de lokale overheid wenst toe treden.
Overwegende dat het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van deze door de aankoopcentrale aangeboden raamovereenkomst(en) om volgende redenen:
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 artikel 40-41 (GR)
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en latere wijzigingen;
Gelet op het Koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren en latere wijzigingen;
Gelet op het Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en latere wijzigingen;
Gelet op de contractuele documenten van de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten.
Overwegende dat de toetreding tot de raamovereenkomst gratis is.
Artikel 1.
De gemeenteraad besluit toe te treden tot de volgende percelen van de Raamovereenkomsten voor Telecommunicatiediensten (besteknr. 2022/HFB/MPMO/96984):
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing en een ondertekende toetredingsovereenkomst ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- Telenet BV voor perceel 1 en 3
- Orange Belgium NV voor perceel 2
Gelet op het reglement betreffende de inventarisatie van en de heffing op leegstaande woningen en/of gebouwen en/of kamers, goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 december 2020.
Overwegende dat het Vlaamse Gewest met ingang van aanslagjaar 2017 aan de gemeenten een strategisch kader met hoofdlijnen biedt om een leegstandsregister op te maken en verder een grote autonomie geeft om een eigen beleid te voeren;
Overwegende dat de langdurige leegstand van gebouwen en woningen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden;
Overwegende de nieuwe subsidieaanvraag IGS 5.0 voor de projectperiode van 2026 tot 2031 met als functie het woonbeleid te faciliteren in de gemeenten Herk-de-Stad, Lummen en Halen;
Overwegende dat het Besluit Vlaamse Wooncode van 2021 de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;
Overwegende dat de strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen onder meer een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting;
Overwegende de vrijstellingen van registratie en/of belasting die in dit reglement zijn opgenomen, omdat die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente;
Overwegende dat het huidige reglement afloopt op 31 december 2025;
Overwegende dat er in het ontwerp van reglement een materiële vergissing is geslopen en dat de gemeenteraad gevraagd wordt over te gaan tot het schrappen van punt E getuigenverklaringen in artikel 2.3;
Overwegende dat de leden van de gemeenteraad geen bezwaar hebben tegen de aanpassing van dit artikel en er dus een unanieme goedkeuring is voor deze aanpassing alvorens over te gaan tot de stemming over het aangepaste reglement;
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen;
Gelet op artikel 3.9. van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan onderstaand reglement betreffende de inventarisatie van en de heffing op leegstaande woningen en/of gebouwen en/of kamers:
Reglement betreffende de inventarisatie van en de heffing op leegstaande woningen en/of gebouwen en/of kamers voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 1. Begripsomschrijving
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de algemene definities van het artikel 1.2 eerste lid van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1. Administratie:
De gemeentelijke administratieve eenheid of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente draagt de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister over aan IGS Wonen in West-Limburg. Wonen in West-Limburg fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid. Het college van burgemeester en schepenen duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. De intergemeentelijke administratieve eenheid voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
2. Administratieve akte:
Akte die door de administratie wordt opgesteld bij vaststelling van leegstand. De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister;
3. Bedrijfsruimte:
De verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en waar een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren;
4. Beroepsinstantie:
Het college van burgemeester en schepenen;
5. Beveiligde zending:
Eén van de hiernavolgende betekeningswijze:
6. Entiteit:
Gebouw, woning, kamer of ruimte met een niet woonfunctie;
7. Gebouw:
Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
8. Inventarisatiedatum:
De datum waarop het gebouw, de woning of de kamer voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of zolang het gebouw, de woning of de kamer niet uit de inventaris is geschrapt, het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving op de inventaris;
9. Kamer:
Woongelegenheid waarin één of meer van de volgende voorzieningen ontbreken: toilet, bad of douche, kookgelegenheid en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de kamer deel uitmaakt;
10. Leegstaand gebouw:
11. Leegstaande kamer:
Een kamer die gedurende tenminste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie of elke andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de kamer met zich meebrengt zoals bepaald door de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
12. Leegstaande woning:
13. Leegstandsregister:
De gemeente houdt een leegstandsregister bij op grond van de artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
14. Onafgewerkte woning of gebouw:
Een woning of gebouw waarvan de werken zijn aangevat overeenkomstig artikel 4.6.2 §1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
15. Ramp:
Een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de zakelijk gerechtigde en waardoor de schade dermate is dat het gebruik onmogelijk is, bv. brand, gasontploffing, blikseminslag…;
16. Renovatie:
De werkzaamheden, vermeld in Art. 1.3 §1 41° Vlaamse Codex Wonen 2021, alsmede sloopwerkzaamheden gevolgd door vervangingsbouw;
17. Renovatienota:
Een gedateerde en ondertekende nota, die door de administratie wordt goedgekeurd en die bestaat uit:
18. Tweede verblijf:
Elke private constructie die voor de eigenaar, de huurder of de gebruiker ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar op elk ogenblik door hen voor bewoning of verblijf kan gebruikt worden en waarvoor de zakelijk gerechtigde kan aantonen dat de woning als tweede verblijf gebruikt wordt door bijvoorbeeld het voorleggen van bewijs van verbruik van nutsvoorzieningen, ongeacht of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen en buitenverblijven, optrekjes, chalets, wooncaravans of andere verblijfplaatsen. Dit impliceert dat het betrokken verblijf beantwoordt aan alle elementaire vereisten voor hedendaags comfort.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd:
19. Verjaardag:
Het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de inventarisatiedatum, zolang het gebouw of de woning of de kamer niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
20. Woning:
Een goed, vermeld in Art. 1.3. §1 66° Vlaamse Codex Wonen 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande);
21. Zakelijk gerechtigde:
De houder van een van volgende zakelijke rechten:
HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN LEEGSTAANDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Art. 2. Inventaris
2.1. Opmaak inventaris
§1. De administratie maakt een gemeentelijk leegstandsregister op, samengesteld uit een inventaris leegstaande woningen, een inventaris leegstaande gebouwen en een inventaris leegstaande kamers.
§2. Een leegstaand gebouw, een leegstaande woning of een leegstaande kamer wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een fotodossier en een beschrijvend verslag, met vermelding van de elementen die de leegstand staven, gevoegd worden. De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
§3. Een woning, gebouw of kamer die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister. Een woning, gebouw of kamer die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan wel opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.
2.2. Inventarisatiedatum
De datum van de aanzegging van de administratieve akte geldt als datum van vaststelling van de leegstand en als inventarisatiedatum.
2.3. Vaststelling van de leegstand
§1. De leegstand / onafgewerktheid wordt beoordeeld op basis van drie of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
§2. Alle elementen die de leegstand staven worden opgenomen in het technisch verslag tot vaststelling van de leegstand en gevoegd bij de administratieve akte vermeld onder artikel 2.1 §2 van dit reglement. Ondanks inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning, kan leegstand worden vastgesteld aan de hand van de indicaties hierboven beschreven. Als uit de feitelijke indicaties niet onmiddellijk vastgesteld kan worden dat de leegstand al minimaal twaalf opeenvolgende maanden aanhoudt, voert de administratie een tweede controle uit.
§3. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste administratie bezit de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 en verdere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Zij stellen leegstand vast aan de hand van een administratieve akte tot vaststelling van leegstand en het technisch verslag van leegstand.
§4. Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden per beveiligde zending in kennis gesteld van de opname in het leegstandsregister middels een administratieve akte en een begeleidend schrijven. De beveiligde zending wordt geadresseerd aan de woonplaats of, indien de woonplaats niet bekend is, aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht. De administratie put hierbij alle mogelijke instrumenten uit bij de bepaling van de woonplaats van de houder van het zakelijke recht, die haar redelijkerwijze ter beschikking staan.
De kennisgeving bevat:
2.4. Betwistingen opname in het leegstandsregister
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 2.3.§4, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken pand gelegen is, beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het college van burgemeester en schepenen dient een niet-bindend advies te vragen aan de administratie met het oog op de behandeling van het beroepschrift.
Op straffe van nietigheid moet het beroepschrift:
Als het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.
§2. Wanneer de vaststelling niet of niet tijdig wordt betwist of de zakelijk gerechtigde er niet in slaagt het tegenbewijs te leveren binnen de gestelde termijn, neemt de administratie het gebouw en/of de woning en/of de kamer op in de inventaris op de datum van de administratieve akte.
§3. De beroepsinstantie registreert elk inkomend beroepschrift in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.
De beroepsinstantie toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
Als de beroepsinstantie vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een met opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belast personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het beroepschrift.
§6. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw, de woning of de kamer in het leegstandsregister op vanaf de opnamedatum datum van de aanzegging van de administratieve akte.
2.5. Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Schrappingsgronden:
§2. Procedure:
§3. Beroepsmogelijkheid tegen beslissing tot weigering van schrapping:
HOOFDSTUK 3. BELASTINGREGLEMENT
Art. 3. Belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 jaarlijks een gemeentebelasting gevestigd op entiteiten die voorkomen op de gemeentelijke inventaris zoals bedoeld in artikel 2.1§1 van dit reglement.
Art. 4. Belastingplichtige
4.1. Identificatie belastingplichtige
§1. Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een entiteit op het ogenblik van de opname in de in artikel 2.1.§1 bedoelde inventaris:
In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte van de overdracht.
Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder. In geval van vruchtgebruik, is de vruchtgebruiker belastingplichtig. In geval van recht van bewoning is de rechthebbende belastingplichtig.
§2. Zolang de entiteit niet is geschrapt uit de inventaris, wordt de houder van een zakelijk recht, bedoeld in §1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe belasting beschouwd.
§3. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
4.2. Overdracht van zakelijk recht
§1. In geval van overdracht van het zakelijk recht, zoals bedoeld in artikel 4.1.§1, stelt overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan, voorafgaand aan de overdracht er van in kennis dat het gebouw en/of woning in het leegstandsregister is opgenomen.
§2. De overdrager is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte over te maken aan de administratie. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
§3. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van artikel 4.1 §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Art. 5. Berekening van de belasting
§1. De belasting voor een leegstaande entiteit is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die entiteit gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§2. Het bedrag van de eerste belasting bedraagt:
§3. Het belastingbedrag van de daaropvolgende jaren is gelijk aan het resultaat van de volgende formule: Het bedrag van de eerste belasting vermenigvuldigd met x, waarbij x gelijk is aan het aantal periodes van 12 maanden dat de entiteit zonder onderbreking opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister. x mag niet meer bedragen dan 4.
§4. Behoudens eventuele vrijstelling zijn derhalve volgende heffingen van toepassing op leegstaande woningen en gebouwen:
De volgende heffingen zijn van toepassing op leegstaande kamers:
Art. 6. Vrijstellingen
§1. De aanvraag voor vrijstelling van belasting dient, op straffe van verval, met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan de administratie te worden bezorgd. De zakelijk gerechtigde, zoals bedoeld in artikel 4§1, die gebruik wenst te maken van een vrijstelling, zoals hierna beschreven, moet zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
Wordt vrijgesteld van belasting:
A. Persoonsgebonden vrijstellingen:
1° Verblijf in ouderenvoorziening
De belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, en de mede-eigenaren. Het bewijs van langdurig verblijf moet geleverd worden door de erkende ouderenvoorziening. En bij uitbreiding: de belastingplichtige die langdurig bij één van zijn verwanten of naasten verblijft en daar wordt opgevangen. Deze vrijstelling kan enkel worden aangevraagd voor de woning waar de belastingplichtige zijn laatste hoofdverblijfplaats had tot op de dag van opname in de ouderenvoorziening.
De vrijstelling geldt voor een periode van 2 heffingsjaren vanaf inventarisatiedatum en is van toepassing op alle belastingplichtigen en kan éénmalig verlengd worden met een periode voor 2 heffingsjaren;
2° Verblijf in instelling
De belastingplichtige die voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling of in een ziekenhuis of revalidatiecentrum, en de mede-eigenaren. Het bewijs van langdurig verblijf moet geleverd worden door de instelling, het ziekenhuis of het revalidatiecentrum waar de belastingplichtige verblijft. Deze vrijstelling kan enkel worden aangevraagd voor de woning waar de belastingplichtige zijn laatste hoofdverblijfplaats had tot op de dag van opname in de psychiatrische instelling, ziekenhuis of revalidatiecentrum.
De vrijstelling geldt voor een periode van maximum 2 heffingsjaren vanaf de inventarisatiedatum en is van toepassing op alle belastingplichtigen;
3° Eigendomsoverdracht
De vrijstelling van de leegstandsheffing geldt uitsluitend voor nieuwe eigenaars. Alleen natuurlijke -en rechtspersonen, die een woning, gebouw of kamer hebben verworven nadat het pand al op het register stond, komen in aanmerking. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan;
De vrijstelling geldt slechts voor het eerste heffingsjaar dat volgt na het verkrijgen van het zakelijk recht. De datum van de feitelijke eigendomsoverdracht is hierbij bepalend (geregeld via authentieke akte of via een verkoopovereenkomst die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt);
4° Beperkt / niet handelingsbekwaam, verlengde minderjarigheid
De belastingplichtige die beperkt of niet handelingsbekwaam is ingevolge een gerechtelijke beslissing of die verlengd minderjarig is. De gerechtelijke beslissing inzake de beperking van de handelingsbekwaamheid moet worden voorgelegd als bewijsstuk aan de administratie.
De vrijstelling geldt voor een periode van maximum 2 heffingsjaren vanaf de inventarisatiedatum;
B. Gebouwgebonden vrijstellingen:
5° Stabiliteitswerken, sloopwerkzaamheden
Indien de stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden vergunningsplichtig zijn kan de administratie een vrijstelling toekennen indien de belastingplichtige een definitief uitvoerbare omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden voorlegt. De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar vanaf de datum van toekenning van de definitief uitvoerbare omgevingsvergunning.
Indien sloopwerkzaamheden niet vergunningsplichtig zijn dient de belastingplichtige een vrijstelling wegens sloop aan te vragen op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie. De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar vanaf datum goedkeuring vrijstelling wegens sloop.Het is de plicht van de belastingplichtige om de administratie bewijzen van uitvoering werken of sloop te bezorgen.
6° Omgevingsvergunning
De belastingplichtige die een definitief uitvoerbare omgevingsvergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Als de belastingplichtige binnen de termijn van twee maanden na kennisgeving van de administratieve akte een niet-vervallen definitief uitvoerbare omgevingsvergunning voorlegt die dateert van vóór de vaststelling van leegstand, dan gaat de vrijstelling in op de datum van de vaststelling van de leegstand.
De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar te rekenen vanaf de datum van toekenning van de definitief uitvoerbare omgevingsvergunning . Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de zakelijk gerechtigde maximaal 3 keer een verlenging van vrijstelling verkrijgen, telkens voor één heffingsjaar . Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden vóór het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraag.
Indien een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning en/of gebouw, wordt de toekenning van een verlenging geweigerd.
Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met 7°;
7° Renovatiewerken
De belastingplichtige die een renovatienota voorlegt zoals vermeld in artikel 1.1, punt 18 van onderhavig reglement. De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar te rekenen vanaf de datum van goedkeuring van de renovatienota. Als de belastingplichtige tijdens de termijn van twee maanden na de kennisgeving van de administratieve akte een renovatienota voorlegt waaruit o.m. blijkt dat de werkzaamheden al zijn aangevat vóór de vaststelling van de leegstand, dan gaat de vrijstelling in op de datum van de vaststelling van de leegstand. Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de zakelijk gerechtigde maximaal 3 keer een verlenging van vrijstelling verkrijgen, telkens voor één heffingsjaar . Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden vóór het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden aangevat of afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraag.
Indien een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning en/of gebouw, wordt de toekenning van een verlenging geweigerd.
Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met 6°;
8° Onvoorziene omstandigheden
Indien het gebouw of de woning:
9° Overmacht
Indien de belastingplichtige zich ten gevolge van een vreemde oorzaak en geheel buiten zijn eigen wil bevindt in een situatie van overmacht kan het college van burgemeester en schepenen een vrijstelling verlenen. Deze vrijstelling schort de werking van art. 5§3 op voor de duur van de verleende vrijstelling, zelfs indien ze wordt toegekend voor een situatie ontstaan na de verjaardag van de eerste inventarisatiedatum.
§2. Enkel de bovenstaande vrijstellingen geven recht op vrijstelling. Indien men nalaat om de vrijstelling aan te vragen volgens voorgaande voorwaarden vervalt het recht op vrijstelling voor dat heffingsjaar .
§3. De vrijstelling van de heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister: de anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling, wat betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister.
§4. De belastingplichtige die vrijgesteld werd, is er te allen tijde toe gehouden de woning of het gebouw normaal te onderhouden en niet te laten verkrotten.
Indien het college van burgemeester en schepenen vaststelt dat dit toch het geval is, brengt zij de belastingplichtige hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte. Indien deze hiervoor niet binnen een termijn van 30 dagen na betekening een door het college gegrond bevonden antwoord formuleert, vervalt de vrijstellingsgrond voor de nog resterende periode met ingang van de datum van het bovengenoemd aangetekend schrijven.
Art. 7. Toepassing van het belastingreglement
Er worden door het college van burgemeester en schepenen leden van de administratie aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Art. 8. Inkohiering
8.1. Procedure inkohiering
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het heffingsjaar .
Het kohier wordt overgezonden aan de met invordering belaste financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld op het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Als bijlage wordt een beknopte samenvatting gevoegd van onderhavig reglement.
8.2. Bezwaar tegen de belasting
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet:
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, vermeldt dit uitdrukkelijk in het bezwaarschrift. In voorkomend geval zal hij uitgenodigd worden op een hoorzitting. Het college van burgemeester en schepenen stuurt schriftelijk of via duurzame drager binnen vijftien kalenderdagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 10. Overgangsmaatregelen
Woningen en/of gebouwen die op de gemeentelijke inventaris werden opgenomen op basis van een voorgaand reglement, blijven opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister met behoud van oorspronkelijke inventarisatiedatum. De toegekende vrijstellingen blijven behouden. De leegstand moet niet opnieuw bewezen worden.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op de Vlaamse inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten;
Gelet op het bestrijden van die langdurige leegstand of verwaarlozing door het heffen van een belasting daarop;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Overwegende dat Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten in Vlaanderen worden opgenomen in een inventaris. Die inventaris wordt jaarlijks bijgewerkt. Wanneer een bedrijfsgebouw minstens 3 jaar in de inventaris staat, moet de eigenaar een leegstandsheffing betalen;
Overwegende dat de gemeente opcentiemen kan heffen bovenop de Vlaamse heffing.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur;
Gelet op artikel 170§4 van de Grondwet;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
Gelet op artikel 2.6.4.0 van De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Artikel 1.
Er worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 ten voordele van de gemeente Herk-de-Stad 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke belastingheffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsgebouwen.
Artikel 2.
De gemeente doet een beroep op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit wordt in toepassing van artikels 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de provinciegouverneur.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing wordt ter kennisgeving en uitvoering overgemaakt aan:
Gelet op het reglement betreffende de heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen opgenomen in de Vlaamse Inventaris van ongeschiktheid en onbewoonbaarheid, goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019.
Overwegende dat de kwaliteit van woningen op het grondgebied van de gemeente moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de gemeente te vrijwaren;
Overwegende dat het Besluit Vlaamse Wooncode van 2021 de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;
Overwegende de nieuwe subsidieaanvraag IGS 5.0 voor de projectperiode van 2026 tot 2031 met als functie het woonbeleid te faciliteren in de gemeenten Herk-de-Stad, Lummen en Halen;
Overwegende dat het verantwoord is dat de gemeente gebruik maakt van de bestaande gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen voor de vestiging van een eigen gemeentebelasting,
Overwegende dat vanaf aanslagjaar 2017 de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen niet wordt geheven in gemeenten met een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen, op voorwaarde dat de eigen gemeentelijke belasting beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 2.5.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit,
Overwegende dat het huidige reglement afloopt op 31 december 2025.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op Boek 3 deel 5 titel 2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op artikel 2.5.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan onderstaand reglement betreffende de heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen.
Reglement heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen opgenomen in de Vlaamse Inventaris van ongeschiktheid en onbewoonbaarheid voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALING
Art. 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1. Administratie:
De gemeentelijke administratieve eenheid of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het college van burgemeester en schepenen wordt belast om, in samenspraak met de Vlaamse overheid, in te staan voor de lokale bewaking van de kwaliteit van de woongelegenheden conform de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en de Nieuwe Gemeentewet en mee te werken met de Vlaamse overheid voor de opmaak van de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. De gemeente draagt deze taak over aan IGS Wonen in West-Limburg. Wonen in West-Limburg fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid.
2. Beveiligde zending:
één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
3. Gewestelijke Inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: een gewestelijke lijst van woningen en gebouwen die ongeschikt of onbewoonbaar verklaard zijn, zoals opgenomen in de Vlaamse Codex Wonen van 2021.;
4. Inventarisatiedatum: de datum waarop een woning in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen is opgenomen;
5. Kamer: Woongelegenheid waarin één of meer van de volgende voorzieningen ontbreken: toilet, bad of douche, kookgelegenheid en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de kamer deel uitmaakt;
6. Onbewoonbaar verklaarde woning: de woning die onbewoonbaar is verklaard, hetzij met toepassing van artikel 3.12, §1, of artikel 3.16, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, hetzij met toepassing van artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
7. Ongeschikt verklaarde woning: de woning die met toepassing van artikel 3.12, §1, of artikel 3.16, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 ongeschikt is verklaard;
8. Renovatienota: Een gedateerde en ondertekende nota, die door de administratie wordt goedgekeurd en die bestaat uit:
9. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
10. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
HOOFDSTUK 2. BELASTING OP ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN
Artikel 2. Belastingstermijn en belastbare grondslag
§1. Vanaf 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2028 wordt jaarlijks een gemeentebelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen bedoeld in de artikelen 3.19 tot en met 3.23 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021
§2. De belasting voor ongeschikte / onbewoonbare woningen is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in deze inventaris, of, voor woningen die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds op de inventaris waren opgenomen, bij de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.
Zolang de woning niet is geschrapt uit deze inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 3. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de ongeschikte of onbewoonbare woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4. Overdracht van zakelijk recht
§1. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan, voorafgaand aan de overdracht er van in kennis dat het goed is opgenomen in de inventaris.
§2. De overdrager is tevens verplicht om binnen de zeven dagen na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte over te maken aan de administratie. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
§3. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van artikel 3 paragraaf 1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 5. Tarief van de belasting
§1. Het bedrag van de eerste belasting wordt vastgesteld op:
§2. Het belastingbedrag van de daaropvolgende jaren is gelijk aan het resultaat van de volgende formule: Het bedrag van de eerste belasting vermenigvuldigd met x, waarbij x gelijk is aan het aantal periodes van 12 maanden dat de entiteit zonder onderbreking opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. x mag niet meer bedragen dan 4.
§3. Behoudens eventuele vrijstelling zijn derhalve volgende heffingen van toepassing op ongeschikt verklaarde kamers:
De volgende heffingen zijn van toepassing op elke andere woning:
§4. De woningen die voor de inwerkingtreding van het belastingreglement reeds werden opgenomen in de gewestelijke inventaris, blijven met behoud van de oorspronkelijke inventarisatiedatum belastingplichtig voor de toepassing van deze belastingvordering.
Art. 6. Vrijstellingen
§1. De aanvraag voor vrijstelling van belasting dient, op straffe van verval, met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan de administratie te worden bezorgd. De zakelijk gerechtigde, die gebruik wenst te maken van een vrijstelling, zoals hierna beschreven, moet zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
1° Eigendomsoverdracht
De vrijstelling van de heffing geldt uitsluitend voor nieuwe eigenaars. Alleen natuurlijke -en rechtspersonen, die een woning of kamer die opgenomen is op de inventaris van ongeschikt en onbewoonbare verklaarde woningen hebben verworven nadat het pand al op het register stond, komen in aanmerking. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan;
De vrijstelling geldt slechts voor het eerste heffingsjaar dat volgt na de overdracht. De datum van de feitelijke eigendomsoverdracht is hierbij bepalend (geregeld via authentieke akte of via een verkoopovereenkomst die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt);
2° Stabiliteitswerken, sloopwerkzaamheden
Indien de stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden vergunningsplichtig zijn kan de administratie een vrijstelling toekennen indien de belastingplichtige een omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden voorlegt. De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar vanaf de datum van toekenning van de omgevingsvergunning.
Indien sloopwerkzaamheden niet vergunningsplichtig zijn dient de belastingplichtige een vrijstelling wegens sloop aan te vragen op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie. De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar vanaf datum goedkeuring vrijstelling wegens sloop.
Het is de plicht van de belastingplichtige om de administratie bewijzen van uitvoering werken of sloop te bezorgen.
3° Omgevingsvergunning
De belastingplichtige die een omgevingsvergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar te rekenen vanaf de datum van toekenning van de omgevingsvergunning. Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de zakelijk gerechtigde maximaal 3 keer een verlenging van vrijstelling verkrijgen, telkens voor één heffingsjaar . Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraag.
Indien een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning, wordt de toekenning van een verlenging geweigerd. Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met 4°
4° Renovatiewerken aangetoond middels renovatienota
De belastingplichtige die een renovatienota voorlegt zoals bepaald in artikel 1, °8.
De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar te rekenen vanaf de datum van goedkeuring van de renovatienota.
Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de zakelijk gerechtigde maximaal 3 keer een verlenging van vrijstelling verkrijgen, telkens voor één heffingsjaar. Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden aangevat of afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraag.
Indien een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning, wordt de toekenning van een verlenging geweigerd. Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met 3°.
5° Overmacht
Er wordt wegens overmacht een vrijstelling van de belasting verleend aan de zakelijk gerechtigde die aantoont dat de woning opgenomen blijft in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen om redenen onafhankelijk van zijn wil. De vrijstelling geldt per heffingsjaar.
§2 Indien men nalaat om de vrijstelling aan te vragen volgens voorgaande voorwaarden vervalt het recht op vrijstelling voor dat heffingsjaar.
Art. 7. Inkohiering
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het heffingsjaar.
Het kohier wordt overgezonden aan de met invordering belaste financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld op het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Als bijlage wordt een beknopte samenvatting gevoegd van onderhavig reglement.
Artikel 8. Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. Bezwaar
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet:
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, vermeldt dit uitdrukkelijk in het bezwaarschrift. In voorkomend geval zal hij uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Het college van burgemeester en schepenen stuurt schriftelijk of via duurzame drager binnen vijftien kalenderdagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
De belastingschuldigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten enz. zolang de rekening van de gemeente van het aanslagjaar, waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Artikel 10. Toepasselijke regelgeving
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 11 Overgangsmaatregelen
Woningen die al opgenomen zijn in de Vlaamse Inventaris van ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen onder het voorgaande belastingreglement blijven opgenomen in deze inventaris. De toegekende vrijstellingen blijven behouden.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op het reglement betreffende de inventarisatie van en de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019.
Overwegende dat de Vlaamse decreetgever de bestrijding van verwaarlozing met ingang van aanslagjaar 2017 toevertrouwt aan de gemeenten, waarbij hij alleen nog de hoofdlijnen bepaalt en de gemeenten verder volledige beleidsvrijheid geeft in het registreren en eventueel belasten van verwaarloosde woningen en gebouwen;
Overwegende dat de verwaarlozing van gebouwen en woningen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestreden moet worden;
Overwegende dat het Besluit Vlaamse Wooncode van 2021 de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;
Overwegende de nieuwe subsidieaanvraag IGS 5.0 voor de projectperiode van 2026 tot 2031 met als functie het woonbeleid te faciliteren in de gemeenten Herk-de-Stad, Lummen en Halen;
Overwegende dat de strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen onder meer een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting;
Overwegende de vrijstellingen van registratie en/of belasting die in dit reglement zijn opgenomen, omdat die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente;
Overwegende dat het huidige reglement afloopt op 31 december 2025.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op de artikelen 2.15 tot en met 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan onderstaand reglement betreffende de inventarisatie van en de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen;
Reglement betreffende de inventarisatie van en de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALING
Art. 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1. Administratie:
de gemeentelijke administratieve eenheid of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De gemeente draagt de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen over aan IGS Wonen in West-Limburg. Wonen in West-Limburg fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid. Het college van burgemeester en schepenen duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden hebben. De intergemeentelijke administratieve eenheid voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
2. Beveiligde zending:
één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
3. Bezwaarinstantie, beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
5. Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: een gewestelijke lijst van woningen en gebouwen die ongeschikt of onbewoonbaar verklaard zijn, zoals opgenomen in de Vlaamse Codex Wonen van 2021
6. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement;
7. Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
8. Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 5 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;
9. Renovatienota: een gedateerde en ondertekende nota, die door de administratie wordt goedgekeurd en die bestaat uit:
10. Woning: een goed, vermeld in Art. 1.3. §1 66° Vlaamse Codex Wonen 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande);
11. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 2. Vaststelling van de verwaarlozing
De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste leden van de administratie, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten en van categorie III voor negen punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 9 punten. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
Artikel 3. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.
In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
§2. Woningen of gebouwen waarvoor een onderzoek werd uitgevoerd omdat er een vermoeden is van verwaarlozing, maar die minder dan 9 punten scoren worden gedocumenteerd maar niet opgenomen op het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 4. Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De datum van aanzegging van de administratieve akte geldt als datum van vaststelling van de verwaarlozing en als inventarisatiedatum.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, of in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 5. Kennisgeving van de opname
Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld de opname van de woning of het gebouw in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Deze kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. De gemeentelijke administratie put hierbij alle mogelijke instrumenten uit bij de bepaling van de woonplaats van de houder van het zakelijke recht, die haar redelijkerwijze ter beschikking staan. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Artikel 6. Betwistingen opname in het register
§1. Tegen de beslissing om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de zakelijk gerechtigde beroep indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen dient een niet-bindend advies te vragen aan de administratie met het oog op de behandeling van het beroepschrift.
§2. Op straffe van nietigheid moet het beroepschrift:
§3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§4. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. Als de beroepsinstantie vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het beroepschrift.
§6. De beroepsinstantie registreert elk inkomend beroepschrift in het register en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.
§7. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste leden van de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§8. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het beroepschrift.
§9. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 7. Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen:
§2. Procedure:
De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder. Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§4. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
§6. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste leden van de administratie. Indien een bezoek ter plaatse wordt geweigerd, of indien aan de registerbeheerder geen toegang wordt verleend tot de woning en/of het gebouw, dan wordt de aanvraag tot schrapping automatisch verworpen en blijft de woning en/of het gebouw geïnventariseerd.
§7. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek. Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
§8. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 8. Beroep tegen weigering tot schrapping
§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie, in de wijze vermeld in artikel 6, §2-4. Het college van burgemeester en schepenen dient een niet-bindend advies te vragen aan de administratie met het oog op de behandeling van het beroepschrift.
§2. De beroepsinstantie behandelt het beroepschrift op de wijze vermeld in artikel 6, §5-7.
§3. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift. Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§4. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
HOOFDSTUK 3. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 9. Belastingstermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 10. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.
§2. In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte van de overdracht.
Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder. In geval van vruchtgebruik, is de vruchtgebruiker belastingplichtig. In geval van recht van bewoning is de rechthebbende belastingplichtig.
§3. Zolang de entiteit niet is geschrapt uit de inventaris, wordt de houder van een zakelijk recht, bedoeld in §1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe belasting beschouwd.
§4. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 11. Overdracht van zakelijk recht
§1. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan, voorafgaand aan de overdracht er van, in kennis dat het gebouw en/of woning in het register van verwaarloosde woningen en/of gebouwen is opgenomen.
§2. De overdrager is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte over te maken aan de administratie. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
§3. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van artikel 4.1 §1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 12. Berekening van de heffing
§1. Het bedrag van de eerste belasting bedraagt 1.100 euro voor een woning en voor een gebouw.
§2. Het belastingbedrag van de daaropvolgende jaren is gelijk aan het resultaat van de volgende formule: Het bedrag van de eerste belasting vermenigvuldigd met x, waarbij x gelijk is aan het aantal periodes van 12 maanden dat de entiteit zonder onderbreking opgenomen is in het register. x mag niet meer bedragen dan vier.
§3. Behoudens eventuele vrijstelling zijn derhalve volgende heffingen van toepassing op verwaarloosde woningen en gebouwen:
Artikel 13. Vrijstellingen
§1. De aanvraag voor vrijstelling van belasting dient, op straffe van verval, met een beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan de administratie te worden bezorgd. De zakelijk gerechtigde, die gebruik wenst te maken van een vrijstelling, zoals hierna beschreven, moet zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
1° Eigendomsoverdracht
De vrijstelling van de heffing geldt uitsluitend voor nieuwe eigenaars. Alleen natuurlijke -en rechtspersonen, die een woning of gebouw opgenomen op het register hebben verworven nadat het pand al op het register stond, komen in aanmerking.
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan;
De vrijstelling geldt slechts voor het eerste heffingsjaar dat volgt na de overdracht. De datum van de feitelijke eigendomsoverdracht is hierbij bepalend (geregeld via authentieke akte of via een verkoopovereenkomst die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt);
2° Stabiliteitswerken, sloopwerkzaamheden
Indien de stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden vergunningsplichtig zijn kan de administratie een vrijstelling toekennen indien de belastingplichtige een omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden voorlegt. De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar vanaf de datum van toekenning van de omgevingsvergunning.
Indien sloopwerkzaamheden niet vergunningsplichtig zijn dient de belastingplichtige een vrijstelling wegens sloop aan te vragen op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie.
De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar vanaf datum goedkeuring vrijstelling wegens sloop.
Het is de plicht van de belastingplichtige om de administratie bewijzen van uitvoering werken of sloop te bezorgen.
3° Omgevingsvergunning
De belastingplichtige die een omgevingsvergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Als de belastingplichtige binnen de termijn van twee maanden na kennisgeving van de administratieve akte een niet-vervallen omgevingsvergunning voorlegt die dateert van voor de vaststelling van verwaarlozing, dan gaat de vrijstelling in op de datum van de vaststelling van de verwaarlozing.
De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar te rekenen vanaf de datum van toekenning van de omgevingsvergunning.
Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de zakelijk gerechtigde maximaal 3 keer een verlenging van vrijstelling verkrijgen, telkens voor één heffingsjaar. Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden véér het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraag.
Indien een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning of het gebouw, wordt de toekenning van een verlenging geweigerd.
Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met vrijstelling 4.
4° Renovatiewerken aangetoond middels renovatienota
De belastingplichtige die een renovatienota voorlegt zoals bepaald in artikel 1, 9.
De vrijstelling geldt voor een periode van één heffingsjaar te rekenen vanaf de datum van goedkeuring van de renovatienota. Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de zakelijk gerechtigde maximaal 3 keer een verlenging van vrijstelling verkrijgen, telkens voor één heffingsjaar. Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden aangevat of afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraagt Indien een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of indien aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning of het gebouw, wordt de toekenning van een verlenging geweigerd.
Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met vrijstelling 3.
5° Overmacht
Er wordt wegens overmacht een vrijstelling van de belasting verleend aan de zakelijk gerechtigde die aantoont dat de woning opgenomen blijft in het register om redenen onafhankelijk van zijn wil. De vrijstelling geldt per heffingsjaar.
§2. Indien men nalaat om de vrijstelling aan te vragen volgens voorgaande voorwaarden vervalt het recht op vrijstelling voor dat heffingsjaar.
§3. De vrijstelling van de heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het register: de anciënniteit van opname in het register blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling, wat betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het register.
Artikel 14. Inkohiering
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het heffingsjaar.
Het kohier wordt overgezonden aan de met invordering belaste financieel directeur die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld op het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Artikel 15. Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 16. Bezwaar tegen de belasting
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet:
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, vermeldt dit uitdrukkelijk in het bezwaarschrift. In voorkomend geval zal hij uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Het college van burgemeester en schepenen stuurt schriftelijk of via duurzame drager binnen vijftien kalenderdagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger.
Artikel 17. Toepasselijke regelgeving
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Art. 18. Overgangsmaatregelen
Woningen en/of gebouwen die op de gemeentelijke inventaris werden opgenomen op basis van een voorgaand reglement, blijven opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister met behoud van oorspronkelijke inventarisatiedatum. De toegekende vrijstellingen blijven behouden. De verwaarlozing moet niet opnieuw bewezen worden.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op het reglement betreffende tweede verblijven, goedgekeurd door de gemeenteraad op 20 april 2020.
Overwegende dat er een aanzienlijk aantal tweede verblijven op het grondgebied van Herk-de-Stad voorkomen en er een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen tweede verblijven en leegstaande woningen;
Overwegende dat gemeenten vrij zijn om een beleid rond tweede verblijven te voeren, op grond van de gemeentelijke autonomie;
Overwegende dat gemeenten dus zelf beslissen om tweede verblijven al dan niet op te sporen en te registreren en hierbij niet verplicht zijn om een belasting op tweede verblijven te heffen;
Overwegende de nieuwe subsidieaanvraag IGS 5.0 voor de projectperiode van 2026 tot 2031 met als functie het woonbeleid te faciliteren in de gemeenten Herk-de-Stad, Lummen en Halen;
Overwegende dat het huidige reglement afloopt op 31 december 2025.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; zoals gewijzigd;
Toepasselijke Regelgeving:
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan onderstaand reglement betreffende het registreren van tweede verblijven;
Reglement betreffende het registreren van tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028.
Art. 1. Register tweede verblijven
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 een register tweede verblijven opgesteld, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.
Art. 2. Begripsomschrijving
1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register tweede verblijven. De gemeente draagt de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register tweede verblijven over aan IGS Wonen in West-Limburg. Wonen in West-Limburg fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid. De intergemeentelijke administratieve eenheid voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register tweede verblijven;
2. Tweede verblijf: elke private constructie waarvan zakelijk gerechtigde of huurder die er kan verblijven op dit adres niet is ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de betrokken gemeente, ongeacht of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen en buitenverblijven, optrekjes, chalets, wooncaravans of andere verblijfplaatsen. De private constructie kan, op elk ogenblik door de zakelijk gerechtigde of huurder gebruikt worden voor bewoning of verblijf. Bovendien kan de zakelijk gerechtigde aantonen dat de constructie geen leegstaande entiteit is door het voorleggen van bewijs zoals onder meer het verbruik van nutsvoorzieningen;
3. Verplaatsbare caravan en woonaanhangwagen: alle soorten van caravans zoals caravans met een enkel stel wielen, de “semi-wooncaravans” met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kermisreizigers rondtrekken; het verplaatsbare karakter dient te worden aangetoond met een geldig attest van de technische keuring;
4. Wooncaravan: de caravan die technisch niet is gemaakt om te worden voortgetrokken en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen;
5. Grondoppervlakte: geprojecteerde bruto grondoppervlakte van een constructie en haar fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij de hoofdconstructie, zoals een aangebouwde garage, veranda, berging of overdekking (indien ondersteund), gemeten met inbegrip van buitenmuren (mandelige muren worden voor de helft geteld);
6. Zakelijk gerechtigde:
De houder van een van volgende zakelijke rechten:
Art. 3. Vrijstellingen
Worden niet als tweede verblijf beschouwd:
Art. 4. Aangifteplicht
De zakelijk gerechtigde ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld, ondertekend en vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd. De zakelijk gerechtigde die geen aangifteformulier heeft ontvangen of die zakelijk gerechtigde wordt na inzameling van de aangifteformulieren, is verplicht, uiterlijk op 31 maart van elk kalenderjaar aan het gemeentebestuur de noodzakelijke gegevens te bezorgen.
De zakelijk gerechtigde is vrijgesteld van aangifteplicht indien de toestand ongewijzigd is gebleven ten opzichte van het vorige jaar.
Art. 5. Toepassing van het reglement
Door het college van burgemeester en schepenen worden leden van de administratie aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van dit reglement. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet dat de stad binnen de politiezone als lokaal bestuur samenwerkt met het Family Justice Center Limburg, dat een naamsverandering onderging naar 'Veilig Huis Limburg';
Gelet dat er binnen dit samenwerkingsverband intensief samengewerkt wordt met politie, justitie, hulp- en dienstverlening, (geestelijke) gezondheidszorg, ... om het bijzonder complex en omvangrijk maatschappelijk probleem van intra familiaal geweld aan te pakken;
Gelet dat de gemeenteraad op 13 maart 2023 de toetreding tot het Family Justice Center goedkeurde en akkoord ging met de ondertekening van de engagementsverklaring bij de kaderovereenkomst;
Gelet dat sinds 18 april 2024 het ‘Decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen’ in werking is getreden, hetgeen de nieuwe wettelijke basis vormt voor intersectorale informatiedeling en casusoverleg, alsook de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet dat er in het najaar een nieuw dossierbeheersysteem in gebruik genomen werd, hetgeen Veilig Huis Limburg en de partners toelaat op een efficiënte, gebruiksvriendelijke en veilige manier samen te werken rond en in IFG-dossiers. Met de inwerkingtreding van het decreet en de uitrol van de Veilige Huizen in Vlaanderen streeft het Vlaams beleid naar een uniforme uitrol. Hierdoor wijzigt de terminologie van een aantal operationele processen en overlegtafels die in de nieuwe kaderovereenkomst aangepast worden. De inhoudelijke werking van Veilig Huis Limburg wijzigt niet;
Gelet op het feit dat deze drie ontwikkelingen ervoor zorgen dat de bestaande kaderovereenkomst gewijzigd wordt om in regel te zijn met het nieuwe kader. Deze nieuwe documenten werden voorgelegd aan alle kernpartners en besproken op de ad hoc Jaarvergadering van Veilig Huis Limburg op 1 oktober 2025. De goedgekeurde documenten worden hierna ter goedkeuring voorgelegd aan de geijkte beslissingskanalen van alle kernpartners;
Gelet op het gunstig advies van de DPO van 16 oktober 2025 dat in bijlage werd toegevoegd.
Overwegende dat om de doorgifte van persoonsgegevens mogelijk te maken, een verwerkingsovereenkomst nodig is tussen de partijen die de bindende afspraken regelt rond juridische, organisatorische en ICT technische afspraken en waarbij de verantwoordelijkheden duidelijk zijn;
Overwegende dat hiervoor 2 overeenkomsten voorliggen:
- verwerkingsovereenkomst WIDA platform
- gezamenlijke verwerkingsovereenkomst casusoverleg;
Overwegende het verplicht advies van de DPO in functie van een veilige gegevensdeling waarbij de volgende algemene conclusies geformuleerd werden;
Overwegende het gunstig advies van DPO Regine Van Ackere op 16 oktober 2025 waaraan de volgende voorwaarden gekoppeld werden:
Overwegende dat, om in regel te zijn met de komst van het nieuwe wettelijke kader, de toekomstige ingebruikname van het nieuw dossierbeheersysteem en de aanpassing van het operationele draaiboek inzake terminologie, het noodzakelijk is om hiervoor een nieuwe kaderovereenkomst aan te gaan met Veilig Huis Limburg;
Gelet dat de kaderovereenkomst ingaat op de dag na ondertekening door de Vlaamse Gemeenschap en drie bijkomende kernpartners en een initiële looptijd heeft van 18 maanden. Vervolgens wordt de kaderovereenkomst jaarlijks stilzwijgend verlengd;
Overwegende de onderstaande cijfers van aangemelde dossiers van Herkse burgers:
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2027, artikel 40 + 41.
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, zoals tot op heden gewijzigd;
Gelet op de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming, AVG); Gelet op artikel 28 lid 3 van de AVG stelt dat de uitvoering van verwerkingen door een verwerker moet worden geregeld in een overeenkomst tussen verwerkingsverantwoordelijke en verwerker: de verwerkingsovereenkomst;
Gelet op de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet op het decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen van 27 maart 2023.
Gelet dat aan de overeenkomsten met betrekking tot AVG geen kosten verbonden zijn;
| Bestuur |
Aantal inwoners |
Bedrag à rato aantal inwoners |
Percentage |
| Hasselt |
89892 |
113530,44 |
49,65% |
| Zonhoven |
21863 |
27612,20 |
12,07% |
| Diepenbeek |
19636 |
24799,58 |
10,84% |
| Lummen |
15329 |
19359,99 |
8,47% |
| Herk-de-Stad |
12854 |
16234,15 |
7,10% |
| Halen |
9555 |
12067,63 |
5,28% |
| Alken |
11937 |
15076,01 |
6,59% |
| Totaal |
181066 |
228680,00 |
Gelet dat mevrouw Peeters in haar e-mail bericht vermeldt dat een verdere afstemming noodzakelijk is, maar we verder geen berichtgeving ontvingen;
Gelet dat het budget van 16.234,15 euro voorzien is voor 2025 en tevens jaarlijks voorzien wordt in het meerjarenplan 2026-2031;
Artikel 1.
De Gemeenteraad gaat akkoord met de voorlopige verwerkingsovereenkomst voor het WIDA platform, zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing, zodat de juridische, organisatorische en ICT technische afspraken nu reeds zijn geformaliseerd.
Artikel 2.
De Gemeenteraad gaat akkoord met de voorlopige gezamenlijke verwerkingsovereenkomst voor het casusoverleg, zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing, zodat de juridische, organisatorische en ICT technische afspraken nu reeds zijn geformaliseerd.
Artikel 3.
De Gemeenteraad vraagt zowel aan de desbetreffende dienst en de DPO om het dossier nauwgezet op te volgen en de vooruitgang in het dossier te monitoren om maximale verantwoorde en veilige verwerking van de persoonsgegevens te realiseren. De wijzigingen aan de afspraken dienen terug voorgelegd te worden voor ondertekening.
Artikel 4.
De Gemeenteraad gaat akkoord met de aangepaste kaderovereenkomst, zoals toegevoegd in bijlage en die integraal deel uitmaakt van deze beslissing, en continueert de samenwerking met Veilig Huis Limburg.
Artikel 5.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
Gelet op artikel 41 van het decreet lokaal bestuur dat, onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen, aan de gemeenteraad de volheid van bevoegdheid toekent ten aanzien van alle aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de gemeente behoren;
Gelet op het feit dat dit betekent dat het college van burgemeester en schepenen over een toegewezen bevoegdheid beschikt, zoals omschreven onder andere in artikel 56 van het decreet lokaal bestuur.
Gelet op het feit dat artikel 41, 8° van het decreet lokaal bestuur aan de gemeenteraad de bevoegdheid geeft om een deel van haar bevoegdheid te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen, dit door vast te stellen wat er onder het begrip 'dagelijks bestuur' moet worden verstaan.
Gelet dat het laatste besluit van de gemeenteraad betreffende de vaststelling van de bevoegdheden die aan het college van burgemeester en schepenen werden gedelegeerd door omschrijving van de categorieën 'verrichtingen van dagelijks bestuur' genomen werd in de zitting van 25 april 2022;
Gelet op het feit dat dit raadsbesluit tevens de categorieën van verrichtingen vaststelt die vrijgesteld zijn van visumverplichting;
Gelet dat de visumverplichting de in het decreet lokaal bestuur ingeschreven verplichting betreft om beslissingen die in hun uitvoering een cashflow impliceren voor visum voor te leggen aan de financieel directeur.
Overwegende dat beide soorten van bepalingen (dagelijks bestuur en vrijstelling visumverplichting) erop gericht zijn snellere besluitvorming mogelijk te maken en tevens een vorm van administratieve vereenvoudiging doorvoeren;
Overwegende de vaststelling dat de in het raadsbesluit van 25 april 2022 doorgevoerde vereenvoudiging van de delegatieregeling aanleiding is tot administratieve overlast en het vatten van de gemeenteraad voor tal van besluiten die vooral een uitvoering van formele verplichtingen inzake reglementering GDPR, ... maar weinig bijdragen aan de effectieve taak en opdracht van de gemeenteraad;
Overwegende dat dientengevolge wordt voorgesteld om naast een delegatie in het kader van overheidsopdrachten ook andere delegeerbare bevoegdheden (opnieuw) toe te vertrouwen aan het college;
Overwegende dat de verder organisatie geëvolueerd is door de integratie van gemeente en OCMW, door de invoering van een organisatiebeheersingssysteem, de jaarlijkse audits, een contractenbeheerssysteem, de kwartaalrapporteringen rond KPI's en auditaanbevelingen,...;
Overwegende dat de verdere professionalisering van de organisatie wat betreft de kwaliteit van de dienstverlening enerzijds en de beheersing van de organisatie anderzijds het wenselijk is ook het besluitvormingsproces verder te vereenvoudigen en de administratieve belasting waar mogelijk en redelijk te verminderen;
Overwegende dat om die reden wordt voorgesteld de delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en schepenen opnieuw uit te breiden;
Overwegende dat dan ook wordt voorgesteld om de volgende delegaties van gemeenteraad naar het college van burgemeester en schepenen wordt voorgesteld:
- de delegatie binnen de wet op de overheidsopdrachten
- delegatie met betrekking tot overeenkomsten
- delegatie met betrekking tot personeelsbeheer
Overwegende dat voor de visumverplichtingen anderzijds de huidige ingestelde normen nog accuraat worden geacht;
Overwegende dat de invulling van het begrip dagelijks bestuur en de vrijstelling van een visumverplichting voor gemeente en OCMW best worden gelijk gehouden;
Overwegende dat wat betreft het begrip dagelijks bestuur voorgesteld wordt de regeling inzake de bevoegdheid van lastvoorwaarden voor overheidsopdrachten tot een drempelbedrag gelijk aan het drempelbedrag geformuleerd in de wet op de overheidsopdrachten voor het werken met een aanvaarde factuur, meer bepaald momenteel gesteld op 30 000EUR exclusief BTW;
Overwegende dat door het hanteren van dit drempelbedrag van de wet op de overheidsopdrachten en niet te kiezen voor een aparte regeling met eigen drempelbedragen, de herkenbaarheid verhoogd wordt en complexiteit vermeden; Met andere woorden er wordt gekozen voor administratieve eenvoud door niet nog eens een apart drempelbedrag in te voeren;
Overwegende dat wat betreft vrijstelling van visumverplichting in de Vlaamse regelgeving voor de aanstelling van personeel gekozen werd voor een strengere visering, los van het drempelbedrag omwille van het bijzonder risico dat hiermee gepaard gaat.
Overwegende dat voor vrijstelling verplichting de financieel directeur een gunstig advies geeft voor volgend voorstel:
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op wat betreft de delegatie door het bepalen van het begrip 'dagelijks bestuur':
- het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41:
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
.....
8° het vaststellen van wat onder het begrip 'dagelijks bestuur' moet worden verstaan;
....
10° het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, tenzij:
a) de opdracht past binnen het begrip 'dagelijks bestuur', vermeld in punt 8°, waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is;
Gelet op de artikelen 41, 5° en 196, 234, en 247 van het decreet lokaal bestuur voor wat betreft de delegatie van beheers- en samenwerkingsovereenkomsten die niet gedelegeerd kunnen worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Gelet wat betreft de visumverplichting, op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 artikel 177, eerste lid:
'De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor:
1° de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 266 en 267;
- artikel 266:
'De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1°. Hij verleent zijn visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. Hij kan voorwaarden koppelen aan zijn visum. Als de financieel directeur weigert zijn visum te verlenen, of als hij er voorwaarden aan koppelt, motiveert hij dat.
De gemeenteraad bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle, vermeld in het tweede lid, uitoefent. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.'
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 artikel 99 (in voege vanaf 1 januari 2020) kunnen volgende categorieën van verrichtingen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:
- De aanstelling van statutaire personeelsleden;
- De aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
- De aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer, behoudens in de volgende gevallen:
- Een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- Een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van
de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
- De verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 50.000 euro;
- De verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 25.000 euro;
- De investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
Gelet op de wet op de overheidsopdrachten van 17 juni 2016 en het KB van 18 april 2017 inzake plaatsing van overheidsopdrachten in klassieke sectoren, artikel 92:
'De overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan 30.000 euro zijn uitsluitend onderworpen aan :
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 2.
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.'
Gelet op artikel 38/4 (de minimis-regel) van het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten;
Gelet op het positief advies van het M-team en de financieel directeur.
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist om de hiernavolgende bevoegdheden te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen in het kader van de opdracht van dagelijks bestuur:
§1 Alle beheersdaden zonder financiële impact voor zover het decreet lokaal bestuur de delegatie toelaat.
§2 Alle beheersdaden met financiële impact, andere dan overheidsopdrachten, voor zover de kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan en met een maximum van 30 000,00 euro, exclusief BTW (indien van toepassing);
§3 Het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten voor het plaatsen van diensten, werken en leveringen voor zover het totaal bedrag 30 000,00 euro, exclusief BTW (indien van toepassing) niet overschrijdt.
§4 Het toetreden tot raamovereenkomsten via aankoopcentrales, ongeacht het geraamde bedrag van de toekomstige afname;
§5 Het goedkeuren van beheers- en samenwerkingsovereenkomsten voor zover die overeenkomsten niet vallen onder de uitdrukkelijk aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheid (itt. de algemeenheid van bevoegdheid).
Artikel 2.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gegeven om de bevoegdheden die aan haar gedelegeerd werden ten titel van dagelijks bestuur, te delegeren naar de algemeen directeur tot een bedrag van 5000,00 euro, exclusief van toepassing en dit zowel voor exploitatie- als investeringsuitgaven.
Artikel 3.
Aan het college van burgemeester en schepenen worden volgende personeelsaangelegenheden gedelegeerd:
* goedkeuren van reglementen inzake personeel
* vaststellen van de rechtspositieregeling
* vaststellen van de personeelsformatie
* aangaan van dadingen met betrekking tot de beëindiging van hun aanstelling.
Artikel 4.
§1 Van visumverplichting worden vrijgesteld:
De verbintenissen die resulteren in een uitgaande netto kasstroom en een financiële verrichting tot gevolg hebben, waarvan het bedrag niet hoger is dan 10.000 EUR (exclusief btw); Voor weerkerende verbintenissen (verlengingen van overheidsopdrachten, huren, onderhoudscontracten,…) wordt voor de aftoetsing van de verbintenis aan het bedrag van 10.000 euro excl. BTW rekening gehouden met een forfaitaire looptijd van vier jaar.
§2 Het dossier dat ter visering wordt voorgelegd bevat alle stukken relevant voor de visering;
§3 Het visum wordt gegeven vooraleer de beslissing tot het aangaan van een verbintenis door het college van burgemeester en schepenen wordt genomen, minstens voor de verbintenis zelf tot stand komt;
§4 Bij weigering van het visum geeft de financieel directeur een uitdrukkelijke motivering;
§5 De financieel directeur beschikt over zes kalenderdagen voor het afleveren van een visum. Een agendapunt dat visum vereist kan maar effectief beslist worden mits deze termijn gerespecteerd wordt, tenzij in geval van hoogdringendheid.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen een aangelegenheid die haar bij dit reglement werd toevertrouwd niettemin voor beslissing voor te leggen aan de gemeenteraad.
Artikel 6.
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt het reglement van 25 april 2022.
Artikel 7.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan :
- de Dienst Financiën;
- de overige gemeentelijke diensten;
Gelet op de start van een nieuwe beleidsploeg vanaf 5 december 2024;
Gelet op de decretale verplichting voor de nieuwe beleidsploeg om over te gaan tot de opmaak van een nieuw meerjarenbeleidsplan in casu het meerjarenbeleidsplan 2026-2031;
Gelet dat naar aanleiding van de opmaak van het MJP 2026-2031 alle reglementen grondig werden gescreend;
Gelet op de vaststelling dat een aantal reglementen niet meer in gebruik, niet langer gekend of de beoogde doelstellingen niet meer actueel of accuraat zijn;
Gelet op het feit dat het bestuur haar gemeentelijke reglementen als beleidsinstrumenten inzet en niet de intentie heeft om reglementen in stand te houden zonder enige maatschappelijke waarde;
Gelet op de bespreking van de reglementen binnen de beleidscolleges.
Overwegende dat door de dienst Cultuur/Jeugd wordt voorgesteld volgend reglement op te heffen:
- GR 15/02/2016: Goedkeuring aanpassing reglement speelstraten: reglement wordt niet meer gebruikt.
- GR 11/04/2016: Reglement werkstages ontwikkelingssamenwerking voor jongeren - advies Wereldraad: voorwaarden van het reglement worden niet meer nageleefd.
Overwegende dat door de dienst BKO De Speeldoos wordt voorgesteld volgend reglement op te heffen:
- GR 20/04/2020: tijdelijke aanpassing huishoudelijk reglement De Speeldoos gedurende de covidcrisis.
Overwegende dat door de dienst Milieu wordt voorgesteld volgend reglement op te heffen:
- GR 16/12/2019: Retributie voor bewaring van loslopende dieren: Dit retributiereglement kan worden afgeschaft nu de stad hier niet meer in tussenkomt sinds de samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel van Sint-Truiden.
Overwegende dat door de dienst Lokale Economie wordt voorgesteld volgend reglement op te heffen:
- GR 10/02/2020: Verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg: reglement wordt niet gebruikt.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist over te gaan tot de opheffing van volgende reglementen:
1. dienst Cultuur/Jeugd
- GR 15/02/2016: Goedkeuring aanpassing reglement speelstraten: reglement wordt niet meer gebruikt.
- GR 11/04/2016: Reglement werkstages ontwikkelingssamenwerking voor jongeren - advies Wereldraad: voorwaarden van het reglement worden niet meer nageleefd.
2. dienst BKO De Speeldoos
- GR 20/04/2020: Tijdelijke aanpassing huishoudelijk reglement De Speeldoos gedurende de covidcrisis.
3. dienst Milieu
- GR 16/12/2019: Retributie voor bewaring van loslopende dieren: Dit retributiereglement kan worden afgeschaft nu de stad hier niet meer in tussenkomt sinds de samenwerkingsovereenkomst met het dierenasiel van Sint-Truiden.
4. dienst Lokale Economie
- GR 10/02/2020: Verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg: na bevraging bij de taxisector is de conclusie dat er geen nood is aan een taxistandplaats.
Artikel 2.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 mee te delen aan de heer Provinciegouverneur terwijl een afschrift van deze beslissing ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan:
- de dienst Cultuur/Jeugd
- de dienst BKO De Speeldoos
- de dienst Milieu
- de dienst Lokale Economie
- de dienst Financiën
Gelet op het feit dat de stad deelnemer is van de dienstverlenende vereniging s-Lim (hierna kortweg ‘s-Lim’);
Gelet op de statuten van s-Lim en in het bijzonder op artikel 14 inzake de samenstelling van de raad van bestuur en artikel 26 inzake de samenstelling van de algemene vergadering;
Gelet op het niet-bindende advies van de Vlaamse Regering bij het ontwerp van de statutenwijziging overeenkomstig artikel 427 DLB;
Gelet op de beslissing van de Buitengewone Algemene Vergadering van 25 maart 2025 tot aanstelling van volgende personen tot bestuurder van s-Lim met een duur van zes jaar, eindigend onmiddellijk na de eerste algemene vergadering die overgaat tot de vernieuwde samenstelling van de raad van bestuur na de algehele vernieuwing van de gemeenteraden, onder opschortende voorwaarde van goedkeuring van de statutenwijziging door de Buitengewone Algemene Vergadering van s-Lim:
1. Steven Broekx
2. Marleen Kauffmann
3. Karel Kriekemans
Gelet op de oproeping tot de Buitengewone Algemene Vergadering van s-Lim van 15 december 2025 met de volgende agendapunten:
Gelet op de documenten van s-Lim betreffende de agendapunten van deze Buitengewone Algemene Vergadering;
Gelet dat artikel 432 van het DLB bepaalt dat de vertegenwoordigers van de deelnemers op de algemene vergadering rechtstreeks door de gemeenteraden uit hun leden worden aangewezen;
Gelet op het feit dat geen redenen voorhanden zijn om goedkeuring van de agendapunten te weigeren.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (‘DLB’) en in het bijzonder op artikelen 40 en 41 van het DLB inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad en inzake de intergemeentelijke samenwerking;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 432, alinea 3, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Artikel 1. AGENDA BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERING
Op basis van de bekomen documenten zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van de dienstverlenende vereniging s-Lim d.d. 15 december 2025:
Artikel 2. VERZAKING
De stad verklaart zonder voorbehoud te verzaken aan alle oproepingsformaliteiten en – termijnen inzake de Buitengewone Algemene Vergadering van de dienstverlenende vereniging s-Lim d.d. 15 december 2025 met de agenda zoals hiervoor bepaald.
Artikel 3. VASTSTELLING MANDAAT VERTEGENWOORDIGER
De vertegenwoordiger van de stad wordt gemandateerd om op de Buitengewone Algemene Vergadering van s-Lim van 15 december 2025, welke zal gehouden worden ten overstaan van notaris Jelle van der WEIJ, te handelen en te beslissen conform dit besluit.
De vertegenwoordiger van de stad krijgt hiertoe in het bijzonder de bevoegdheid:
- er desgevallend deel te nemen aan alle beraadslagingen en stemmen over ieder voorstel en wijziging ervan, dat de algemene vergadering op de agenda zal plaatsen in het kader van voormelde buitengewone algemene vergadering (statutenwijziging), zelf indien niet uitdrukkelijk voorzien in bovenstaande agenda;
- al het nodige te doen, alle akten, stukken, notulen en registers te verlijden en te tekenen, keuze van woonst te doen, in de plaats te stellen en over het algemeen al het nodige doen om de akte van voormelde buitengewone algemene vergadering te realiseren, zelfs indien niet uitdrukkelijk voorzien in huidige volmacht, desnoods te laten bekrachtigen via sterkmaking;
- volmachten te geven voor het vervullen van alle formaliteiten verbonden aan de voormelde buitengewone algemene vergadering.
- zonder voorbehoud te verzaken aan alle oproepingsformaliteiten en – termijnen inzake de Buitengewone Algemene Vergadering van de dienstverlenende vereniging s-Lim d.d. 15 december 2025 met de agenda zoals hiervoor bepaald.
Indien deze Buitengewone Algemene Vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze Buitengewone Algemene Vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de stad gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Artikel 4.
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan s-Lim, ter attentie van het secretariaat, (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres infoAV@s-Lim.be.
Gelet op het feit dat de stad deelnemer is van de dienstverlenende vereniging s-Lim (hierna kortweg ‘s-Lim’);
Gelet op de statuten van s-Lim en in het bijzonder op artikel 26 inzake de samenstelling van de algemene vergadering;
Gelet dat artikel 432 van het DLB bepaalt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering;
Gelet op de oproeping tot de buitengewone algemene vergadering van s-Lim van 15 december 2025 met de volgende agendapunten:
Gelet op de documenten van s-Lim betreffende de agendapunten van deze buitengewone algemene vergadering;
Overwegende dat geen redenen voorhanden zijn om goedkeuring van de agendapunten te weigeren.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (‘DLB’) en in het bijzonder op artikelen 40 en 41 van het DLB inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad en inzake de intergemeentelijke samenwerking;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 432, alinea 3, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Artikel 1: AGENDA
Op basis van de bekomen documenten zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van de dienstverlenende vereniging s-Lim d.d. 15 december 2025:
Artikel 2: MANDAATVERLENING
De vertegenwoordiger van de stad wordt gemandateerd om op de buitengewone algemene vergadering van s-Lim van 15 december 2025 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze buitengewone algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de stad/gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Artikel 3: KENNISGEVING
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan s-Lim, ter attentie van het secretariaat, (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres infoAV@s-Lim.be.
Gelet op het feit dat de stad aangesloten is bij Dienstverlenende Vereniging C-smart (hierna kortweg 'C-smart');
Gelet op de statuten van C-smart;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 10 maart 2025 inzake de aanduiding van de vertegenwoordiger van de gemeente op de algemene vergaderingen van C-smart;
Gelet op de oproeping tot de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 met de volgende agendapunten:
1. Toetreding en aanvaarding nieuwe deelnemer(s)
2. Bespreking en goedkeuring van de begroting 2026
3. Goedkeuring van het verslag, staande de vergadering
Gelet op de toelichtende nota van C-smart betreffende de agendapunten van deze algemene vergadering;
Gelet op de voorstellen van de raad van bestuur van C-smart;
Gelet dat geen redenen voorhanden zijn om goedkeuring van de agendapunten te weigeren.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder op art. 40 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad en inzake de intergemeentelijke samenwerking;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 432, alinea 3, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Artikel 1.
Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 goedgekeurd.
Artikel 2.
De vertegenwoordiger van de stad Herk-de-Stad wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Artikel 3.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan C-smart.
Gelet op het feit dat de stad Herk-de-Stad aandeelhouder is van Nuhma CV;
Gelet op het feit dat de stad Herk-de-Stad per elektronisch bericht, daar de stad Herk-de-Stad hun gegevens, overeenkomstig artikel 35 van de statuten, daartoe hebben bezorgd aan Nuhma cv, van 3 november 2025 werd opgeroepen om deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Nuhma cv die op 18 december 2025 zal besluiten omtrent de uitkering van een tussentijds dividend en de statutenwijziging;
Gelet op het feit dat een dossier met documentatiestukken bij deze oproepingsbrief was gevoegd:
- Verslag van de commissaris, Moore Audit BV, vertegenwoordigd door de heer Jimmy Depré, bedrijfsrevisor, opgesteld overeenkomstig de artikel 6:116 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
- Statuten Nuhma CV met de voorgestelde wijzigingen
- Ontwerpakte buitengewone algemene vergadering Nuhma CV
- Volmachtformulier voor de buitengewone algemene vergadering
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 + 41;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 432, alinea 3, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Artikel 1 – Statutenwijziging.
Op basis van de bekomen documenten besluit de gemeenteraad om akkoord te gaan met de statutenwijziging van NUHMA.
Artikel 2 – Agenda.
De gemeenteraad besluit om akkoord te gaan met de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van NUHMA op 18 december 2025:
1. Beslissing om de tekst van artikel 19 van de statuten aan te passen waarbij vanaf heden de Vennootschap zal worden bestuurd door de raad van bestuur bestaande uit minimaal drie (3) bestuurders en maximaal twaalf (12) bestuurders in plaats van maximaal acht (8) bestuurders in het verleden.
2. Benoeming van de heer HENDRIKS Dave als bestuurder van de Vennootschap voor een periode van zes jaar tot aan de gewone algemene vergadering gehouden in 2031.
3. Beslissing tot uitkering van een tussentijds dividend ten belopen van acht miljoen vierhonderdtwee euro en negentien eurocent (8.000.402,19 EUR).
4. Volmacht voor formaliteiten aan NUHMA cv met zetel te 3500 Hasselt, Herkenrodesingel 14, KBO 0472.325.068 haar aangestelden of gevolmachtigden, allen met de bevoegdheid om alleen te handelen en/of in de plaats te stellen, om alle formaliteiten te vervullen die zouden nuttig of noodzakelijk zijn bij alle private of publiekrechtelijke instellingen, met inbegrip van alle latere mogelijke wijzigingen dienaangaande.
Artikel 3 – Bijzondere volmacht - vaststelling mandaat vertegenwoordiger.
De gemeenteraad besluit om bijzondere volmacht toe te kennen aan mevrouw Sofie Donneaux, bedrijfsjurist NUHMA, met het recht van indeplaatsstelling om, in naam en voor rekening van de Gemeente, deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van NUHMA op 18 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze zou worden uitgesteld of verdaagd), te handelen en te beslissen conform de beslissingen van deze gemeenteraad.
Hiertoe wordt het volmachtformulier aangevuld en ondertekend.
Artikel 4.
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan Nuhma, ter attentie van het secretariaat, (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres info@Nuhma.be.
Gelet op artikel 263 van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel waarin de wettelijke en bijkomende feestdagen werden vastgelegd;
Gelet op het feit er in 2026 vijf feestdagen samenvallen met een zaterdag of een zondag, nl.:
Gelet dat kermismaandag in mei 2026 samenvalt met Pinkstermaandag.
Overwegende dat de raad bevoegd is om – voor de feestdagen die samenvallen met een zaterdag of een zondag – te bepalen dat de vervangingsdagen ofwel vrij kunnen opgenomen worden, overeenkomstig de regels die gelden inzake jaarlijkse vakantie, ofwel collectief worden vastgelegd;
Overwegende de beslissing van het schepencollege van 20 oktober 2025 om navolgend voorstel in verband met het opnemen van de feestdagen die in 2026 op zaterdag of zondag vallen voor te leggen aan de representatieve vakorganisaties, de gemeenteraad en de OCMW-raad :
dit samen met de verplaatsing van de dienstvrijstelling voor kermismaandag mei in 2026 naar kermismaandag in augustus 2026 (10/8/2026) vermits kermismaandag in mei samenvalt met Pinkstermaandag;
Overwegende de ondertekende protocols van de representatieve vakorganisaties.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40+41 van het decreet lokaal bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 19 februari 2018.
Artikel 1.
Het opnemen van de feestdagen die in 2026 op zaterdag of zondag vallen wordt voor het gemeentepersoneel als volgt vastgelegd :
Artikel 2.
In te stemmen met de verplaatsing van de dienstvrijstelling voor kermismaandag mei in 2026 naar kermismaandag in augustus 2026 (10/8/2026) vermits kermismaandag in mei samenvalt met Pinkstermaandag.
Artikel 3.
Deze bijkomende sluitingsdagen dienen tijdig bekend gemaakt te worden aan de bevolking.
Artikel 4.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen , mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de Dienst Personeel.
Gelet op de verschillende vakantieregelingen van toepassing bij de lokale besturen in Vlaanderen, nl.
de vakantieregeling private sector en de vakantieregeling publieke sector waarbij in de vakantieregeling private sector het recht op (wettelijke) vakantiedagen wordt opgebouwd op basis van de prestaties in het vakantiedienstjaar (het voorgaande jaar) en in de vakantieregeling publieke sector het recht op vakantiedagen wordt opgebouwd op basis van de prestaties in het vakantiejaar (het jaar zelf);
Gelet op de verplichting om de vakantieregeling publieke sector toe te passen op het statutair personeel;
Gelet op artikel 17 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen waardoor een lokaal bestuur het recht heeft om voor haar contractuele personeelseden te kiezen welk vakantiestelsel op hen van toepassing is, het privaat dan wel het publiek vakantiestelsel;
Gelet op de bepaling in artikel 258 van de rechtspositieregeling voor de personeelsleden van gemeente Herk-de-Stad : 'Voor de contractuele personeelsleden en op proef benoemde personeelsleden worden de wettelijke vakantiedagen berekend op basis van de prestaties van het vakantiedienstjaar en de bijkomende vakantiedagen op basis van de prestaties van het vakantiejaar'.
Overwegende dat het huidige stelsel voor gevolg heeft dat:
Overwegende dat de administratieve belasting van het vakantiestelsel private sector hoger ligt dan het vakantiestelsel publieke sector;
Overwegende dat door het vakantietegoed toe te kennen op basis van de prestaties van het lopende jaar er wordt gezorgd voor een grote vereenvoudiging en meer transparantie voor de medewerkers; de vakantiedagen worden op een meer logische manier opgebouwd, wat zorgt voor een grotere herkenbaarheid bij de medewerkers; bij een uitdiensttreding zal het enkel vakantiegeld niet langer moeten uitbetaald worden;
Overwegende dat het vakantiestelsel publieke sector nauwer aansluit bij wat de Europese wetgeving vooropstelt, namelijk dat voltijds werkende werknemers recht hebben op minstens 20 vakantiedagen binnen het jaar waarin de prestaties geleverd worden;
Overwegende de nota van de dienst personeel;
Overwegende de bespreking op het managementteam van 30 augustus 2023 waarbij werd geadviseerd om voor de contractuele personeelsleden over te schakelen naar het vakantiestelsel publiek, bij voorkeur vanaf 1 januari 2024;
Overwegende de beslissing van het schepencollege van 27 oktober 2025 waarbij principieel werd ingestemd met de overgang van het vakantiestelsel private sector naar het vakantiestelsel publieke sector voor de contractuele medewerkers van gemeente en OCMW met ingang van 1 januari 2026 en deze overgang voor te leggen aan de representatieve vakorganisaties, de gemeenteraad en de OCMW-raad;
Overwegende de ondertekende protocols van de representatieve vakorganisatie zoals toegevoegd in bijlage.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op artikel 40+41 van het decreet lokaal bestuur;
Toepasselijke regelgeving:
Gelet op de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, artikel 17;
Gelet op het raadsbesluit van 19 februari 2018 houdende goedkeuring van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
Overwegende dat de omschakeling naar het vakantiestelsel publieke sector voor de contractuele medewerkers als een uitdiensttreding wordt beschouwd; dat enkel en dubbel vertrekvakantiegeld verschuldigd is aan de medewerkers die nu reeds in dienst zijn;
Overwegende dat – bij overgang op 1 januari - het enkelvoudig vertrekvakantiegeld eind januari dienst uitbetaald te worden en de betaling van het dubbel vertrekvakantiegeld mag uitgesteld worden (met instemming van de FOD WASO) naar de gewone uitbetalingsdatum om op die manier de impact voor de contractuele medewerkers te minimaliseren;
Overwegende dat het in feite gaat om een vooruitgeschoven betaling; bij de effectieve uitdiensttreding (wegens ontslag op pensionering) zou het enkel en dubbel vertrekvakantiegeld ook verschuldigd zijn;
Overwegende dat door het publieke vakantiestelsel te volgen een lagere patronale sociale zekerheidsbijdrage voor het contractueel personeel (2,09% minder) verschuldigd is waardoor een structurele besparing gerealiseerd wordt;
Overwegende de berekeningen door ons sociaal secretariaat Cipal-Schaubroeck waarbij de eenmalige meerkost wordt geraamd op 352.211,5 voor de gemeente en de jaarlijkse besparing wordt geraamd op 73.123,18 voor de gemeente waardoor de (tijdelijke) meerkost op 4,83 jaar wordt terugverdiend;
Artikel 1.
De overgang van het vakantiestelsel private sector naar het vakantiestelsel publieke sector voor de contractuele medewerkers van de gemeente met ingang van 1 januari 2026 goed te keuren.
Artikel 2.
Hiertoe navolgende bepaling in artikel 258 van de rechtspositieregeling voor de personeelsleden van gemeente Herk-de-Stad te schrappen : 'Voor de contractuele personeelsleden en op proef benoemde personeelsleden worden de wettelijke vakantiedagen berekend op basis van de prestaties van het vakantiedienstjaar en de bijkomende vakantiedagen op basis van de prestaties van het vakantiejaar';
Artikel 3.
Onderhavig raadsbesluit in toepassing van artikel 286 tot en met 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen , mee te delen aan de Heer provinciegouverneur, terwijl een afschrift van dit besluit ter kennisgeving en uitvoering wordt overgemaakt aan de Dienst Personeel.
Gelet op de kennisgeving van de verschillende proces-verbaal vergaderingen.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40+41.
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt kennis van :
- De Watergroep: zoneoverleg Haspengouw op 13 oktober 2025;
- Fluvius Opdrachthoudende Vereniging: Notulen Raad van Bestuur van 24 september 2025;
- Fluvius Opdrachthoudende Vereniging: Notulen en presentatie Buitengewone Algemene Vergadering van 26 november 2025;
- s-Lim Dienstverlenende Vereniging: Notulen Raad van Bestuur van 3 september 2025;
Gelet op de inkomende briefwisseling die ter kennis gebracht dient te worden aan de leden van de gemeenteraad.
Bevoegdheidsgrond:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 29.
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt kennis van volgende briefwisseling :
- Fluvius Limburg 24112025: Beslissing Raad van Bestuur tot niet behandelen van agendapunt ivm de statutenwijzigingen op de BAV van 9 december 2025.
De voorzitter sluit de zitting op 08/12/2025 om 23:44.
Namens Gemeenteraad,
Nathalie Creten
Algemeen Directeur
Jimmy Graulus
Voorzitter